Home Ñapa Ñapa Elodie Heloise brengt Curaçao tot leven
Elodie Heloise brengt Curaçao tot leven PDF Afdrukken E-mail
zaterdag, 20 oktober 2012 06:00

“Curaçao mijn eiland! Kom even bij me zitten.

Ja, ik weet het, je hebt weinig tijd. Maar blijf even. Ik moet je wat zeggen. De tijd is gekomen dat ik met je praat. Vooral nu je steeds meer op eigen benen staat.

Curaçao, mijn eiland, ik heb je gekregen terwijl ik niet om jou had gevraagd. Kijk niet zo geschokt. Luister naar wat ik te zeggen heb. Dit is niet nieuw, je hebt het altijd gevoeld en geweten. Ik heb er alleen nooit woorden aan gewijd. Het is tijd om de stilte te doorbreken.”

Tekst: Koos van den Kerkhof

De ikfiguur in de Epiloog van de verhalenbundel Woestijnzand steekt een monoloog af die er niet om liegt. Curaçaoënaar of niet, het is een monoloog die je raakt omdat Curaçao niets terugzegt. Alsof ze een mokkende afgewezen geliefde is.

Met haar eerste verhalenbundel Woestijnzand heeft schrijver Elodie Heloise een nieuwe bijdrage geleverd aan de Curaçaose literatuur die er mag zijn. Ze beschikt over een natuurlijk verteltalent dat de weg vindt tussen vernieuwing en traditie en het eiland een oorspronkelijke literaire stem geeft. Haar verhalen beginnen vrijwel altijd abrupt in een situatie, maken de lezer getuige van de vertelde werkelijkheid en hebben niet altijd plot.

Heloise gaat geen enkel thema uit de weg. Of het nu discriminatie is, vergankelijkheid, overleven, slavernij, overspel of de botsing van magie en artsenij. Alles wat de geschiedenis heeft voortgebracht, opduikt in de hedendaagse realiteit maakt ze tot onderwerp van haar verhalen.

Op haar tochten in een pick-up over het eiland ontmoette ze mensen, beleefde ze momenten die ze heeft neergelegd in verhalen.

Kleur

Die verhalen bracht ze samen in de bundel Woestijnzand. Een bundel die je leest en moet lezen omdat hij je vanaf de eerste bladzijde beetpakt. Beetpakt in de Proloog, een dialoog tussen twee mensen. Een dialoog waarin de een de ander verwijt hem te discrimineren met de benaming neger terwijl de beledigde persoon de ander makamba noemt.

‘Ik noem je alleen maar “neger”.’

‘Dat is schelden.’

‘Hoezo? Jij noemt mij toch “makamba”.’

‘Dat is geen schelden. “Neger” zeggen wel.’

‘O, ja, waarom dan?’

‘Omdat je het met “neger” hebt over mijn kleur.’

“En jij met je “makamba” niet zeker?’

Niets is Heloise te moeilijk in haar tien lange en twaalf korte verhalen die samen de bundel uitmaken.

In het lange titelverhaal vertelt een vrouw het verhaal van een slavin die zwanger werd van de zoon van de plantage-eigenaar Johan Andriessen. Kort na de geboorte van het kind valt hij met de bomba, de opzichter, bij haar binnen.

‘Johan liep recht op Melitza af en rukte de doek van het kind. Hij zag het lichte vel. Vol afgrijzen keek hij ernaar. Hij sloeg het doek dicht, knikte naar de bomba en verliet de hut. De bomba grijnsde en trok het kind uit Melitza’s armen.’

Naast dit verhaal dat teruggaat in de geschiedenis vindt de lezer in de bundel ook een volksverhaal als Schelpenvlees waarin twee geliefden proberen te overleven tegenover een vijandige zee die hen berooft van vrijwel alles. In beeldrijke taal creëert Heloise een wrang sprookje.

In het lange laatste verhaal wordt een vrouw van beschaafde komaf getekend als een tirannieke meesteres die haar personeel onderdrukt en de schijn van een huwelijk ophoudt.

