Home Ñapa Ñapa Asiento! (4)
Asiento! (4) PDF Afdrukken E-mail
zaterdag, 29 september 2012 06:00

Als opmaat tot de grote herdenking in 2013 van het feit dat Nederland 150 jaar geleden de slavernij in zijn koloniën heeft ‘afgeschaft’, neemt onze medewerker Fred de Haas de lezers van Éapa mee in een veelomvattend artikel over de slavernij van de klassieke oudheid tot heden. Er wordt ook aandacht besteed aan de interne Afrikaanse en de Arabische slavenhandel die zo mogelijk nog verwoestender was dan de Atlantische.

Als een Phoenix die uit de as van de slavernij verrijst zien we tenslotte de geboorte van authentieke Creoolse culturen, waarin muziek en religie zo’n kenmerkende rol spelen.

Tekst: Fred de Haas

 

Felipe Guaman Poma de Ayala

Ayala, een Peruaanse Indiaan tussen twee vuren. De reden waarom ik in dit artikel wat plaats wil inruimen voor Guaman Poma de Ayala is dat men zo weinig hoort en leest over het standpunt van de autochtone Indiaan in de tijd van de Spaanse overheersing en de ‘Atlantische’ slavernij. Guaman Poma is een goed voorbeeld van het denken van de ontwikkelde Indiaan uit die tijd.

Felipe Guaman Poma de Ayala (geboren circa 1550) was een Indiaan van adel uit de tegenwoordige Peruaanse provincie Ayacucho. Hij sprak Quechua en Spaans - dat hij overigens grammaticaal niet helemaal beheerste - en diende als tolk bij Fray Cristóbal de Albornoz. In die hoedanigheid reisde hij veel en maakte kennis met de manier waarop de Spanjaarden zijn land en volk regeerden. De neerslag van zijn observaties is te vinden in zijn ‘Nueva Crónica y buen gobierno’ die hij schreef rond het jaar 1615 en die is gedigitaliseerd door de Koninklijke Bibliotheek van Kopenhagen (op het internet te vinden).

Guaman Poma zag ook hoe de ‘negers’ in Perú werden behandeld en vergeleek dit met de situatie waarin de oorspronkelijke Indiaanse bewoners verkeerden. Hij pleitte in zijn werk voor gelijke behandeling en kan met een beetje goede wil worden beschouwd als een vroeg socialistisch denker. Hij had trouwens veel van zijn kennis en manier van beschouwen te danken aan Bartolomé de las Casas, de geestelijke die zich had ingezet voor het lot van de tot slaaf gemaakte Indianen en er aldus - min of meer ongewild - voor had gezorgd dat men Afrikanen als slaaf ging gebruiken. Later had Bartolomé de las Casas daar spijt van en keurde die praktijk af. Guaman Poma heeft dit echter niet meer meegemaakt.

Het is curieus om te lezen hoe Guaman Poma onderscheid maakt tussen ‘Negros bozales’, de direct uit Afrika ingevoerde slaven en ‘Negros criollos’, de Afrikanen die in de kolonie waren geboren en voor wie hij geen goed woord over heeft. Over de ‘bozales’ schrijft hij onder meer het volgende (in het Spaans van begin 17e eeuw):

‘Estos son fieles, creen en Dios, guardan los mandamientos y las santas buenas obras y obedesen a sus amos. Cree más presto la fe y trabaja con sus prógimos. Tienen caridad, amorosos; de bozales salen buenos esclabos pues que San Juan Buenauentura salió de ellos. Dizen los españoles negros bozales no uale nada. No saue lo que se dizen. Lo que a de tener enseñalle con amor y criansa y dotrina. Uale déstos por dos negros criollos un bozal; de bozal salen santos’.

(Vertaling: ‘Die echte Afrikanen zijn trouw, geloven in God, houden zich aan de tien geboden, doen aan goede werken en gehoorzamen hun meesters. Ze nemen het geloof sneller aan en zijn coöperatief; ze hebben hun naasten lief en zijn goedhartig; het zijn goede slaven want de heilige Johannes Buenaventura is immers uit hen voortgekomen. De Spanjaarden zeggen dat de direct uit Afrika ingevoerde slaven niets waard zijn. Maar ze weten niet wat ze zeggen. Je moet ze liefde en geloof bijbrengen. Dan is één echte Afrikaan net zoveel waard als twee Creoolse Afrikanen; echte Afrikanen brengen heiligen voort’).

