Home Ñapa Ñapa Mensheid zonder racisme
Mensheid zonder racisme PDF Afdrukken E-mail
zaterdag, 19 januari 2013 00:00
Vier antropologen, die ieder strijden voor een betere wereld. Vlnr: Mitchell Esajas, Stasja van Dompselaar, onder Nicole Sanches en Dorien Nagler.

Waar staan we als mensheid in de volledige acceptatie van elkaars verschillen? Zullen we ooit een punt bereiken waarop we zonder vooroordelen kunnen samenleven? Is het mogelijk dat statische denkbeelden en classificeringen worden opgeheven en dat we als individuen elkaar in diversiteit en complexiteit accepteren en vanuit die continue beweging elkaar overlappen en aanvullen? Antropoloog Francio Guadeloupe en vier van zijn studenten laten hun inspirerende licht schijnen over deze vragen, dit als vervolg op het congres dat zij 12 december hebben georganiseerd in Amsterdam ‘What happened to racism in the Netherlands?’

Tekst en foto’s: Mineke de Vries

De van Aruba afkomstige Francio Guadeloupe heeft inmiddels een aantal boeken op zijn naam staan en is bezig met zijn volgende: The Netherlands: a Caribbean Island. Hierin documenteert hij het ‘nieuwe burgerschap’. Nieuw, omdat er een verschuiving gaande is van veroordeling en uitsluiting op basis van het oude idee van raciaal verschil naar een cultureel racisme. Dus niet de biologische, maar de cultureel bepaalde kenmerken, de afwijkende manier van doen en denken, de religie worden veroordeeld, meestal voortkomend uit wantrouwen en angst.

“We hebben altijd te maken met een stroom van interactie en transformatie binnen groepen. Of het nu de interactie tussen Groningers en Limburgers is, of de komst van de Chinezen in de jaren 20, de mix van mensen in onze multiculturele samenleving verandert voortdurend.” Guadeloupe gaat in op de diversiteit van de samenleving en de stereotyperingen en bekijkt daarin Nederland als een Caribisch eiland: “De globalisering begon in het Caribisch gebied, dingen zijn daarna nooit meer hetzelfde geworden. Nu is het in Nederland gaande en je ziet gebeuren wat daar eerder is gebeurd. Nederland wordt een microkosmos van de wereldbevolking. Je hebt ook parallelle situaties, politici die zowel hier als daar extreme dingen roepen. Ook in het Caribisch gebied gaat overigens de globalisering door: er komen telkens nieuwe nationaliteiten bij. Het is continu zoeken naar een evenwicht tussen menselijke groeperingen en dus in acceptatie van elkaar.”

Guadeloupe deed onderzoek in India, Brazilië, Nederland en het Caribisch gebied; voor zijn huidige onderzoek naar de diversiteit in de Nederlandse samenleving neemt hij echter Antilliaanse ervaringen als uitgangspunt.


Symboolpolitiek

“Racisme is het ontkennen van verschillen: in plaats van het erkennen van individuen denkt men in ‘zwarten’ en ‘witten’. Maar ook het denken in vaststaande etnische categorieën is niet houdbaar, aangezien etnische groepen zich continu aan elkaar aanpassen en gemeenschappelijkheden herkennen. Zo zag je dat bijvoorbeeld de ‘straatschoffies’ uit Marchena een goede klik hadden met de straatschoffies van Rotterdam. Ze hadden hetzelfde soort mannelijkheid dat hen verbond. Die samensmelting ging goed. Ook meiden van allerlei culturen die nieuw kwamen in Nederland konden dat: ze leerden elkaar hun traditionele dansen. Ze hadden hun liefde voor urban culture gemeen, iets wat ze deelden met menig kind van de autochtonen. Wat ik doe, is die transformatie beschrijven.”

In Nederland hebben we, of we willen of niet nog steeds de hardnekkige restanten van de verzuiling, aldus Guadeloupe. Vanuit die hokjesgeest denken en handelen we nog steeds alsof er Nederlanders zijn en buitenlanders; ook al zijn de zogenaamde buitenlanders hier geboren of, zoals bij de Antillianen, altijd Nederlandse staatsburgers geweest.

“We zijn nu op een punt beland waarin buitenlanders geen buitenlander meer zijn en ook niet willen zijn.” Dat is een essentieel onderdeel in de verschuiving: als de buitenlander niet meer weggaat, wordt hij de vreemdeling. Deze groep vreemdelingen is een mix: vaak ook zijn het kinderen van een Nederlander en een vreemdeling, maar liefst zestig procent van de Antillianen heeft een Nederlandse partner. Deze kinderen zijn de sociale stijgers: ze komen een stapje hoger op de maatschappelijke ladder.

