| ‘Inzetbaar, onmisbaar’ |
|
|
|
| zaterdag, 27 oktober 2012 06:00 | |||
|
“Zondag 30 september om 10.00 uur ontving de Citro een telefoontje van de boot ‘Kingfisher’ vanaf Klein Curaçao. Dit 30 voet lange plezierjacht was op de rotsen gelopen op het eilandje waarbij de schroefas beschadigd raakte en de opvarenden niet meer in staat waren om terug te varen naar Curaçao. De Citro-bemanning werd gelijk gealarmeerd en om 10.30 uur kon de Dick Braakman uitvaren vanuit de Vissershaven in de Caracasbaai.” Tekst: Lisette Keus Foto’s: Citro Het is het begin van een persbericht van reddingsorganisatie Citro, de Citizens Rescue Organization. Deze vrijwilligersorganisatie is al meer dan dertig jaar actief, dus met hun werkzaamheden en de grote en kleine successen is volgens mij iedereen inmiddels wel bekend. Maar wat gebeurt er nadat er een melding binnenkomt, wat beweegt de vrijwilligers en hoe verloopt een reddingsactie precies? Wij mochten een avond mee op training om te ervaren hoe een redding in zijn werk gaat en spraken tussen de lijnen en deining door met verschillende vrijwilligers over hun ervaringen en drijfveren.
Briefing Als we aankomen bij het boothuis zitten de mannen rond de tafel. Ze zijn allen gehuld in feloranje T-shirts en hebben een kop koffie voor zich. Er worden grappen en opmerkingen over en weer gemaakt, zoals het een groep stoere zeeliefhebbers betaamt. Na een welkomstwoordje worden de mannen gebrieft over wat de bedoeling is van de training. Want - zo blijkt ook later op het water - weten wat je taak is en een goede communicatie zijn de belangrijkste factoren om een reddingsactie zo goed en veilig mogelijk uit te voeren.
Vandaag staat er ‘pacing’ op het programma en ‘slepen’. Pacen houdt in dat twee boten zo dicht mogelijk naast elkaar varen, eigenlijk zelfs tegen elkaar aan, zodat goederen kunnen worden overgeheveld en personen over kunnen stappen. Slepen spreekt natuurlijk voor zich, maar het is de meest voorkomende taak van de Citro, dus het kan niet vaak genoeg geoefend worden.
Ramed - een van de jongsten aanwezig - neemt het woord. In een noodsituatie wordt er normaal gesproken kort gebrieft, vaak bij de boot al of aan boord, maar nu gaat Ramed aan de hand van een powerpoint-presentatie stapsgewijs door de twee oefeningen heen.
Belangrijk, want hoewel de Citro zeer professioneel te werk gaat, vaart de organisatie volledig op vrijwilligers. Regelmatig komen en gaan er mensen, dus ook vooral voor de nieuwelingen zijn trainingen van groot belang. Tijdens de briefing wordt Ramed af en toe onderbroken met tips en trucs van de oudere garde: “Tijdens het slepen is het heel belangrijk om langzaam te varen. Vissersboten hebben een lange kiel, die blijven wel hangen, maar die tupperware-dozen gaan alle kanten op”, zegt Krik spottend, maar serieus. Hij is een van de schippers van de Citro en al tien jaar vrijwilliger. Daarbij heeft hij zijn hele leven gewerkt in de techniek op echte schepen, plezierjachten hebben dus van hem de naam tupperware-dozen gekregen. “Van die plastic bootjes”, aldus Krik. Hieruit blijkt meteen dat het doel van de training dan ook meerledig is. Men leert een stukje theorie, men leert om te werken met de boten en ander materiaal, maar niet te vergeten leert men van elkaar, van elkaars ervaringen en om met elkaar te werken.
