Home Ñapa Ñapa Asiento! (5)
Asiento! (5) PDF Afdrukken E-mail
zaterdag, 06 oktober 2012 06:00

Als opmaat tot de grote herdenking in 2013 van het feit dat Nederland 150 jaar geleden de slavernij in zijn koloniën heeft ‘afgeschaft’, neemt onze medewerker Fred de Haas de lezers van Éapa mee in een veelomvattend artikel over de slavernij van de klassieke oudheid tot heden. Er wordt ook aandacht besteed aan de interne Afrikaanse en de Arabische slavenhandel die zo mogelijk nog verwoestender was dan de Atlantische.

Als een Phoenix die uit de as van de slavernij verrijst zien we tenslotte de geboorte van authentieke Creoolse culturen, waarin muziek en religie zo’n kenmerkende rol spelen.

Tekst: Fred de Haas

Hoe keek men in de koloniale tijd in Colombia tegen de mensen van Afrikaanse herkomst aan?

Het laagst op de sociale ladder stond de rechtstreeks uit Afrika aangevoerde ‘negerin’. Het hoogst genoteerd stond ‘vanzelfsprekend’ de Spanjaard. Daartussen had je een groot aantal categorieën die we nu maar laten voor wat ze waren.

Ook de kerkelijke doopboeken maakten onderscheid tussen blanken en niet-blanken. Pas tegen het midden van de 19e eeuw verdween die gewoonte en ook de volkstellingen vermeldden niet langer het ras. Ook al om interne spanningen te vermijden, waarschijnlijk. Curieus genoeg ‘verdween’ als het ware de niet-blanke uit de officiële cijfers en kon dus gemakkelijk over het hoofd worden gezien door mensen die daar belang bij hadden. Immers, wat niet weet dat niet deert.

Ondanks die ‘verborgenheid’ van de niet-blanke bleef de Colombiaanse elite zich zorgen maken over de raciale samenstelling van de bevolking (mestiezen, mulatten, indianen, negers) en gaf hun maar al te graag de schuld van de geringe economische vooruitgang. Ze werd daarbij gesteund door de abjecte opvattingen van de Fransman J.A. Gobineau. Ik kan de geschriften van die man niet aanraden. Je wordt er niet goed van.

Vooral ‘negers’ en ‘indianen’ werden door de elite als hinderpalen gezien. De elite hoopte dat ze door vermenging langzaam maar zeker ‘witter’ zouden worden, zodat ‘het probleem’ vanzelf zou verdwijnen. Nu was het maar niks. Negers werden gezien als lui en indianen als dom. Omdat de natuur voldoende en gemakkelijk voedsel bood (vruchten, vis, groenten) hadden deze mensen genoeg tijd om te luieren. En dat is niet goed voor de economie.

Er waren natuurlijk ook mensen die er anders over dachten, maar daar werd niet naar geluisterd.

In 1901 schreef F.J. Vergara y Velasco het volgende in zijn ‘Nueva Geografía de Colombia’:

‘Wat de zwarte Caribische kustbewoners betreft, die zijn babbelziek, ijdel, opschepperig, moediger dan hun soortgenoten langs de Magdalena en in de departementen Bolívar en Panamá; ze zijn dus duidelijk anders dan de blanken en mestiezen van het kustgebied met wie ze de indolentie, het vrolijke karakter, een voorkeur voor feesten en partijen en een speciaal accent delen’.

Volgens menigeen was echter de Indiaan het grootste struikelblok. De Indiaan werd beschouwd als ouwelijk, in zichzelf gekeerd en somber. Nee, dan de negers. Dat waren net grote kinderen en ze hielden van muziek, dansen en lachen. Ze namen wel de taal en religie over, maar gooiden er ook een flinke scheut magie en bijgeloof bij. Hoewel de neger een grote ijdeltuit was, was ie ook een trouwe vriend. De heer López de Mesa (Los problemas de la raza colombiana, Bogotá, 1920) was eveneens van mening dat zowel de Indiaan als de Neger zich konden ‘verbeteren’ door vermenging met blanken.

