| ‘Herdenking 70 jaar Curaçao in oorlog’ |
|
|
|
| zaterdag, 18 februari 2012 00:00 | |||
|
16 februari 1942. Een Nederlandse marinier bewaakt een niet-geëxplodeerde torpedo. Op de achtergrond de geraakte Britse tanker Pedernales die door een sleepboot naar de haven wordt teruggebracht. De torpedo ontplofte later alsnog, waarbij vier personen omkwamen.
Op 16 februari 1942, net na middernacht, komt de oorlog met een reusachtige klap naar de Antilliaanse eilanden. Een paar dagen daarvoor zijn grote troepentransportschepen binnengelopen in de havens van Aruba en Curaçao, met honderden Amerikaanse soldaten en hun uitrusting aan boord. Het machtige Amerika heeft haar bescherming aangeboden en de eilandbewoners voelen zich veilig, op grote afstand van de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog in Europa, Afrika en Azië. Tekst: Jos Rozenburg Maar de rust staat op het punt om wreed te worden verstoord. Onzichtbaar voor de bevolking van Aruba en Curaçao, posteren drie Duitse onderzeeboten zich voor een gecoördineerde aanval. De onderzeeboot U-156 vaart langs de kust van Aruba naar de Lago (nu Valero) raffinaderij, de U-67 ligt klaar voor de ingang van de Annabaai bij Curaçao en de U-502 kruist door de Golf van Venezuela. Vanuit hun haven in bezet Frankrijk naar de Caribische Zee gestuurd door de commandant van de Duitse Onderzeedienst, admiraal Karl Dönitz, hebben ze net het signaal ontvangen om deze nacht gelijktijdig aan te vallen. Hun primaire doelen zijn de tankers die de olie aan- en afvoeren naar de raffinaderijen op de eilanden, maar hun zware scheepsgeschut is ook geschikt voor een directe aanval met granaten op de Isla-raffinaderij of de olietanks bij Bullenbaai, en de Lago- en Eagle-installaties langs de kust van Aruba. De olieproducten zijn van levensbelang voor Engeland en Amerika en de Duitsers willen die levenslijn in één keer doorsnijden. Om 01.31 uur vuurt de U-156 haar eerste torpedo af op de tanker Pedernales, die volgeladen met olie geankerd ligt bij San Nicolas op Aruba. Minder dan een minuut later explodeert de torpedo en verandert de tanker in een brandende hel. Voor de verbijsterde ogen van de wakker geschrokken bevolking wordt een paar minuten later een andere tanker getroffen, de Oranjestad. Hete olie vloeit in zee, die in brand lijkt te staan. De onderzeeboot opent het vuur met haar scheepskanon op de olietanks van de Lago en een enorm drama lijkt onafwendbaar. Maar de goden zijn Aruba gunstig gezind. De onderzeebootbemanning vergeet een zeewaterplug uit de loop te halen en de granaat ontploft voortijdig. De aanval op de raffinaderij moet worden afgebroken, maar de onderzeeboot torpedeert kort daarna ook de Amerikaanse tanker Arkansas aan de Eagle Pier. Een andere torpedo mist het schip en loopt naast de raffinaderij het strand op. Voor het Rif Fort op Curaçao ligt de tanker Rafaela te wachten tot ze naar binnen mag varen, als ze wordt aangevallen met torpedo’s door de U-67. De ontploffing wekt heel Willemstad uit haar slaap. Zwaar beschadigd wordt het schip naar binnen gesleept, maar het breekt in twee stukken in de Annabaai. Door alle commotie ziet de onderzeeboot af van een aanval met granaten op de olie-installaties, maar enkele dagen later zal ze nog een tanker tot zinken brengen bij Westpunt. De derde onderzeeboot, de U-502, valt in enkele uren de tankers Monagas, San Nicolas en Tia Juana aan in de Golf van Venezuela, waarvan er twee zinken en de derde brandend op de kust strandt. Tijdens