Caracasbaai uit Voordat er ook maar een meter gevaren wordt, moeten eerst de boten gecheckt worden. Het oliepeil, de koelvloeistof, de radio’s, de motoren. “Je kunt niet iemand in nood redden als je zelf ook risico’s loopt”, is de uitleg. Regel nummer één in elke redding, niet alleen bij de Citro. Dus nadat iedereen - met zwemvest en al - bij de boten aankomt, wordt er kleine check gedaan. Nu is het een training, dus gaat alles redelijk op zijn gemak, in ‘real life’ duurt de check echter slechts enkele minuten; tijd betekent immers mensenlevens. “Ieder Citro-lid krijgt bij een oproep een smsje en als je kunt, moet je zo snel mogelijk naar het boothuis komen”, vertelt Marius Noort, al 12 jaar vrijwilliger en hij neemt sinds kort ook de pr-taken op zich. “Eigenlijk is het een beetje wie het eerst komt gaat mee. En afhankelijk van hoe dringend de situatie is, wordt er over de steigers hier gerend of gelopen.”
Vandaag varen we uit met twee schepen: de Aurora en de Dick Braakman. De Aurora is een vissersjacht dat de Citro van een vrijgevige burger in bruikleen heeft. De Dick Braakman is het juweeltje van de organisatie, een spiksplinternieuwe reddingsboot met alle gemakken en laatste technieken. De Braakman, zoals het schip kort wordt genoemd, ligt op een lift net iets boven het water. “De lift is ook nieuw en is bijna helemaal klaar”, vertelt Jovino Falbru, een van de coördinatoren van de organisatie, later. “Er komt nog een overkapping en dan is het af. We zijn hier echt heel blij mee, want onderhoud van je spullen is zo belangrijk, vooral met al dat zout. De Braakman is een kostbare boot, die moet zeker 25 jaar mee en er is al gebleken dat een soort schip als dit het kan. Onderhoud is daarom heel belangrijk, je wilt namelijk niet dat tijdens een redding iets afbreekt, bijvoorbeeld omdat hij slecht onderhouden is.”
Schip in nood We varen langzaam het Spaanse Water op richting zee, de Aurora alvast vooruit. Ook hier geldt weer dat er in het ‘echt’ wat meer vaart achter zit, afhankelijk van hoe dringend de situatie. Op zee richting Fuik krijgen we via de radio een oproep van de Aurora. “Hier de Aurora, over.” Er wordt over en weer besproken wat er moet gebeuren, via walkietalkies krijgen de mannen op het dek de instructies. Ondertussen legt Noort mij alles haarfijn uit: “We hebben vaak te maken met lokale vissersboten, plezierjachten of barkjes en zij hadden voorheen vaak minder geavanceerde apparatuur aan boord. Een van de moeilijkste dingen tijdens een reddingsactie was dan ook het vinden van de schepen die in nood zijn - en dat komt een enkele keer nog wel voor. Bij de plezierjachten omdat men niet helemaal bekend is met apparatuur, bij de vissers en de barkjes omdat ze deze niet hebben. Gelukkig zijn de meeste boten tegenwoordig wel uitgerust met GPS-systemen, dus wordt het gemakkelijker. Mede dankzij de Kustwachtradar zijn boten veel eenvoudiger te traceren.”
Ondertussen heeft de Braakman de Aurora snel ingehaald, een van de grote voordelen van het nieuwe schip; zijn snelheid. Behendig legt de schipper de Braakman langs de Aurora en stuurt zich er weer vanaf, het pacen. Het water spat met geweld op tussen de schepen en spoelt over beide dekken. En dan hebben we nog ‘geluk’ met het weer, de zee is verder spiegelglad. De mannen op het dek kijken toe hoe de oefening verloopt, maar staan in de startblokken om eventueel actie te ondernemen mocht dit vanuit de stuurhut worden opgedragen. Want degene die letterlijk aan het roer staat, staat ook duidelijk en letterlijk aan het roer. De schipper bepaalt, uiteraard in overleg, maar de schipper heeft te allen tijde het laatste woord. Ook belangrijk om te oefenen: opdrachten geven, knopen doorhakken, maar ook luisteren en bevelen opvolgen. Het roer wordt overgegeven. “Het is belangrijk dat zoveel mogelijk mensen weten hoe je moet varen, want stel dat er wat met de schipper gebeurt. Maar er zijn acht officiële schippers, waarvan er bij elke redding zeker één mee is.”