Pas in de jaren 50 begon men zich in Colombia te interesseren voor het Afrikaanse element in de bevolking, vooral dank zij het werk van de Amerikaanse antropoloog Herskovits en zijn Colombiaanse leerlingen. Men begon te schrijven over de Palenque de San Basilio en over de zwarte folklore en muziek. In de jaren 70 droegen Nina Friedemann en Jaime Arocha bij tot de zwarte bewustwording en begeleidden ook het proces dat uiteindelijk zou leiden tot de ‘Ley 70 de Negritudes’ van 1993 (zie aflevering 4 in deze serie).

Vanwege de zeer nabije ligging van Venezuela ligt het voor de hand om, net als bij Colombia, iets dieper in te gaan op de Afrikaanse aanwezigheid in dat land, ook al omdat er, cultureel gezien, veel raakvlakken te vinden zijn met de tradities van de ABC-eilanden.

Venezuela

Venezuela neemt een aparte plaats in waar het de Creoolse cultuur betreft. Venezuela heeft nooit die grote aantallen Afrikanen te verwerken gekregen als in andere landen. Dat heeft tot gevolg gehad dat de bevolking een vrij homogeen karakter heeft gekregen. Vanaf het begin was er sprake van een grote rasvermenging die ervoor zorgde dat de tegenstellingen in de bevolking maar een fractie waren van wat er aan racisme en etnocentrisme in andere gekoloniseerde gebieden bestond. Iedereen voelt zich ‘criollo’. Van belang is niet de kleur die je hebt, maar vooral wat je van jezelf hebt gemaakt. In dit verband is het interessant te weten dat zowel Spanjaarden als Portugezen in de koloniale tijd als regel geen Europese vrouwen meenamen, maar samenwoonden met Afrikaanse of inheemse vrouwen. Dat zorgde ervoor dat er andere relaties ontstonden dan bijvoorbeeld in een land als Curaçao waar dit niet het geval was en etnocentrisme en racisme zich gemakkelijk konden ontwikkelen. Het door racisme ingegeven xenofobe superioriteitsgevoel van de Hollanders zorgde er op de Antillen ook voor dat een excuus voor slavernij en onderdrukking hiermee gauw gevonden was. In Venezuela was dit dus niet het geval, hoewel er daar wel een sterk ontwikkeld klassebewustzijn was en is.

De eerste Afrikaanse slaven die in de 16e eeuw naar Venezuela werden gebracht werden ingezet als parelduikers rond het eiland Margarita en als arbeiders op de tabaks-, koffie-, cacao- en suikerplantages. Deze plantages waren in geen enkel opzicht te vergelijken met de uitgestrekte plantages in andere landen. Het was allemaal wat kleinschaliger en omdat de Afrikanen veel in eigen gemeenschappen leefden waar ook Indianen en mulatten naartoe trokken, is er veel Afrikaans cultuurgoed bewaard gebleven. Niet zozeer in de oorspronkelijke vorm, maar in een nieuw ontwikkelde Creoolse vorm die maar heel in de verte nog aan Afrika doet denken, hoewel in de Creoolse muziek natuurlijk de trommels en de ritmes een overweldigende verwijzing naar de vroegere herkomst zijn (Tambores en Cuyagua, YouTube) evenals de afwisseling van solozanger en koor. Vooral ook in de magisch-religieuze rituelen treden de Afrikaanse elementen duidelijk naar voren.

Afrikaans en Creools cultuurgoed

Omdat de Afrikanen uit zoveel verschillende Afrikaanse gebieden kwamen is het logisch dat zij geen samenhangend cultuursysteem met zich meebrachten. Zij moesten het doen met wat zij zich herinnerden van hun oude Afrikaanse gebruiken en van daaruit hebben zij een geheel eigen Creoolse cultuur ontwikkeld.

