Home Ñapa Ñapa ‘Het polijsten van de ruwe diamant’
‘Het polijsten van de ruwe diamant’ PDF Afdrukken E-mail
zaterdag, 18 februari 2012 00:00

Ja, opvallen, dat deden ze zeker tijdens hun wandeling door het Rif Fort. Niet in de laatste plaats omdat de 28-jarige Chalimar Francisca als gevolg van de lupus, een auto-immuunziekte, die hem in 2005 trof, niet meer zo kwik loopt als de doorsnee 28-jarige. Hij is zoals dat heet lichamelijk beperkt, ‘minder valide’ dus, en heeft een stok nodig om te lopen.

Tekst: Peter Onvlee Foto’s: Ken Wong

Maar er was meer. Ze, de 64-jarige Arida Vliegenthart begeleidde hem, droegen twee opvallend gekleurde doeken met zich mee. Schilderijen die ze graag te koop wilden aanbieden. Via de Mon Art Craft en Gift Shop van Daisy Casimiri, ook de eigenaresse van de iets verder gevestigde Mon Art Gallery in eveneens het Rif Fort. Voor de getalenteerde Francisca was dat volgens ‘lerares’ Vliegenthart op dit moment nog een brug te ver, maar in Mon Art, met veel handgemaakte cadeaus, souvenirs en kunstuitingen van vooral lokalen en gericht op de vele duizenden cruisepassagiers die de shop niet kunnen missen, moest er plaats voor hem zijn.

Die veronderstelling klopte. Mon Art wilde zich graag als verkoper over het werk van Chalimar Francisca ontfermen. En de afspraken daarover waren dan ook snel gemaakt. Maar nauwelijks weer buiten was de verrassing compleet. De Zwolse huisarts Evert Jan van Apeldoon had Fancisca en Vliegenthart door het Rif Fort zien lopen. Was onder de indruk en direct ook weg van de schilderijen. Hij klampte het tweetal aan. Of ze, die schilderijen dus, beide 60 bij 40 centimeter groot, ook te koop waren.

En om een lang verhaal kort te maken: Ineke van Riemsdijk van Mon Art die de deal met Francisca en Vliegenthart had gemaakt, vatte de zaak sportief op. Feliciteerde ze en natuurlijk, zo zei ze, mochten ze de twee doeken zelf verkopen. Afdracht aan Mon Art was niet nodig. Sterker nog: ze pakte de werken netjes in. “Ik had”, zegt ze, “dit op mijn eigen houtje gedaan. Werk hier pas twee jaar maar wist dat eigenaresse Casimiri dit goed zou vinden en zelf ook zou hebben gedaan. Iets wat even later ook bleek te kloppen toen ze van de gang van zaken op de hoogte werd gesteld.

In Mon Art hangen die vrijdagmorgen - een week na de gebeurtenis - niet minder dan drie nieuwe werken van Francisca aan de muur. Op het grootste doek vissen, op een iets kleiner werk vogels en op een ‘miniatuurtje’ opnieuw een vis. Namen hebben die doeken nog niet. “Ik heb hem wel gezegd dat hij dat moet gaan doen”, aldus Vliegenthart. Van haar hand in Mon Art ook enkele schilderwerkjes. Onder meer een met drie geproportioneerde Curaçaose dames met als naam Roddelen. “Ik heb hem erop gewezen dat een naam iets toevoegt aan een schilderij.” Ze is inmiddels een jaartje bezig om wat ze noemt hem op een aantal punten verder te helpen. Polijsten van een nog ruwe diamant. “Een talent”, zegt ze onomwonden.

Zo’n drie jaar verblijft Arida Vliegenthart nu alweer op Curaçao. Niet permanent, ze vliegt regelmatig nog naar Nederland terug. Het afgelopen jaar twee keer. Voor vier en zes weken was dat. In die periodes moet ze haar activiteiten voor de (officieel) cliënten van Fuphfi, Sentro de aktividat Mi Abilidat aan de Sta. Rosaweg 163 even op een laag pitje zetten. Ook toen ze als gevolg van een domme val haar pols brak. Sinds ruim een jaar geeft ze er een ochtend in de week schilder- en tekenlessen aan lichamelijk gehandicapten. Chalimar Francisca is daar één van. Al springt hij de laatste tijd regelmatig bij als Vliegenthart en de gedurende vijf maanden als een stagiaire aan het dagopvangcentrum verbonden Era Vogelpoel hun handen te vol hebben.

Vliegenthart heeft haar opleiding genoten aan de Kunstacademie in Rotterdam, de tegenwoordige Willem de Kooning Academie voor Beeldende Kunst vernoemd naar de bekende Amerikaanse kunstenaar van Nederlandse afkomst. Ooit als verstekeling naar New York gereisd waar zijn ster snel steeg. Zijn abstracte schilderijen zijn door bekende musea en mensen aangeschaft. Vliegenthart studeerde in Rotterdam af in de richtingen tekenen/schilderen en mode. Heeft vooral als mode-illustrator naam gemaakt. “Beter voor wie niet gewerkt?”, antwoordt ze op de vraag waar haar illustraties allemaal in hebben gestaan. Voor vele bladen, van de Geïllustreerde Pers bijvoorbeeld, maar ook voor grote inkoopcombinaties. “Bijna iedereen in Nederland moet mijn illustraties wel hebben gezien.”