We zien dus dat de Indiaan Guaman Poma de slavernij, curieus genoeg, beschouwt als een gegeven en ook geen enkele kritiek heeft op de katholieke godsdienst.

Even verder lezen we hoe hij denkt over de zwarte Creolen die in de koloniën zijn geboren:

‘Cómo los negros y negras criollos son bachilleres y rreboltosos, mentirosos, ladrones y rrobadores y salteadores, jugadores, borrachos, tauaqueros, tranposos, de mal beuir y de puro uellaco matan a sus amos y rresponde de boca. Tiene rrozario en la mano y lo que piensa es de hurtar y no le aprouecha sermón ni predicación ni asotes ni pringalle con tocino. Mientras más castigo, más uellaco, y no ay rremedio, ciendo negro o negra ciolla’.

(Vertaling: ‘Wat zijn die Creoolse negers en negerinnen van hier toch babbelziek en twistziek, leugenachtig en diefachtig; het zijn rovers en struikrovers, gokkers, dronkenlappen, rokers, oplichters, ze leven er maar op los, het zijn schurken, doden hun meesters en zijn zo brutaal als de pest. Ze lopen met de rozenkrans in hun hand en denken alleen maar aan stelen: ze zijn ongevoelig voor preken en goede woorden, voor slaag en verwennerij. Hoe zwaarder ze worden gestraft hoe schurkachtiger ze worden en daar is niets aan te doen. Het zijn immers Creoolse negers en negerinnen van hier’).

Overigens is hij van mening dat met goed onderwijs en een behoorlijke behandeling er best wat te maken valt van de Creoolse negers en negerinnen.

Het loont de moeite om eens een kijkje te nemen op de gedigitaliseerde versie op de website, want Guaman heeft niet alleen uitgebreid en scherp geschreven over het koloniale misbruik, maar ook nog tal van leuke en mooie tekeningen gemaakt bij zijn werk.

Afrikanen in Zuid-Amerika

Hoewel dit onderwerp eigenlijk te veelomvattend is om in het bestek van dit artikel te behandelen, is het toch interessant om de lezer een idee te geven van de invloed van miljoenen Afrikanen in het Caribisch gebied en de landen van Latijns-Amerika. We zullen een selectie maken van de gebieden waarin deze aanwezigheid in sociaal en cultureel opzicht nog steeds duidelijk aanwezig is. Vanuit het oogpunt van de Curaçaose geschiedenis ligt het voor de hand om de blik te richten op Spaanssprekende landen als Cuba, Venezuela, Colombia, Santo Domingo en Puerto Rico.

Cuba

Driekwart van de Afrikanen kwam in de eerste helft van de 19e eeuw naar Cuba. In totaal waren er in die tijd ongeveer 850.000, van wie er nog velen Afrikaanse talen spraken. Men duidde de Yoruba uit Nigeria aan met de term ‘Lukumí’. Ook de term ‘Carabalí’ kom je vaak tegen. Dat woord is afgeleid van ‘Calabar’, de oostelijke kuststreek van het huidige Nigeria. Het is een naam die over heel Latijns-Amerika verspreid is, sinds de vroegste tijden. De Colombiaanse priester Sandóval merkte in 1627 het volgende over hen op: ‘Los caravalíes son incontables y no se entienden unos a otros, ni hablan lenguas mutuamente inteligibles...’ (Vertaling: ‘Er zijn talloos veel Carabalí’s en ze verstaan elkaar niet en spreken ook geen onderling verstaanbare talen...’). Zie ook Pérez, Nancy e.a. ‘El cabildo carabalí isuama’, 1982, Santiago de Cuba.

Nog vager is de aanduiding ‘Mandinga’. Vanaf de vroegste tijden werd die term gebruikt om elke uit West-Afrika afkomstige ‘zwarte’ aan te duiden.

Nog zo’n onduidelijke term is ‘Kongo’. In Cuba betrof het duidelijk Afrikanen die Bantoetalen spraken, voornamelijk Kikongo uit het noordelijk deel van de Kongo. Die taal is blijven voortbestaan in de religieuze rituelen en liederen van de Afrikaanse (met Europees-religieuze gebruiken doorspekte) rituelen die bekend staan onder de naam ‘Regla de Congo’, ‘Palo monte’ of ‘Mayombe’. Een verzamelnaam voor die religieuze fenomenen in Cuba is ‘Santería’.