Hun religieuze denkbeelden lagen niet zo ver af van die van de Europeanen. Ook de Afrikanen geloofden in een Opperwezen dat hoog boven hen verheven was, maar zich niet bemoeide met het wel en wee van de mensen op de aarde. Daarvoor had ie zijn helpers in de vorm van allerlei mindere goden die al of niet stiekem samenvielen met de katholieke engelen en heiligen. In plaats van priesters hadden de Afrikanen medicijnmannen (brujos of ‘heksen’) die voorzagen in een behoefte aan magie en ook fungeerden als psychiater en dokter. De Afrikanen waren uiterst praktisch. Ze baden niet tot hun goden om deze te vereren, maar vroegen hen om hulp en waren bereid om hiervoor ook materiële offers te brengen. De Afrikanen werden bij aankomst in de Spaanse kolonies meteen katholiek gedoopt, maar daarna moesten ze het maar zelf uitzoeken. Vandaar dat er een typisch Afrikaanse manier van omgaan met de katholieke godsdienst heeft kunnen ontstaan, een praktisch soort volkskatholicisme.

Sommige belangrijke Spaanse tradities zijn grotendeels verloren gegaan in Venezuela. De ‘Semana Santa’ die in Spanje zo druk wordt gevierd is een onbekend fenomeen langs de Venezolaanse kust. Alleen in het Andesgebied hebben de afstammelingen van de Spaanse kolonisten nog wat van die traditie kunnen bewaren.

In verschillende Venezolaanse dorpen, onder meer in Chuao, worden nog Duivelsdansen (The Diablos Danzantes of Chuao, Venezuela, YouTube en Diablos danzantes de Turiamo, YouTube) opgevoerd om geluk en voorspoed af te smeken. Duivels worden beschouwd als geesten van de voorouders. Duivels dansen op straat, wonen ook de katholieke mis bij en komen in huizen van de mensen die een deal met de voorouders willen sluiten. Merkwaardig is dat de dansers, net als in West-Afrika zich tooien met maskers en kleding die hun identiteit verbergen. Nieuwsgierige kijkers moeten niet al te dichtbij komen omdat de gemaskerde dansers bovennatuurlijke wezens voorstellen.

Overigens hebben dit soort dansen die worden uitgevoerd op de dag van Corpus Christi hun wortels in Spanje waar ze in de 14e en 15e eeuw erg populair waren en soms zo begonnen te lijken op uit de hand gelopen carnavals dat de Kerk er een eind aan maakte. Maar de Afrikanen hebben die traditie met graagte van de eerste Spaanse kolonisten overgenomen.

Heiligen en bijna-heiligen

San Juan, San Pedro, San Antonio, San Benito, de Maagd van Coromoto en Maria Lionza zijn erg populair bij de Venezolaanse bevolking. Het zijn overigens heiligen met wie in Venezuela op een nog uitbundiger manier wordt omgegaan dan in Spanje, waar de rituelen rond Sint Jan (San Juan) zijn ontstaan.

Het feest van de eerste drie wordt gevierd in de zomer (juni) en dat van de heilige Benedictus (San Benito) in de ‘winter’ (december). Als u een kijkje wilt nemen in een paar steden waar het Sint Jansfeest en andere feesten worden gevierd, ga dan eens naar YouTube: ‘Tambores de San Juan 2010, Curiepe - Venezuela’.

Ook in de theaters wordt uitzinnig gedanst (Honor a San Juan, YouTube). Wie de heilige Benedictus door een enthousiaste menigte wil zien ronddragen en het volkskatholicisme in volle actie wil meebeleven kan kijken op YouTube bij ‘San Benito 27 Diciembre 2011 - Entrega del Santo - Cabimas’. Er is niet alleen plaats voor virtuoos bespeelde trommels in Venezuela maar ook voor een suikerzoete verering voor de Maagd van Coromoto. De harpmuziek maakt veel goed (YouTube: homenaje a la virgen de coromoto.wmv). Vrolijke cuatros begeleiden de ‘Parranda’ van Sint Pieter / San Pedro (YouTube: Parranda de San Pedro Estado Miranda).

Wilt u weten waar de Zuid-Amerikaanse Mariaverering vandaan komt? Kijk maar eens hoe in Spanje een uitzinnige menigte Andalusiërs de baldakijn van de Maagd Maria omringt op YouTube Salida Virgen del Rocío 2011. Wie allerlei Maria’s wil zien moet eens kijken op YouTube Sevilla de Esperanza...Macarena. Maar je wordt er wel een beetje triest van.

