| ‘Het komt allemaal door jou’ |
|
|
|
| zaterdag, 20 oktober 2012 06:00 | |||
|
Zanger Lou Prince: ,,Als je Lou zegt, zegt je dushi Korsou."
Een houten gitaar, blikjes en pannen, vorken en lepels. Zo begon hij in de Heelsumstraat in Steenrijk met musiceren: Lou Prince. Inmiddels is hij uitgegroeid tot een zanger van formaat, die optrad in Kaapstad, Las Vegas, Portugal, maar ook met regelmaat weer op Curaçaose bodem te vinden is. “Want als je Lou zegt, zeg je Curaçao.” Tekst en foto’s: Mineke de Vries “Als die vliegtuigdeuren opengaan en ik Curaçao ruik, dan ben ik echt weer thuis”, aldus Lou Prince. Hij komt een aantal keren per jaar ‘naar huis’ en heeft dan weer maanden moeite om in Nederland te acclimatiseren. “Ik blijf dan met die beelden zitten.” Hij zingt behalve onder meer in het Engels, Nederlands en Spaans ook veel in het Papiamentu: voor het thuisfront, waar dat dan ook ter wereld is. Bij al zijn optredens willen mensen zijn taal horen, de Antillianen, maar ook mensen die benieuwd zijn hoe dat nou klinkt, dat Papiamentu. Lou Prince: “Mensen zijn geïnteresseerd in je cultuur, het geeft een meerwaarde als je ze dat kunt laten horen.” Zijn nummer ‘Dushi Kòrsou, den bo brasa - ik ben in jouw armen geboren’ brengt veel emoties los, bij zijn publiek en ook nog steeds bij hemzelf. Prince trad onlangs nog op in Rotterdam bij een groep oudere Antillianen. “Het zijn maar twee uurtjes, maar als ze binnenkomen en ze horen de klanken van de merengue dan zie je ze opleven. De rollators gaan zelfs aan de kant en ze dansen!” Hij organiseerde recent ook een gospelconcert voor Antillianen met een Afrikaans koor. Dat was echt kippenvel, volgens Prince. Sinds een paar maanden loopt hij met een idee rond om een soort theatershow te gaan maken, dat zoiets moet gaan heten als Bring back Curaçao. “Er zijn zó veel mensen in Nederland die verlangen naar Curaçao, die zalen moeten vol zitten.” De koelkast in Vanaf de Heelsumstraat verhuisde het gezin met drie zonen en zes dochters naar een bovenwoning aan de Pietermaaiweg tegenover de limonadefabriek en boven de praktijk van KNO-arts Bierman. Als hij thuis kwam van de Brionschool schoven steeds vriendjes aan om te musiceren met zelf meegebrachte pannen en bestek, maar vanaf zijn zevenste wist Lou Prince het zeker: hij wilde zanger worden. “Ik pikte de gitaar van mijn broer in als hij weg was en zong mijn eigen liedjes.” Maar toen Prince vijftien was, besloten zijn ouders - op advies van één van de dochters die al in Nederland was en het leerklimaat daar veel beter vond - om met het hele gezin naar Rotterdam te verhuizen. “Ik vond het vreselijk, alsof je een postzegel op je rug geplakt krijgt, een one way ticket. Ik wist niet wat me overkwam, het was alsof je een koelkast invloog.” Hoewel hij op school Nederlands had gesproken, was het vooral Papiamentu wat hij met vrienden thuis sprak. Dat was lastig in Nederland en daarbij het feit dat je hele dagen naar school moest. Hij begon met een technische opleiding met de bedoeling verkoper te worden in technische winkels. “In Nederland word je ontzettend gestimuleerd je diploma te halen, het is een papieren land.” Mevrouw Bollenkamp Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. De behoefte aan muziek liet Lou Prince niet los. Hij leerde zichzelf drummen en trad op met bandjes, als drummer of zanger en ging later op gitaarles. Van het een kwam het ander en toen brak