Home Ñapa Ñapa ‘Frisse nieuwe richting duiden’
‘Frisse nieuwe richting duiden’ PDF Afdrukken E-mail
zaterdag, 26 januari 2013 00:00

Eind 2011 droeg Winthrop Curiel, het voorzittersstokje van het Prins Bernhard Cultuurfonds voor het Caribisch Gebied (PBCCG) over aan Michèle Russel-Capriles. Een uitgebreid afscheidsinterview met Curiel volgde, maar niet zonder de belofte om eind 2012 te praten met de nieuwe voorzitter die er dan een heel jaar ‘cultuurfonds’ op had zitten.

Tekst: Elodie Heloise

Foto’s: Ken Wong Streamer:

 

Nieuwe trend: filmprojecten

 

Streamer:

 

‘Een goed plan is een goed plan’

 

Belofte maakt schuld en aldus volgde er een gesprek met Michèle Russel-Capriles over haar eerste jaar in de hoedanigheid van voorzitter van het PBCCG.

“Nee, een echt eigen stempel, heb ik na dit jaar nog niet op het fonds kunnen drukken”, zegt Russel-Capriles lachend. “Maar dat komt ook omdat het stempel van Winthrop een steengoed stempel is. Wanneer je iets overneemt moet je, denk ik, je vooral ook richten op het behouden van wat werkt. Wel heb ik, heel subtiel en voorzichtig, een frisse nieuwe richting kunnen duiden. En ook dat wil niet zeggen dat de oude richting niet fris was. Er zijn gewoon nieuwe trends binnen de aanvragen zichtbaar geworden die een nieuw antwoord behoeven.”

Michèle Russel-Capriles zit op precies dezelfde plek tegenover me waar Winthrop Curiel een jaar geleden zat en terugblikte op zijn carriëre bij het fonds. We zitten in de vergaderzaal van het PBCCG in het majestueuze historische pand van de fraters van Tilburg op de glooiende rug van Scherpenheuvel.

Zij aan zij hebben Winthrop en Michèle in eerste instantie gewerkt, waarbij Curiel zich steeds een beetje meer terugtrok. Een geleidelijke overgang van het voorzitterschap creëerend. Want hoewel Michèle al acht jaar bestuurslid van het fonds is, is het eindverantwoordelijk zijn voor het geheel toch van een andere orde. Zeker wanneer die rol overgenomen wordt van iemand die twee decennia lang zeer nauw betrokken is geweest bij het fonds en de mensen die er werken.

“Ik heb het als heel erg prettig ervaren Winthrop zo dichtbij te hebben. En eerlijk is eerlijk, rond februari was ik al behoorlijk gefrustreerd. Sommige dingen duurden gewoon veel te lang naar mijn smaak, zoals uitbetalingen. Te bureaucratisch, teveel papier, teveel rompslomp. Ik wilde slagvaardiger kunnen zijn. Winthrop Curiel was op zulke momenten heel rustig en zei dan: ‘Michèle, kijk het even aan. Ik weet dat dit niet goed loopt. Ik heb er alleen nog geen andere manier voor weten te vinden. Het komt wel’. Dat is heel fijn.”

“Advies geeft hij ook, nog steeds, gevraagd en ongevraagd. Maar altijd uiterst correct. Op z’n Winthrops. Hij is nog altijd zeer aanwezig in de ‘cultuur’ van het fonds. Zo leeft zijn mening in de bestuursvergaderingen ook nog steeds. Ik betrap mezelf erop dat ik dat ook aangeef. Dan ligt er een voorstel waarover besloten moet worden en wanneer ik er mijn mening over geef, laat ik ook direct weten ‘dat Winthrop er in dit geval anders over denkt’. Ik heb de ruimte gekregen, maar ik heb het eerste jaar ook een paar foutjes gemaakt. Er zijn een of twee aanvragen die wij hebben toegekend waar ik achteraf spijt van heb. En er zijn er een paar waarvan ik nu denk dat we ze hadden moeten toekennen. Maar al met al is het heel goed gegaan het afgelopen jaar. Vooral in het aantal aanvragen.”

Michèle Russel geeft aan dat het PBCCG over 2012 zo’n veertig à vijftig aanvragen meer te verwerken heeft gehad. Van kleine projecten tot ambitieuze grote ondernemingen. De reden daarvan vindt ze in verschillende oorzaken.

“Er is heel duidelijk een nieuwe trend te ontdekken. Meer geld is er gevraagd voor allerlei filmprojecten. Wellicht onder de invloed van het Rotterdams Filmfestival dat naar Curaçao is gebracht. Ik denk ook dat de financieel-economische situatie die wij het afgelopen jaar hebben beleefd ermee te maken heeft dat mensen misschien eerder bij ons aanklopten. En dan is er natuurlijk de wisseling van de wacht. Er zijn mensen die denken ‘bij Winthrop lukte het niet, misschien bij Michèle wel’. Helaas werkt dat zo. Dat mensen denken dat ze op persoonlijke titel iets kunnen ‘regelen’ met je. Maar zo gaat het echt niet, wij zijn een professionele organisatie. Er zijn regels. Een goed plan is een goed plan, daar verandert wie je wel of niet kent helemaal niets aan.”