In de negentiende eeuw was er veel sprake van arbeidsmigratie van de andere eilanden. Ook vanuit Aruba en Curaçao. Een zekere Gerardus Bosch had mensen in het Cubaanse Cienfuegos Papiaments horen praten (D.C. Hesseling, 1933, ‘Papiamento en Negerhollands’, Tijdschrift voor Nederlandsche Taal- en Letterkunde, 52/2). Ook kwam Papiaments in andere delen van Cuba voor. Cubanen noemden het wel ‘español arañado’ (Spaans met krassen). De meeste arbeiders kwamen uit het nabijgelegen Haïti. Alejo Carpentier schreef over de ellendige omstandigheden van die mensen in zijn boek ‘Ecue-Yamba-O’.

Santo Domingo

Santo Domingo, het oostelijk deel van het vroegere ‘Hispaniola’ (La Española) moest al gauw haar aanvankelijk belangrijke rol in het Spaanse koloniale rijk afstaan aan landen als Mexico en Perú waar goud en zilver in overvloed aanwezig waren. In tegenstelling tot het westelijk deel van ‘Hispaniola’, het latere Haïti, waren er betrekkelijk weinig Afrikaanse slaven in Santo Domingo. De Spanjaarden waren bang geworden sinds de eerste slavenopstand van 1521 op de plantage van Diego Columbus en hielden het aantal Afrikanen bewust klein.

De Dominicaanse Afrikanen waren over het algemeen ‘criollos’, mensen die in het land zelf waren geboren.

Na de onafhankelijkheid van Haïti, zijn er duizenden Haïtianen naar Santo Domingo gekomen. Het land heeft zelfs een invasie en bezetting van het Haïtiaanse leger gekend. Er kwamen ook immigranten uit Cuba en Puerto Rico, Syriërs, Chinezen, arbeiders uit Barbados en Jamaica die ‘cocolos’ werden genoemd. Ook kwamen er Sefardisch joodse handelaren uit Curaçao die in een wijk woonden die ‘Punda’ heette.

Bij al die invloed van het Haïtiaanse Creools is het een wonder dat het Spaans zich heeft weten te handhaven. Dat was vooral te danken aan het onderwijs en de verbeterde communicatiemiddelen.

Puerto Rico

Ook in Puerto Rico bleef het aantal Afrikanen relatief klein. Er zijn vooral aan het eind van de 18e, begin 19e eeuw Afrikanen ingevoerd uit alle delen van Afrika (onder meer uit Senegambia, Sierra Leone, Bénin, Ghana, Nigeria, Kongo en Angola). Ook kwamen er slaven uit Curaçao in Puerto Rico terecht, vooral in het westelijk deel van het eiland. Later kwamen er ook ‘vrije’ emigranten uit Aruba en Curaçao.

Puerto Rico werd één grote smeltkroes van Caribiërs en Creoolse talen. Een tijdlang was het zogenaamde ‘Negerhollands’ dat door Afrikanen van de Virgin eilanden werd gesproken een belangrijk communicatiemiddel onder de zwarte bevolking (D.C. Hesseling, 1933, Papiamento en Negerhollands. Tijdschrift voor Nederlandsche Taal- en Letterkunde nr 52).

Maar het aantal mensen van Afrikaanse afkomst was te klein om het mogelijk te maken dat er Afrikaanse tradities in stand bleven, al zijn er wel Afrikaanse culturele overblijfselen te vinden, bijvoorbeeld in de muziek. De ‘Plena’ is hiervan een voorbeeld. Kijkt u maar op YouTube (Plena Puertorriqueña Javielito Oquendo jr quinto de plena canta John Rivera).

Wie meer wil weten over de Afrikaanse erfenis van Puerto Rico kan luisteren en kijken naar ‘African History in Puerto Rico, YouTube’. Hoewel de titel Engels is wordt er alleen (mooi) Spaans gesproken. Hij beperkt zich niet tot Puerto Rico maar schenkt aandacht aan de spirituele Afrikaanse erfenis in het algemeen.

Colombia

Via de havens Cartagena, Riohacha en Santa Marta kwamen duizenden Afrikanen Colombia binnen. In de eerste tijd kwamen ze uit Senegambia, Sierra Leone en de Goudkust (Ghana), in de 17e eeuw uit Nigeria en later uit Kongo en Angola.

Ze werkten in de landbouw en de mijnen (Popayán, Chocó, Valle de Cauca, Cali, Zaragoza, Antioquia).

Bekend is de nederzetting voor gevluchte slaven Palenque de San Basilio (zie: Palenque de San Basilio, Colombia Ucros Travel, YouTube). De Creoolse taal die daar wordt gesproken is bestudeerd door onder anderen Armin Schwegler. U kunt de taal horen als u de koppeling op YouTube aanklikt.