“Je krijgt zo een nieuwe middenklasse en dat is wat ik beschrijf. Hieruit vloeit de zogenaamde symboolpolitiek voort: het uitvergroten van verschillen tussen de nieuw- en oudkomers, de allochtonen en autochtonen. Volgens Guadeloupe ben je pas werkelijk een antiracist als je kunt omgaan met deze nieuwe middenklasse. Als je ieder mens als meervoudig individu erkent en behandelt. “En pas als we werkelijk ontzuild zijn, zijn we ook volledig gederacialiseerd.”


Progressie

Guadeloupe vindt het opvallend dat in Nederland racisme niet bespreekbaar is. In Engeland is dat anders. De intolerantie is onderhuids, er is geen openhartige discussie. De pijn mag niet gevoeld worden, maar de strijd moet gevoerd worden, zegt hij. “Voor mij is de mens een historisch wezen dat op weg is in zijn groei. We kunnen niet zeggen wat dé menselijke natuur is, want er is nog altijd sprake van gender-ongelijkheid en het denken in zogenaamde rassen en culturele verschillen. Als mensheid zijn we nog lang niet klaar. Maar elk ander moment is een nieuw moment, we zijn al een stuk verder. In de koloniale tijd waren er mensen en niet-mensen. Nu is iedereen inmiddels mens, alhoewel de man nog altijd ietsje meer dan de vrouw. Wel zie ik een progressie en daarbij moeten we ons steeds voor ogen houden, diversiteit is een kracht. We komen steeds verder in onze ontwikkeling.”


Compagnietheater

Op het congres in het Compagnietheater in Amsterdam, waarvan Guadeloupe organisator was, presenteerden groepen en sprekers zich te midden van beeldende kunst en poëzie. Bij elkaar waren anarchisten, socialisten, internationale gasten, artiesten, Vluchtelingenwerk Nederland, maar ook studenten van universiteiten, ROC’s en het Bijlmerparktheater. Dit laatste biedt een podium voor culturele diversiteit met als doel begrip te kweken voor de achtergrond van mensen. Eén van de sprekers was Amade M’charek (Universiteit Amsterdam) die inging op de classificering binnen de misdaad. Er wordt snel geoordeeld op basis van zogenaamd ‘ras’, niet alleen vanuit DNA-profielen, maar juist vanuit de cultuur, identiteit, kleding en omgeving. “Zo wordt snel geoordeeld dat je aan de manier van de keel doorsnijden ziet dat het een Marokkaan ‘moet’ zijn. Racisme gaat echter nooit om uitsluitingen, omdat ‘de’ Marokkaan niet bestaat.”

Zihni Ézdil (Erasmus Universiteit) stelde dat we denken in termen van zij en wij, maar het is geen statisch geheel, het verschuift elke keer. “De ene keer ben ik ‘de’ Turk, maar de andere keer hoor ik bij de groep Feyenoord-supporters. Het probleem is in Nederland opgelost als de ander, degene die moet integreren, niet lastig is, onzichtbaar is.” Maar dat is niet het criterium voor een multiculturele samenleving, zo stelt Ézdil. “Tolerantie is geen criterium. Ik ben niet tevreden met te worden getolereerd, ik wil gelijkheid.”


The lower the blacker

In het voorprogramma sprak Mitchell Esajas van de New Urban Collective, een collectief opgericht door 150 studenten met inmiddels 600 aanhangers. “We moeten racisme bestrijden. In plaats van wij, zij en hen moeten we onze ruimte bevechten, media en platforms zoeken om te strijden voor een gelijkwaardige samenleving.” Uit eigen ervaring weet hij hoe hij altijd als één van de weinige zwarten in de klas zat en ook later op de universiteit. Hoe hoger je komt, hoe minder zwarten, the lower the blacker. Er blijft sprake van een culturele hiërarchie, racisme is nooit weggeweest. “We denken onterecht dat het er niet is, de allochtonen zitten in de laagste posities en bij de Top 200 van rijkste mensen zitten geen gekleurden. Het cultureel racisme lijkt te verankeren in de samenleving.”

 

Een paar dagen na het congres spreken we Mitchell met drie van zijn collega-studenten antropologie. Antropologie, de studie die op zoek is naar de ontdekking dat alle mensen tegelijkertijd verschillend en hetzelfde zijn. Alle vier waren blij met het congres en vooral het publieke debat. “Racisme is hier taboe. Mensen denken dat het veilig is als ze dingen buiten zichzelf kunnen houden; maar ga je reflecteren dan kan je dingen niet meer buiten jezelf houden. Dan heeft alles en iedereen verbanden en verbindingen met elkaar.” Dat zegt Stasja van Droffelaar, derdejaars antropologe, die overigens niet ‘aan nationaliteiten doet, maar van de wereld is, net zoals jij’. Ze is van mening dat de nadruk in media wordt gelegd op verschillen, grenzen, huidskleur, religie. “Maar wij zijn als mensheid geroepen om unity te benadrukken. Dat is waar we naartoe moeten.” Overigens is het wel zo, aldus Stasja, dat het classificeren verankerd zit in onze denkstructuur. Onze rechterhersenhelft zorgt ervoor dat we alles in hokjes stoppen om de complexe wereld waarin we leven overzichtelijk te maken. Als voorbeeld noemt zij een vrouw bij wie door een ongeluk tijdelijk de rechterhersenhelft was uitgeschakeld. Zij kon later omschrijven wat een volmaakt geluk ze in die periode had ervaren, waarbij ze tussen alles verbindingen zag.