Behalve dat er meer is aangevraagd, zo geeft Russel aan, is er ook meer geld besteed.

“In augustus was het geld dat wij uit Nederland ontvangen voor subsidies al op. We hebben ons reservefonds aangesproken. Dat is overigens niet vreemd, dat hebben we wel vaker gedaan. In de afgelopen vijf jaar zijn we steeds over het beschikbare schenkingsbedrag heengegaan. Er is gewoon meer geld nodig. Het aantal aanvragen groeit en er is behoefte om aan meer projecten te kunnen bijdragen. Niet alleen op Curaçao, maar op de hele voormalige Antillen. Dat is het werkgebied van het Fonds en steeds meer mensen weten ons te vinden.”

Voorlichting en goede medewerkers zijn heel belangrijk voor het welslagen van een aanvraag en daarom heeft Michèle Russel vorig jaar ook een aantal van de andere eilanden bezocht.

“Ik ben naar Bonaire en St. Maarten geweest. De wisselwerking tussen de eilanden blijft belangrijk. Cultuuruitwisselingen, maar ook het kunnen meten met anderen in de regio waar het gaat om kunst en cultuur, is van belang. Maar dan moet je wel een goed netwerk hebben en contact onderhouden. Op St. Maarten liepen de aanvragen terug. Daar heb ik tijdens mijn bezoek uitleg gegeven tijdens informatiebijeenkomsten, om de mensen meer wegwijs te maken. Dat heeft gewerkt. Er komen nu meer goed ingevulde aanvragen binnen. Ik zal dat vaker gaan doen. Op de BES-eilanden is de gezaghebber de contactpersoon voor het Fonds. Die is automatisch lid, maar heeft meestal onvoldoende tijd om zich ook te verdiepen in de projecten. Dat hopen wij nu te veranderen. Op Bonaire is iemand door de gezaghebber aangewezen die de projecten gaat aflopen. Ook op Statia en Saba zou dat moeten, daar moet ik nog naartoe. Wat Aruba betreft... daar gaat het goed.”


Scherpere selec
tie

Een ander streven dat volgens Russel-Capriles bij zal dragen aan een scherpere selectie, maar ook aan een hogere kwaliteit van projectuitvoering, is dat zij graag zou zien dat de bestuursleden meer tijd kunnen vrijmaken voor projecten.

“Ik wil onze mensen dichter op de projecten hebben. Het is zulk mooi werk wanneer je dit niet alleen op papier meemaakt. Ik ken alle projecten en natuurlijk ook alle aanvragen. Van kleine dingen tot groot. Het is geweldig om je te kunnen bewegen binnen al die creativiteit en om met een subsidie van het Fonds daaraan te kunnen bijdragen.”

Trots is Russel op het filmbeleid dat nu is ontwikkeld en op het beleid ten aanzien van publicaties.

“Dat is nu allemaal terug te vinden op de website. Ik merkte dat er al jaren losse subsidies werden gegeven aan met name filmprojecten waar eigenlijk geen ondergrond voor was. Die hebben we nu afgetimmerd. En duidelijk gemaakt. Ik ben er heel blij mee dat we deze losse processen hebben kunnen stroomlijnen.”

Dit jaar bestaat het PBCCG zestig jaar. Dat betekent niet alleen dat dat gevierd moet worden en dat er wordt teruggeblikt. Er zal ook naar de toekomst gekeken worden. Iets wat ook moet, zeker met het toenemende aantal aanvragen ten opzichte van een gelijkblijvend budget.

“De algemene richtlijnen voor een toewijzing, ontvangen uit Nederland, worden continu getoetst en aangepast aan de Caribische situatie. We kunnen immers uit steeds meer projecten kiezen en hebben een beperkt budget. Maar binnen dat spanningsveld zullen als vanzelf de betere projecten overeind blijven in een beoordeling. En we willen wat meer naar projecten toe die een langdurig en domino-effect kunnen genereren in het leven van mensen. Zoals bijvoorbeeld een keramiekcursus vergoeden waarmee iemand een basis creëren kan om bijvoorbeeld souvernirs te gaan maken, waarmee weer een bijdrage geleverd kan worden in het levensonderhoud. Ook hier moeten we kritisch kijken naar onze richtlijnen. Wij subsidiëren namelijk geen sociaal-economische projecten, maar aan de andere kant rekenen wij wel tot onze werkgebieden het bevorderen van kunst en cultuureducatie, In dat kader is het aardig om te kunnen melden dat Ossandra ‘Sandra’ Lewis-Nieuw van Curaçao Creations bestuurslid is geworden.”