de episode aan van de talentenjachten, aldus Prince. “We kregen allerlei aanvragen en wonnen elke keer de eerste prijs. Dat was in de tijd dat de eigenaar van een hotel in Rotterdam ons aanbood om daar gratis te repeteren. En de werkelijke omslag kwam toen de zoon van de eigenaar mij zei dat ik een privéleraar voor zang moest zoeken. Onzin natuurlijk, want ik kon toch zingen, dat had ik wel bewezen. Maar soms opeens gebeuren er dan dingen die geen toeval kunnen zijn. Wij woonden op nummer 37 en op nummer 47 woonde mevrouw Bollenkamp, hoofddocent zang aan het conservatorium. Ik was een goede twintig jaar en belde maar eens aan bij deze mevrouw. Ze nam plaats achter de vleugel en liet me do re mi fa sol nazingen, wat ik natuurlijk niet kon. Ik vroeg of ik zelf wat mocht zingen en zong And I love you so voor haar en mijn bariton maakte indruk op haar. Ze wilde het wel aangaan met mij, ik kon zangles krijgen op drie voorwaarden: ik mocht niet roken, niet drinken én, een jaar niet meer zingen. De eerste twee voorwaarden waren geen punt, maar de derde, daar moest ik wel even over nadenken.” Maar een week later belde Lou Prince weer aan bij mevrouw Bollenkamp en de lessen begonnen. “Je moet weten, wat wij op dat podium deden, was als een stel hippies staan te schreeuwen en te gillen. Mevrouw Bollenkamp wilde dat ik eerst alles afbouwde, begon daarna met me opnieuw te scholen om vervolgens weer op te bouwen. Daarbij leerde ik ook nog eens dat je stembanden had, waar die zaten en hoe dat werkte, dat je je spieren kunt oefenen etcetera.” Prince is haar dankbaarder dan wie dan ook. “Het heeft me op zo’n ander niveau gebracht en je komt dan ook in contact met een ander soort artiesten. Ik kon opeens meepraten en de progressie was enorm.” Naar de roem Toen hij op zijn werk in de winkel alleen maar liep te zingen, zeiden ze daar op een dag dat hij de overstap maar moest gaan maken naar de muziekwereld. Hij werd gescout door de TROS, waar hij vijf nummers mocht opnemen. Zo kwam hij in de ‘scene’ en werd gevraagd voor het entertainmentbureau van John de Mol en Frank Wentink. “We waren met vier koorzangeressen, twaalf balletdanseressen en ik dan als zanger. Het was een topconcept, we verzorgden allerlei feesten, voor bedrijven die zoveel jaar bestonden, bruiloften, KLM-feesten met duizenden gasten. We hadden thema’s en hadden dan een voor-dinershow, een voor-het-nagerechtshow en een finale act na het nagerecht.” Hierdoor kreeg hij meer en meer bekendheid en kwam in contact met de producer van André Hazes, Tim Griek. “Ik mocht het voorprogramma van André Hazes doen, vond dat helemaal geweldig en stond samen met hem en Ben Cramer op het podium, maakte kennis met Tina Turner en Charles Aznavour en bracht mijn eerste single uit eind jaren tachtig, Tears on my pillow.” Via het entertainment van John de Mol kwam Lou Prince terecht in shows van Ron Brandsteder, Linda de Mol en bijvoorbeeld in het programma ‘Doet ie het of doet ie het niet’ van Peter Jan Rens. “Zo ontwikkel je een grote diversiteit en veel stijlen.” Oftewel, Lou Prince was een rijzende ster. De stilte na de show De liedjes die hij zingt zijn ofwel van andere artiesten of zijn eigen liedjes. “Het gekke is, de meeste inspiratie heb ik na een grote show. Je bereidt je eerst lang voor, bent bezig met de opbouw naar de show, je werkt ergens naartoe. Op het moment van de show zelf blaas je uit en daarna kom je in