de aanvallen op de tankers sterven 47 zeelieden, waarvan 27 Antillianen. De volgende ochtend wordt de Duitse torpedo gevonden bij Eagle Beach, maar bij de ontmanteling ontploft die voortijdig. Nog eens vier marinemannen komen om. De paniek is groot en de reactie heftig. Families pakken hun bezittingen en vluchten weg van de kuststreek. Alles wat kan varen en vliegen wordt direct ingezet om te gaan zoeken naar de U-boten. De beroemde KLM Fokker F-XVIII ‘Snip’, nu te zien in het Curaçaosch Museum in Willemstad, stijgt als eerste op van Hato na zonsopkomst, gevolgd door Amerikaanse bommenwerpers. Alle oorlogsschepen worden de zee opgestuurd om de eilanden te helpen beveiligen. De scheepvaart rond de eilanden wordt stilgelegd en de schepen die nog op zee zijn worden haastig naar de dichtstbijzijnde haven begeleid. Direct wordt de bevolking opgeroepen om na zonsondergang de eilanden volledig te verduisteren. Het Duitse hoofdkwartier is niet tevreden met de eerste resultaten en geeft de U-502 opdracht om de Lago-raffinaderij te beschieten. Op 17 februari vaart de onderzeeboot onder water langs de kust van Aruba als het mis gaat. De U-502 loopt vast op de rotsen voor de haveningang van Oranjestad en moet boven water komen. Minuten lang worstelt de onderzeeboot om los te komen, op slechts enkele tientallen meters afstand van de haven. Een groot aantal totaal verbijsterde getuigen zien vanaf de wal de Duitse onderzeeboot, maar de verdedigers reageren te laat. De U-502 komt vrij van de rotsen, duikt snel weg en ontkomt aan de schepen en vliegtuigen die later naar haar zoeken. Maar de commandant van de U-502 moet aan zijn hoofdkwartier melden dat een aanval op de raffinaderij onmogelijk is. Aruba is totaal verduisterd en de zee wordt te scherp bewaakt. Twee maanden later probeert een andere U-boot het weer bij Curaçao en beschiet de olietanks bij Bullenbaai. De granaten missen echter doel, een kustbatterij vuurt direct terug en de onderzeeboot vlucht. De aanvallen op de schepen leiden tot een grote staking onder het personeel van de Curaçaosche Scheepvaart Maatschappij. Ze eisen betere veiligheidsmiddelen en meer gevarengeld. Honderden zeelieden, zowel officieren als schepelingen, worden in maart 1942 opgesloten in het CPIM-kamp te Suffisant en een commissie zoekt naar oplossingen. De officieren lossen het geschil op en gaan terug aan boord, maar ruim 400 Chinese zeelieden blijven weigeren. Op 20 april gaat het vervolgens helemaal mis als ordetroepen proberen werkwillige Chinezen uit het kamp te halen. De Chinezen vallen aan met messen en ijzeren staven en drijven de bewakers in het nauw. Het vuur wordt geopend, vijftien Chinezen komen om en er vallen veel gewonden aan beide zijden. Het incident leidt tot de val van gouverneur Wouters, die kort daarop wordt vervangen. In 1942 en 1943 worden rond de Benedenwindse eilanden regelmatig schepen aangevallen door Duitse onderzeeboten. De overlevenden, soms zwaar gewond, worden hier aan wal gebracht. De Amerikaanse gunboat USS Erie wordt op 12 november 1942 getorpedeerd voor de kust van Curaçao en de commandant zet haar op het strand bij de waterfabriek in Otrobanda. Het schip brandt uit en wordt later naar binnen gesleept, waar het in de Annabaai tegen de geopende pontjesbrug botst en veel schade veroorzaakt. Later zinkt het schip op de boei in het Schottegat, wordt gelicht en total loss verklaard. Zeven Amerikanen komen om bij de aanval, tientallen raken gewond. Op het hoogtepunt