Extra midde
len

Wat Michèle hoopt niet te hoeven doen is een verdeling van de begroting te maken naar werkgebied of genre. “Liever niet, want we willen natuurlijk alle vormen van kunst en cultuur en natuurbehoud blijven ondersteunen. Misschien moeten we een maximum gaan vaststellen per werkterrein om er zeker van te zijn dat we alles blijven bedienen. Het heeft niet mijn voorkeur om aparte potjes te creëren, maar wanneer blijkt dat we zo een eerlijkere verdeling kunnen garanderen dat moet het misschien toch. Het ligt natuurlijk ook aan de soort aanvragen dat we binnenkrijgen. Maar stel nou dat meer dan de helft aanvragen voor een filmproject betreft, dan moeten we hier wel over na gaan denken. Dat gaat namelijk anders ten koste van andere werkgebieden of genres.”

 

Een ander punt dat Michèle Russel op de agenda heeft staan voor de komende jaren heeft alles te maken met het genereren van extra middelen voor het Fonds.

“We willen meer aan fundraising gaan doen om meer ruimte in het budget te krijgen. Daarnaast is er de wetgeving met betrekking tot legaten. We willen het fiscaal-technisch mogelijk maken om voordelig een legaat aan het Fonds te doen toekomen. Nu geeft dat nog een hoop haken en ogen.”

En dan is er natuurlijk nog het Winthrop Curielfonds, het afscheidscadeau van het Prins Bernhard Cultuurfonds Nederland voor de ex-voorzitter. Vorig jaar werd het voor het eerst aangesproken.

“Geweldig! Drie jongens hebben een drumstel gekregen. Ze zitten op les bij de Curaçaoënaar Pernell Saturnino die wereldwijd successen boekte op muzikaal gebied. De drumstellen zijn nog niet hun eigendom. Dat gebeurt pas eind dit jaar wanneer gebleken is dat die investering ook echt met beide handen aangegrepen is. School moet goed gaan, de ouders moeten deze kinderen blijven steunen en ze moeten serieus hun muziektraining bij Saturnino volgen.”

Al met al is Michèle Russel heel tevreden over het afgelopen jaar en blij dat de functie van voorzitter aan haar is toevertrouwd. Voor 2013 mag ze nog een heel klein beetje leunen op de ervaring van Winthrop Curiel die zich steeds verder terugtrekt om haar alle ruimte te geven. Een nieuwe voorzitter die inmiddels stevig in het zadel zit en zichtbaar blij is met het werk dat zij nu doet.

“In dit werk heb ik mijn draai gevonden. Ik noem het maar ‘werk’, maar dat is het natuurlijk wel en niet. Dit is een bestuursfunctie die je op je neemt en waarvoor je beloond wordt met een enorm gevoel van ‘satisfaction’. Waar ik heel blij van word is dat ik nu een bijdrage kan leveren aan de samenleving op een manier die bij me past.”

www.pbccaribbean.com

 

KADER

Michèle Russel-Capriles

Michèle Russel-Capriles heeft een maatschappelijke bevlogenheid die zij in eerste instantie inzette in de politiek. Als een van de mede-oprichters van de PAR werd zij een van de eerste Statenleden voor die partij. Een periode waarin zij geen blad voor haar mond nam en probeerde binnen de gevestigde orde van politiek en ambtenarij een verandering teweeg te brengen.

“Het moest beter en eerlijker. Wat niet klopte kaartte ik aan. Met vuur en verve. Maar ik was te rechttoe, te rechtaan. En niet te corrumperen. Dat is me uiteraard niet in dank afgenomen. En op een bepaald moment werd ik moe. Ik was elke morgen op tijd in het parlement. Klaar om te beginnen. Voorbereid. En dan kwamen anderen veel later of niet. En ik heb me dan ook afgevraagd wat me bezielde om (bijna) alleen in het Statengebouw rond te spoken. En wat je dan doet is eigenlijk even logisch als erg: if you can’t beat them, you join them... Uiteindelijk ben ik eruit gestapt. Uit de politiek en de partij. Ik kon daar te weinig doen.”

Michèle Russel zet zich na haar politieke carrière op andere wijze in voor diezelfde samenleving waarvan zij houdt. Ze werkte onder meer voor het Ronald McDonald-huis, het Joods Museum, kunstgallerie landhuis Bloemhof en als bestuurslid van het PBCCG.

“Nu ik als voorzitter van het fonds werk, heb ik helaas al die andere werkzaamheden moeten afstoten. Het werd teveel. En ik wil dit (PBCCG) graag goed doen. Door middel van het verstrekken van subsidies aan kunst, cultuur en natuurbehoud op de zes eilanden voel ik dat ik directer bijdraag aan mijn gemeenschap.”

Michèle Russel-Capriles voor het voormalige klooster waar het Prins Bernhard Cultuurfonds is gevestigd.