een soort rustperiode. Dan komt alles terug op een andere manier. Je verifieert, lijkt het wel, wat je gedaan hebt, het is een nabeschouwing en daar maak je weer een eigen vertolking van. Er komen in die stilte na de show muziek, teksten en beelden bij je binnen. Ik moet ze dan wel meteen opnemen, want de volgende dag ben ik ze kwijt. Maar daar komen wel de mooiste dingen uit voort.” Al met al betrad Lou Prince podia in de gehele wereld, zoals Kaapstad, Monaco, New Dehli, Budapest, Saint Tropez, Rome, Las Vegas en andere chique nachtclubs in de Verenigde Staten. “Vroeger zag ik niets van een land. Ik verdween in mijn hotel, deed mijn optredens en was weer weg. Ik zag de omgeving vanuit mijn hotelkamer. Wat ik nog wel weet, was dat ik in Hongarije uit mijn hotelkamer uitzicht had over het Balatonmeer. Dat bevreemdde mij als Curaçaoënaar zo enorm; ik was gewend dat als je de zee insprong, het water snel de diepte in ging. Maar dit meer blijft zo ver je kunt kijken heel ondiep. Je ziet de mensen op grote afstand nog staan, dat was één van mijn eerste ‘vreemde’ ervaringen in Europa. Tegenwoordig geniet ik meer van de omgeving en knoop ik er soms een vakantie aan vast. Er komt meer rust, dat zal wel aan het klimmen der jaren liggen.” Bij Maxim’s Vorig jaar gaf Lou Prince nog een spontaan optreden in Maxim’s aan de Caracasbaai, samen met Juni Juliet. “Het was meer vakantie - heerlijk in het Morena Resort - dus ik heb niet veel meer gedaan dan dat en een paar liedjes gezongen bij Cabana.” Overigens was Prince vroeger ook op de Curaçaose televisie te zien bij het programma Morù Bon Dia en deed mee aan een radioprogramma. Volgend jaar in februari komt hij voorafgaand aan een concert in Las Vegas weer naar Curaçao waar hij diverse optredens verzorgt. Wat hem bij zijn muziek uit Curaçao inspireert is eigenlijk alles van het eiland. “En daarbij bereid ik mijn shows voor zoals je een Curaçaose maaltijd bereidt: met eindeloos veel tijd en zorg en verrukkelijke ingrediënten.” Educatie essentieel Eén broer van het hele gezin woont op Bonaire, de rest is vertrokken naar Nederland. “Als hij belt en vertelt over daar, het weer, het strand, het leventje, zijn we hier allemaal jaloers.” Maar hoe hij ook naar Curaçao kan verlangen, hij ziet ook de kansen die hij in Nederland heeft gekregen. “Was ik op Curaçao gebleven, dan was ik ook gaan zingen, ongetwijfeld, maar dan had ik de educatie gemist en dan had ik me op een ander niveau begeven. En educatie, ik kan het niet genoeg zeggen - ook tegen de jeugd - is essentieel.” Momenteel is Lou Prince bezig met een volgende single: ‘Het komt allemaal door jou’. Het nummer is door de Rotterdammer Dick van Stralen geschreven en de muziek werd gecomponeerd door René Calame, een vriend van Prince. Er waren al verschillende try-outs en zo was hij ook in september aanwezig bij de lancering van het nieuwe Nederlandse tijdschrift Gooisch. “We zijn hard bezig de single zoveel mogelijk gedraaid te krijgen op de Nederlandse radio en tv zodat deze kan doorbreken en hopelijk straks ook op Curaçao te horen is!” De gedachte achter dit lied is dat iedereen je een stapje op weg helpt in je leven, in je carrière, dat je alles te danken hebt aan anderen, dus ook aan jou en jou en jou. Vanaf zijn zevende wist hij het al: ‘Zingen is mijn passie’.
Lou verzorgde met balletdanseressen en koorzangeressen shows voor John de Mol evenementenbureau.
|