Maar ook in haar zeer korte verhalen weet ze net die emotie te raken waardoor de lezer geprikkeld wordt. Zo is er het verhaal van de vrouw die het goud in haar gebit wil laten verwijderen. En de geschiedenis van drie zoons van een moeder en verschillende vaders die waken over hun kleine zusje.

Soms blijven die verhalen wat anekdotisch zoals Papialands dat de niet-native speaker alleen met hulp van de woordenlijst kan lezen. Maar soms zijn het ook treffende observaties. Zoals die van een vrouw die vluchtend voor de regen op de overdekte markt terechtkomt waar ze blijkbaar nooit komt.

Ook bevat de bundel verhalen waaruit nostalgie en heimwee spreekt. Bijvoorbeeld de schets over een koopman die vertrekt en zijn huis overlaat aan een waker die het langzaam in verval ziet raken. Of de vertelling over een vrouw die een hoed heeft gekocht voor haar man en denkt aan hem bij een cocktail op een terras.

Heden

Tegenover de historie van de slavin en de vertrekkende koopman staat het heden. In Dutch Treat zien we hoe de hoofdpersoon vanwege de smokkelpraktijken bij haar aankomst op Schiphol scherp wordt gecontroleerd. Tot haar toenemende ergernis.

‘Bij de deur word ik aangerand door een hond. Opdringerig drukt hij zijn snuit in mijn kruis. Ik probeer achteruit te deinzen maar stuit op de rij mensen achter mij. Ik ben klemgezet, van voren en van achteren. Aan de hond zit een man vast die naar mij loert.’

Ook op Curaçao zelf worden dingen overdreven. Een dreigende orkaan, gehyped in de media, leidt tot een run op de supermarkt. Een gezin probeert zich te beveiligen tegen het stormgeweld en wacht de eerste hoosbuien af in de veilige badkamer.

Elodie Heloise maakt in het zeer korte verhaal Mysterie een toespeling op de traditie waarin ze staat. Een pompbediende, een meisje, leest gefascineerd Frank Martinus Arions Dubbelspel en de ik laat haar in het ongewisse over de afloop van het verhaal. Het is een toespeling op de traditie van de scherp observerende verhalenverteller zoals we die kennen uit het werk van Tsjechov.

Heloise vertelt verhalen als Jerkchicken waarin plots te midden van de verbale agressie die een keurige dame tentoonspreidt een soort dierlijke seks losbreekt tussen haar en de Haïtiaanse tuinman. Verhalen als Den Wowo waarin een violist een brief krijgt van zijn vriend de schilder die hij pas een week later mag openen. Een dag nadat zijn vriend een definitief besluit heeft genomen blijkt later. Verhalen als De bloedende boom waarin een arts een flamboyant wil laten omzagen die geheimzinnige krachten bezit. ‘Harold kijkt zijn tuin in en ziet de flamboyant. Hij is van zijn plek geweken en lijkt op Harold af te komen. In het maanlicht reiken zijn afgestorven takken naar hem. Harold sluit de luiken met een klap dicht. Vanachter de shutters gluurt hij nog eens en ziet dat de boom staat waar hij altijd heeft gestaan. Hij wrijft in zijn ogen, kijkt nog eens en stapt dan zijn bed weer in. Vastbesloten. Morgen gaat die boom eraan. Al moet hij hem eigenhandig uitgraven.’ Het zijn geheimzinnige krachten die hem herinneren aan zijn moeder en uiteindelijk dwingen zijn beroepscode opzij te zetten.

Elodie Heloise is er zonder meer in geslaagd haar Curaçao met zijn bewoners tot leven te brengen. Een eiland vol tegenstellingen, heftige emoties, onvervulde verlangens, afgunst, liefde, hebzucht en ook humor.

Haar verhalen ontroeren, trekken je aan je jas, stemmen tot nadenken. Maar vooral doen ze de lezer sympathie opvatten voor Curaçao. Als het waar is dat de naam van het eiland afstamt van het Portugese woord, coraçao, een eiland met een hart.