Gemeenschappen van gevluchte slaven waren in heel Colombia te vinden. In de steden hadden ze ook verenigingen (cabildos) die gebaseerd waren op de ethnische groepen waartoe ze behoorden (Arará, Mandinga, Mina etc.).

Ik zou op deze plaats wat uitgebreider willen ingaan op de situatie van de Afrikaanse bevolking in Colombia. Uiteindelijk ligt het land vlak voor de Antilliaanse eilanden en heel dicht bij Aruba. Culturele raakvlakken laten zich gemakkelijk vinden.

Hoewel Colombia, na de Verenigde Staten en Brazilië, het land is met de meeste inwoners van Afrikaanse afkomst (één op de vier Colombianen is van Afrikaanse origine) wordt Colombia in de Grondwet van 1991 nog steeds gezien als een land van mestiezen, mensen die een gemengd Europees-Indiaanse afstamming hebben (vergelijk Aruba). De koppigheid waarmee Colombia nog steeds zo wordt voorgesteld vindt zijn oorzaak in het feit dat de bevolking van Bogotá en de centrale hoogvlakte al vanaf de 18e eeuw Europees-Indiaans van afstamming is. Degenen die er ‘anders’ uitzagen bleven comfortabel uit het zicht.

Als men de blik echter ook naar andere streken had gewend, zou zich een heel ander beeld hebben voorgedaan.

Al in de 18e eeuw leefde één vijfde deel van de Afrikaanse bevolking aan de Caribische kust. Nog eens één vijfde deel van de zwarte bevolking leefde in Antioquia en de bergen van het zuiden (Popayán, Pasto). Helemaal Afrikaans was de 3 procent van de bevolking die aan de kust van de Stille Oceaan verbleef. Een groot deel van de Afrikaanse bevolking vindt men in de Cauca-vallei, de Patía-vallei en langs de oevers van de Magdalena-rivier. Ook waren er dus de puur Afrikaanse gemeenschappen in Colombia te vinden van gevluchte slaven, zoals de Palenque de San Basilio bij Cartagena, die in het begin van de 18e eeuw zelfs een beperkte autonomie van Spanje kreeg.

Dank zij de Wet 70 van 1993 (‘Ley 70 de negritudes’, ook op internet te vinden) werd eindelijk erkend dat de zwarte gemeenschappen aan de Pacifische kust recht hadden op een eigen culturele identiteit. Ik citeer een deel uit de wet die ook een beschrijving geeft van wat er onder een ‘zwarte gemeenschap’ moet worden verstaan:

Comunidad negra: Conjunto de familias de descendencia afrocolombiana que poseen una cultura propia, comparten una historia y tienen sus propias tradiciones y costumbres dentro de la relación campo - poblado que revelan y conservan conciencia de identidad que los distinguen de otros grupos étnicos.

(Vertaling: Onder zwarte gemeenschap wordt hier verstaan een geheel van families van Afro-Colombiaanse afkomst die een eigen cultuur, een eigen geschiedenis en haar eigen tradities en gewoonten binnen het kader platteland-dorp hebben, blijk geven van en zich nog steeds bewust zijn van het feit dat ze een eigen identiteit hebben die hen onderscheidt van andere ethnische groepen).

Principios: (Beginselen)

• Reconocimiento y protección de la diversidad étnica y cultural. Derecho a la igualdad.

(Vertaling: Erkenning en bescherming van de etnische en culturele verscheidenheid. Recht op gelijkheid).

• Respeto a la integridad y a la dignidad cultural de las comunidades negras.

(Vertaling: Respect voor de integriteit en de culturele waardigheid van de zwarte gemeenschappen).

Participación de la comunidad y de las organizaciones de las negritudes, sin detrimento de su autonomía, en las decisiones que las afectan y en las de la nación.

(Vertaling: Deelname van de gemeenschap en de organisaties van de zwarte groeperingen aan de beslissingen die hen en de natie betreffen, zonder dat dit hun autonomie aantast).

Enzovoorts. Eigenlijk is het te gek voor woorden dat deze mensen zolang op erkenning hebben moeten wachten en daaruit kan men afleiden hoe het gesteld was met de situatie vóórdat die wet er kwam. Overigens heeft de ‘Ley 70’ geen betrekking op de zwarte gemeenschappen in de Cauca-vallei en aan de Caribische kust. Daarvoor moet kennelijk nog een traject worden afgelegd.

Wordt vervolgd...