van de strijd dreigt er even een voedseltekort op de eilanden als de bevoorrading stokt doordat er teveel schepen tegelijk verloren gaan. De autoriteiten op de eilanden krijgen klachten van de Engelse en Amerikaanse bondgenoten over talloze veiligheidslekken en nemen maatregelen. Er komt een censuur op alle kranten, alle post en telegrammen worden gecontroleerd, bezoekende schepen worden doorzocht en de opvarenden krijgen bezoekerspassen. De haventerreinen worden afgesloten en de vrije handel beperkt. Vanaf 1944 lukt het de Duitsers niet meer om nog acties te ondernemen in het Caribisch gebied en de rust keert weer. De Amerikanen bouwen hun aanwezigheid langzaam af en de beperkingen voor de bevolking verdwijnen stap voor stap. In dat jaar bezoekt H.K.H. prinses Juliana de eilanden en ze brengt de hoop mee voor een snel einde aan de oorlog. Als in augustus 1945 uiteindelijk Japan capituleert, na eerder al Nazi Duitsland in mei, is de oorlog eindelijk voorbij. De buitenlandse troepen worden uitgezwaaid en alle restricties opgeheven. Het is tijd om de balans op te maken van vijf zware jaren. Ook op de Antillen en in Suriname, de enige delen van het Koninkrijk die niet door de vijand bezet zijn geweest tijdens de oorlog, is een hoge prijs betaald. Tientallen Antilliaanse zeelieden van alle zes eilanden verliezen hun leven op koopvaardijschepen tijdens aanvallen van Duitse onderzeeboten en vliegtuigen, maar slachtoffers zijn te vinden op alle continenten. Ze komen om bij de verdediging van Nederland en Nederlands Oost-Indië, in de Duitse vernietigingskampen, werkend aan de beruchte Birmaspoorweg, als verzetslid in bezet Nederland, in Japanse krijgsgevangenenkampen in Azië of als militair of burger tijdens de uitoefening van hun plicht. Meer dan 150 namen worden genoemd in het overzicht, waarvan 11 vrouwen en 12 kinderen. Twee zussen uit Willemstad komen samen om op hetzelfde schip, drie broers van Bonaire sterven op verschillende Lago-tankers. Het jongste slachtoffer is vijf weken oud, de oudste 83 jaar. Een deel van de namen staat op de oorlogsmonumenten vermeld, sommigen zijn pas recent uit onderzoek naar voren gekomen. Het onderzoek naar de oorlogsslachtoffers is uitgevoerd in samenwerking met de Nationale Archieven in Oranjestad en Willemstad en zal daar uiteindelijk in bewaring worden gegeven. Daarmee zijn onze slachtoffers en hun verhalen voor altijd toegankelijk voor iedereen die over deze zwarte periode in onze geschiedenis meer wil weten. Maar het onderzoek is nog niet compleet en daarvoor is de hulp van alle lezers nodig. Iedereen die iets kan vertellen over een persoon op deze lijst en daarmee een bijdrage kan leveren aan de kennis over onze geschiedenis, wordt van harte uitgenodigd om te reageren. Uw bijzondere aandacht wordt gevraagd voor vier personen van wie het verhaal nog onbekend is, Maximiliano Reginaldo Anthony (Bonaire 1922), Anton Bernard Martina (Curaçao 1883), Pablo Antonio Martina (Curaçao 1906) en Antonio Cerino Winklaar (Bonaire 1925). Op Aruba kunt u reageren bij Edric Croes, Archivo Nacional, Sabana Blanco 60, Oranjestad ( Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien. of tel. 297-583-4880), op Bonaire bij Boi Antoin ( Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien. of tel. 599-717-8482 / 599-786-6818) en op Curaçao bij Ruud Smits, Nationaal Archief, Scharlooweg 77-79, Willemstad ( Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien. of tel. 599-9-737 9269)
|