María Lionza

Het Venezolaanse feest waar de emoties het hoogst oplopen is dat van Maria Lionza, een Indiaanse ‘heilige’ en een soort natuurgodin. Maria Lionza heeft honderdduizenden aanhangers. Blank, bruin en zwart doen allemaal even enthousiast mee. De aanhangers zijn over het algemeen allemaal katholiek maar dat mag de pret niet drukken. Magische of pseudo-magische krachten spelen een grote rol bij de rituelen van Maria Lionza en het lijkt erop dat de cultus hoe langer hoe populairder wordt.

Als je over vuur wilt kunnen lopen zonder je voeten te verbranden zou je eerst in contact moeten komen met ‘bovenaardse geesten’. Maar de wetenschap heeft een heel aardse verklaring voor dit fenomeen: de houtskolen worden verbrand tot ze niet meer vlammen. De aslaag zorgt voor een isolerende werking. Houtskool is een slechte warmtegeleider. Omdat dit lopen over vuur meestal ‘s nachts plaatsvindt verspreiden de kolen nog een spectaculaire rode gloed door de aslaag heen. Ook de vochtlaag onder de voeten heeft een isolerende werking. ‘Bovenaardse geesten’ hoeven dan zelf weinig meer aan te doen.

De voornaamste personen die een rol spelen in de cultus zijn María Lionza, Negro Primero (de zwarte generaal van Simón Bolívar) en het Indiaanse Opperhoofd Guaicaipuro. Ze symboliseren de drie rassen die vreedzaam samenleven.

Bezetenheid, trance, trommels, dierenoffers horen er allemaal bij. Elk ritueel wordt geleid door een spiritueel leider, een zogenaamde ‘banco’. De banco geeft goede raad en doet aan duiveluitdrijving en toekomstvoorspelling.

De uit Cuba ingevoerde Santería (een ‘godsdienst’ die werd bedreven in Nigeria en in de slaventijd door de Yoruba werd ingevoerd in Cuba) doet zijn niet geringe invloed gelden op de cultus van María Lionza.

Kijkt u maar eens naar de volgende video’s en laat u op YouTube overrompelen: María Lionza de Venezuela 4/5, Montaña de Sorte, Yaracuy, Venevisión; María Lionza 5/5 Montaña de Sorte, Yaracuy Venezuela, Radio Caracas Televisión.

Wat de mensen vooral vinden in de cultus van María Lionza is wat een ‘gelovige’ noemt ‘satisfacción espiritual’, geestelijke bevrediging. Dat is iets wat de katholieke Kerk kennelijk niet in staat was aan de mensen te geven. Vandaar dat allerlei culten die een beroep doen op de emotionaliteit van de mensen zoals op Curaçao de House of Worship, de Heiligen der Laatste Dagen en de Pinkstergemeente, waar zelfs door gelovigen wordt gesproken in ‘tongen’ (= wartaal), zich vaak in een zekere populariteit mogen verheugen.

De cynische reporters van de Venezolaanse radio en televisie waren, overigens, niet in staat om met hun kritische vragen de Maria Lionza-gelovigen van hun stuk te brengen. Maar is dat niet juist het kenmerk van de ware gelovige?

Beste lezers, ik ben aan het eind gekomen van wat ik u wilde laten zien: de barre tocht die de zwarte bewoners van de Latijns-Amerikaanse gebieden hebben moeten afleggen voordat zij zich als erkende of gedeeltelijk erkende burgers hadden gevestigd in de verschillende landen die noodgedwongen hun nieuwe vaderlanden zijn geworden.

In deze serie artikelen hebben we een glimp kunnen opvangen van de vindingrijkheid die door hen is tentoongespreid tijdens het roeien met de schamele riemen die ze hadden om hun oude culturen gedeeltelijk voort te zetten en verder uit te bouwen tot volledig Creoolse culturen, waarvan sommige worden gedragen door een geheel eigen taal, zoals het Frans Creools en het Papiamentu.

Hun geschiedenis is nog lang niet afgelopen. Stuiptrekkingen van stervende oude tijden zijn nog overal waar te nemen, niet in de laatste plaats op Curaçao, het eiland dat nog een lange weg te gaan heeft.