De Amigoe behoudt zich het recht voor ingezonden brieven te weigeren, te corrigeren of anderzins redactioneel te bewerken en in te korten. Brieven, die maximaal 600 woorden mogen bevatten, moeten zijn voorzien van naam en woonplaats. Het adres en telefoonnummer worden niet gepubliceerd, maar zijn nodig ter verificatie. Gelieve brieven te sturen naar redactie@amigoe.com.
| Klagen (2) |
|
|
|
| maandag, 06 februari 2012 09:27 | |||
|
IN ZIJN ingezonden stuk in uw krant over het geklaag van mensen over de politieke ‘leiders’ op het eiland, zoekt de heer Ron Meekel naar een verklaring voor dit fenomeen. Hij stelt vast dat de juiste vraag nooit gesteld wordt, namelijk: hoe kan het dat deze leiders gekozen worden dan wel overal mee wegkomen? Deels onderschrijf ik zijn conclusies zoals vermeld in zijn brief, maar ik vind niet dat zij een typisch Curaçaos probleem vormen. Het inmiddels eentonige geklaag over politici die in alle opzichten tekortschieten, komt overal ter wereld voor, evenals het gebrek aan een oprechte interesse voor de politiek door een meerderheid van de bevolking. Niet helemaal onbegrijpelijk, trouwens. De doorsnee burger, en zeker die aan de onderkant van de bevolkingspiramide in Curaçao, heeft zijn/haar handen vol aan het keihard werken om, met gezin, te kunnen overleven in de marge. Dan is het volgen van de politieke actualiteit geen prioriteit. Het ironische is dat juist deze grote groep mensen als eerste getroffen wordt door het slechte beleid dat gevoerd wordt door deze gekozen politieke leiders. Maar ook dat is niet alleen typisch Curaçaos. De heer Meekel constateert dat deze minder geschoolden op Curaçao vooral een drietal kranten lezen (ik zou zeggen: doorbladeren) en verwijt deze kranten gebrek aan politieke diepgang. Ik ga een stap verder: dit verwijt treft in grote lijnen alle media op het eiland. Als er al een uitzondering gemaakt kan worden ten aanzien van de informatieverstrekking, dan is het dat de Nederlandstalige media (twee kranten en in mindere mate een tweetal radiostations) het minder slecht doen. Het is echter begrijpelijk dat deze media door het overgrote deel van de bevolking niet gelezen en/of beluisterd worden omdat zij voor een groot gedeelte van de bevolking ver van hun belevingswereld staan. Ik ben net terug van vakantie op Curaçao, waar ik geboren en getogen ben, en moet zeggen dat ik geschrokken ben van het verdere verval in de mediawereld aldaar. Als oud-journalist, (sport-)verslaggever en programmamaker radio/tv, denk ik dat dit een van de grootste problemen van het eiland is. De enorme toename van het aantal media (met name kranten en radiostations) op een eiland van amper 140.000 inwoners, is absurd en mijns inziens zelfs onverantwoord. Het gaat nu duidelijk om kwantiteit en niet meer om kwaliteit. De Papiamentstalige kranten beconcurreren elkaar met sensatiefoto’s en idem-dito verhalen die niet of amper op waarheid berusten, zonder toepassing bijvoorbeeld van hoor en wederhoor. Zij schijnen vooral te dienen om de hen welgevallige politici naar de mond te schrijven en voor hen hand- en spandiensten uit te voeren, bijvoorbeeld het aanvallen van politieke tegenstanders. Het gevolg is: nagenoeg geen kritische, op onderzoek gebaseerde artikelen die de gezagsdragers dwingen datgene te doen waar zij voor gekozen zijn: het land en zijn bevolking dienen en besturen, zonder onderscheid des persoons of diens politieke kleur. Het bovengenoemde geldt ook voor veel van de radiostations die via hun zenders het moreel verval alleen maar stimuleren, met schreeuwende dj’s, slechte nieuwsvoorziening en veel blabla dat nergens op slaat. Als ze zelf maar kunnen roepen hoe goed ze zijn. In de tussentijd handhaven ook de kwaliteitloze politici zich door niet alleen hun werk niet goed te doen, maar vooral hun tegenstanders af te branden met hulp van deze onverantwoordelijke media. Dit kan allemaal bij gebrek aan een volwassen, serieuze en kritische pers die haar verantwoordelijke taak goed uitvoert en er bovenop zit. Ach, meneer Meekel, weet u wellicht is dit alles juist het streven van de onverantwoordelijke en megalomane politieke ‘leiders’ op het eiland die naar onafhankelijkheid streven. Een deel van het publiek is al om en nu de rest nog, hoor je ze denken. Goedschiks of kwaadschiks. Je kunt alleen maar hopen dat dit goed afloopt.
R.C. VISSER Frankrijk
|