 

Ook Nicole Sanches is blij met de aandacht die het congres gaf aan de culturalisatie van het nieuwe burgerschap vanuit een ander perspectief. “Het is goed te kijken hoe dat burgerschap wordt gemarkeerd, wat de rol is van de ervaringen van racisme daarin. Burgerschap is niet meer af te lezen aan de geografische plek waar een mens woont, maar er is een verschuiving in dynamiek vanwege de migratieprocessen. Het is lastiger het burgerschap te benoemen, wat is de sense of belonging?” Nicole - Surinaams/Curaçaos - voelt zich meer Caribisch dan Nederlands, ondanks dat ze altijd in Nederland heeft gewoond. Overigens vindt Mitchell dat hij door zijn Afrikaanse, Surinaamse en Nederlandse mix een rijker persoon is. Ook Dorien Nagler - Roemeens/Portugees, maar ‘citizen of the world’ - onderschrijft het taboe om te praten over verschillen. “In tegenstelling tot de Verenigde Staten is het debat over racisme hier impliciet. We moeten mensen aansporen te reflecteren, te praten om het terug te halen naar het directe bewustzijn. Pas vandaaruit kom je tot het ontdekken van overeenkomsten in plaats van verschillen.”


Universeel denken

Waardeoordelen loslaten, geen oude koeien uit de sloot halen, niet teruggrijpen op ervaringen opgedaan vanwege het kolonialisme, maar toegeven aan het feit dat othering (diversiteit, veranderen in allerlei soorten) universeel is. We bestaan uit allerlei onbewuste associaties, waaronder ook negatieve historische associaties. Ieder heeft een rugzak met herinneringen. Dorien: “Dat loslatend moeten we toe naar een bredere dynamiek, universeler denken, niet denken in groepen, maar ons verdiepen in wie de ander is. ‘Iedere another’, ieder individu is verschillend. Kortom, we moeten elkaar breder herkennen. Vanuit een direct contact met anderen kunnen we een platform bewerkstelligen van gemeenschappelijke interpretatie. We hebben concepten via de wetenschap maar deze brengt geen hiërarchie aan, het universum is niet te bevatten. Mitchell vertelt dat de ABN/Amro als één van de eerste bedrijven dit proces onderkent, tegen de vraag aanliep: hoe komt het dat bepaalde groepen niet doorstromen? Zij geven managers een training om zich bewust te worden van ‘mindbugs’, het leren inzien van automatische onbewuste processen die waarde toekennen aan dingen.


Poffertjesbeslag

Pas als we de complexiteit van ons mensen kunnen accepteren, komen we bij eenheid. Dan stroomt het, dan loopt alles door elkaar. Stasja: “Dan overlappen we elkaar en vullen elkaar aan. En dat is op elk moment en in elke situatie weer anders. Het is als een stad: deze is altijd in beweging, die verandert elk moment.” Of we daar ooit komen als mensheid, daarover zijn de studenten verdeeld. Stasja gelooft er wel degelijk in, Mitchell denkt dat dat te hoog gegrepen is. “Opposities zitten in onze denkstructuur, we moeten wel kijken wat de verschillen met ons doen, we moeten de negatieve associaties aan ons voorbij laten gaan en de positieve dingen vasthouden. Je ontkomt niet aan de feiten: ik ben zwart en ik ben een man, maar ik ben nog veel meer dan dat en dat wisselt in verschillende contexten.” De discussie ontspint zich vandaaruit nog verder, want soms is de grens man/vrouw al niet eens te geven, zo beweert Nicole; mensen laten zich ombouwen of voelen zich zelfs vrouw noch man. Stasja brengt het verhaal van Freud in. Mensen zijn als poffertjesbeslag, alle input is dezelfde, hetzelfde beslag komt in de bakjes terecht, wat erbuiten valt, is niet bestaand, niet relevant. Het is een interessante discussie tussen vier antropologen die ieder op hun eigen manier zo bevlogen zijn om te denken over en te handelen naar een betere mensheid, een betere wereld.

Stasja denkt dat het moet lukken, het is een uitdaging. “Its a challenge, but I believe we can get there.” Haar stem schalt na door de hoge gangen van de universiteit van Amsterdam als ze eraan toevoegt: “Want in deze hele zoektocht van de mensheid blijven we in de liefde geloven.”

Francio Guadeloupe: “Diversiteit is een kracht; we komen steeds verder in onze ontwikkeling als mensheid."
Het Compagnietheater was afgeladen tijdens het congres: What happened to racism in the Netherlands?