Ze heeft er een streep onder gezet. Omdat ze niet meer vast in Nederland woont en te vaak op een neer naar Curaçao gaat. Maar als de Curaçaose huisarts Irene Braakman haar in Nederland, in het aan de Grevelingen gelegen Zuid-Hollandse Oudorp bezoekt, ziet zij daar haar illustraties. En later terug op Curaçao koppelt Braakman Vliegenthart aan Martha Gillen, de manager van Mi Abilitat. En sinds die tijd is Vliegenthart er als vrijwilliger op de dinsdagochtenden van 09.00 tot 12.00 uur volop actief.

Voor de foto met zijn werk aan de muur van Mon Art komt Chalimar Francisca met stok en hoed op samen met Era Vogelpoel het Rif Fort weer binnenlopen. “Ik ben wel ziek, mijn afweersysteem is ontregeld, mijn spieren zijn aangetast, maar mijn leven is niet af”, zegt hij als hij aan het tafeltje op het terras voor de shop heeft plaatsgenomen. Twee jaar nadat lupus zich openbaarde - het begon met donker zicht in de ogen en zich niet goed voelen; pas na drie maanden stelden de artsen de juiste diagnose - kreeg hij de ziekte met medicijnen onder controle, stabiliseerde de ziekte zich; iets wat nog steeds het geval is. “Ik kan er wel honderd mee worden”, lacht hij.

Hij heeft er mee leren leven. Vindt de naam van Mi Abilidat waar hij vijf ochtenden in de week van half tien tot twee uur, na de lunch, verblijft ook goed op hem slaan. Mijn tweede leven. “Er is iets gebeurd waardoor mijn leven is veranderd. Maar het is niet over.” In 2005 probeerde hij nog door te werken; bij het DOK waar hij ook schilderde. Namen op de boten en (scheeps)huidbewerking. Maar dat was kansloos. “Ik kon niet in de zon. Dat tast de cellen aan.” Zijn hoedje en zonnebril beschermen hem nu tegen die zonnestralen.

Sinds 21 september 2007 - hij weet de data opmerkelijk goed - verblijft hij bij Mi Abilidat. Tekenen en schilderen is zijn leven. Vanaf zijn twaalfde eigenlijk al, ook al was hij daarnaast sportief. Atletiek en wielrennen. Dat kan niet meer. Zijn eerste schilderij? Op de deur van zijn kamer; bij zijn grootmoeder en tante waar hij is opgegroeid nadat zijn moeder overleed toen hij 12 jaar was. Zijn vader heeft hij nooit gekend. Klagen over jeugd en ziekte; hij doet het niet. Is in alles bescheiden. Wimpelt het aanbod om wat te bestellen af. Wijst op zijn meegebrachte flesje water. Vindt dat genoeg.

Zijn eerste schilderij dus. Had net een nieuwe blouse met daarop een met een bal spelende hond. Vond dat beeld zo mooi dat hij het op de deur van zijn kamer schilderde. Hij bleef daarna met de kwast en olieverf actief. Vooral op papier en karton. Op linnen is hij pas dankzij Arida Vliegenthart gaan schilderen. “Ik probeer het gebruik van materialen te verbeteren”, zegt ze. Overtuigde hem dat hij beter acrylverf kon gebruiken. Is nu bezig om hem voor het afwerken van de doeken vernis op waterbasis te laten gebruiken en ook de randen van het doek mee te schilderen. “Hij was, hoewel hij vanaf zijn zeventiende ook enige tijd de inmiddels gesloten tekenacademie op het eiland volgde, gewend om door zijn werk bij het DOK andere verf te gebruiken. Verniste zijn werk ook af met tinner wat bij meubels wordt gebruikt.”

Schilderen, voor Chalimar Francisca is het alles. “Het geeft me een relaxt gevoel.” Hij is er thuis dagelijks wel een aantal uren mee bezig. De verkochte en te koop hangende doeken behoren ook tot dat eigen werk. “Wat ik leuk vind is dat de mensen mijn schilderijen leuk vinden, er blij van worden.” Vliegenthart wil hem verder helpen, ze gelooft erin. Maar ook: “Behalve dat ik hem leer andere materialen te gebruiken wil ik hem ook sterken in zijn eigen waarden. Dat hij meer naar buiten treedt. Zijn bescheidenheid van zich afwerpt.”