Slepen Tijd om te slepen. Wederom een melding van de Aurora, ze zijn stuurloos en of we hen kunnen komen redden. De schipper stuurt de Braakman voor de Aurora, Ramed staat aan de radio en Jeroen en Oswald leggen de lijnen klaar; iedereen aan boord van de Braakman kent zijn plaats en taak. Anders is dat voor de Aurora, want de lijnen die door de Braakman worden geworpen, worden niet gevangen aan boord van de Aurora. “Wij weten niet wat we moeten doen”, zegt een opvarende toneelspelend in opdracht van hun schipper Jovino. Ze moeten een echte situatie simuleren en geregeld heeft de Citro te maken met personen die een dagje zijn gaan varen en onverhoopt in de problemen zijn geraakt. Aan boord van de Braakman moet er dus snel geschakeld worden, want de lijnen liggen nu in het water en voordat deze in de jetmotoren komen moeten ze binnen worden gehaald en moet men zich opmaken voor poging twee. Dit zijn de situaties waarom er getraind wordt, want de communicatie verloopt niet geheel soepel en even ontstaat er verwarring. Maar snel worden de lijnen en de controle herpakt en wordt de Aurora gered. De schepen van de schippers rouleren, de bemanning rouleert en na een paar keer oefenen wordt het tijd om terug te keren naar de veilige thuishaven.
Ervaring en techniek Edwig heeft het roer van de Braakman overgenomen. Hij is al vrijwilliger bij de Citro bijna sinds het allereerste begin. “In eerste instantie hadden we helemaal geen boten, maar maakten we gebruik van leenboten. Later hadden we een boot op een trailer waarmee we het eiland rondreden”, vertelt hij. Nu liggen er meerdere schepen voor de deur, waarvan de Dick Braakman zelfs met de nieuwste technieken. Maar ervaring en techniek liggen elkaar niet in de weg, aldus Edwig. “Al vaar je nog zo lang, je ontwikkelt je mee met de techniek. Al helpt mijn ervaring natuurlijk wel in het nemen van beslissingen.” Nog een goede reden om te trainen, want je ontwikkelen kan je alleen door te doen en te oefenen en wij aanschouwen hiervan een mooi voorbeeld. Edwig staat voor zijn tweede keer aan het roer van de Braakman, wat met een dashbord vol knoppen uiteraard wel even wennen is. De Braakman en de Aurora varen dicht naast elkaar en om de ondiepe gedeeltes te ontwijken moet er nauwkeurig gemanoeuvreerd worden. Door de radio klinkt Krik vanuit de Aurora: “Twee graden bakboord.” En ook van buiten wordt er wat geroepen: “Schipper, wat gaan we doen?” Maar de schipper hoort het even niet en ook degene aan de radio is er even niet bij, ze zijn op zoek naar het knopje waarmee het spotlight bediend kan worden.
Nabriefen Terug aan wal wordt de crew opgevangen door andere Citro-leden. Falbru: “We proberen elkaar altijd een beetje te helpen en te ontlasten. Vaak is er een andere groep die de schoonmaakwerkzaamheden op zich neemt. Want als een groep van zee komt na een actie van een paar uur, heb je geen zin meer om ook nog de schepen af te spoelen. Dit zijn vaak de Citro-leden met een walfunctie of leden die niet eerder konden komen. De Citro is vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Soms wel lastig, want de moderne mens krijgt het steeds drukker. Maar ook de Citro heeft zich de afgelopen jaren in een hoog tempo ontwikkeld: de boten, het clubhuis, binnenkort breiden we uit met twee grote jetski’s en we hebben nieuwe systemen waarin onder meer al het onderhoud van de schepen precies wordt bijgehouden. Hierdoor komt er meer continuïteit in de organisatie.”
En gelukkig maar, want zonder de Citro zullen meerdere partijen het zeker niet redden. De Citro, constant inzetbaar, onmisbaar.
|