Hoewel nog in ontwikkeling herkent ze een speciale stijl. “Ik kan die herkennen, maar daarvoor moet je hem wel goed kennen. Voor een buitenstaander is dat misschien nog niet altijd even duidelijk.” Francisca schildert steeds vlakken en vult, kleurt die in. “Zijn doeken zijn een leuk spel van gekleurde vlakken, wat de voorstellingen ook zijn. Vrouwenhoofden, vissen, vogels, van alles. En de achtergrond bestaat ook nooit uit één kleur. Dat maakt het extra interessant.”

Aan de werken in Mon Art is bij nadere beschouwing die stijl, de tegen elkaar geschilderde vlakjes, ook terug te zien. “Maar”, weet Vliegenthart, “hij moet die nog wel verder uitbouwen.” De vogeltjes noemt Vliegenthart ‘echt mooi’. En Francisca zelf desgevraagd: “Het maakt mij niet zoveel uit wat ik schilder. Maar wel veel natuur ja.” Hij is blij met de signora, Arida Vliegenthart dus. “In het begin kwam ik pas om 10 uur bij Mi Abilidat. En kreeg steeds meer te horen dat hij al naar me had gevraagd. Is de signora er al? Nu kom ik eerder.”

In de ruimte aan de Sta. Rosaweg stonden de eerste keer toen ze er binnen kwam zes, zeven schildersezels. Ze maakt er nu al lang geen gebruik meer van. “Te ingewikkeld”, zegt ze. En legt uit: “De ezels beperken de mensen teveel als ze er achter moeten staan werken. Ze kunnen er slecht met hun materiaal, water en verf, mee uit de weg.” Op de dinsdagen wordt nu aan een grote lange tafel gewerkt. De gemiddeld zeven, acht mannen en vrouwen - Chalimar Francisca is met zijn 28 jaren de jongste, de oudste is bijna 80 - zitten rond die tafel. Drie, soms vier in rolstoelen. De rest loopt met stokken of een looprekje. Dat Francisca de jongste is valt te verklaren uit het feit dat een groot deel van de cliënten als gevolg van een hersenbloeding lichamelijke beperkingen heeft gekregen. En die bloedingen openbaren zich meestal op latere leeftijd.

Kwalitatief - als het om het schilderen en tekenen gaat - is er een groot verschil tussen de aanwezigen. Dus van talentvol tot bijna niets kunnend. “Maar geen enkel probleem. Het gaat om het plezier”, zegt Vliegenthart. Ze heeft er ook geen enkele moeite mee dat sommigen zich naar de tafel laten rijden om er gezellig te kletsen. “De sfeer is prima, ontspannend, relaxt dus”, beaamt Francisca. En Vliegenthart: “Soms schilder ik wat voor. Maar laat iedereen vooral zijn of haar gang gaan.” Af en toe schildert ze, juf Arida voor de meesten, een verbetering. Maar ze is daar voorzichtig mee. “Het moet hun schilderij blijven.”

Vliegenthart zegt ze zo een beetje verder te willen helpen. “Maar ik ben niet iemand die zegt: en nu iedereen een stilleven. Of een glas cola.” Ze loopt ook niet belerend rond dat de eclips, de middellijn ervan, niet goed is. “Ik ben zelf wel zo opgeleid.” Ze was vrij jong toen ze aan haar kunstopleiding begon. Als 16-jarige. Weet nog goed dat ze het de eerste keren best gek vond als een model in haar of zijn blootje het podium op stapte. “Later ga je dat gewoon vinden, zie je het lichaam gewoon als een object.”

Aan modelschilderen doet ze in Mi Abilidat niet. Geen ruimte voor, geen financiële middelen ook omdat modellen betaald moeten worden en te hoog gegrepen ook. Ze stelt zich op de dinsdagen gemakkelijk op. “Het belangrijkste is prettig bezig te zijn, de fantasie te ontwikkelen, happy te zijn.” Als erom wordt gevraagd om iets uit te leggen of voor te doen, doet ze het. Zoals in perspectief schilderen. Met de werken die tijdens de lessen worden gemaakt, probeert Mi Abilidat ook wat te doen. Ze worden bij diverse gelegenheden bijvoorbeeld te koop aangeboden. Onlangs nog bij het centrum zelf, 32 stuks om precies te zijn.”

Chalimar Francisca heeft de fotosessie in Mon Art achter de rug. Hij wordt door een handjevol cruisetoeristen die in de winkel rondneuzen aangestaard. Als wordt uitgelegd dat hij de schilder van die drie werken is, is de belangstelling zichtbaar groter. Zelf blijft hij echter weer de bescheidenheid zelve. Op de achtergrond. Maar geniet even later als hij verhaalt van zijn hand- en spandiensten aan de signora, aan Arida Vliegenthart. “Ik leer ze een beetje afwerken. Kleuren mengen ook.” En opeens heel zelfverzekerd: “Ik kan alle kleuren van de wereld maken met de vijf basiskleuren zwart, wit, rood, blauw en geel.” Vliegenthart beaamt: “Hij is daar echt heel goed in. Eigenlijk beter dan ikzelf.”

Chalimar Francisca met Arida Vleigenthart en een medecliënt van Mi Abilidat.