Home Ñapa Ñapa ‘Buurtcentra parels in de wijk’
‘Buurtcentra parels in de wijk’ PDF Afdrukken E-mail
zaterdag, 26 januari 2013 00:00

De meeste centra zijn dicht, of niet actief. En de activiteiten die er wel plaatsvinden zijn vaak niet direct gericht op de wijkbewoners. Buurtcentra, er zijn er inmiddels 23, met meer dan zestig medewerkers in dienst. En toch heeft de wijkbewoner er weinig of niets aan. Verandering is echter op komst.

Tekst: Mirjam Fokkens foto’s: Ken Wong Streamers:

‘Veel mensen hebben problemen’

Medewerkers overgenomen van Fesebako

 

Maritza Wernet, directeur en bestuurder van Fundashon Pa Stimula Edukashon I Formashon den Bario (SEFBA), zit gedurende het hele gesprek op het puntje van haar stoel. Ik zie een gemotiveerde, ambitieuze vrouw die vol enthousiasme weergeeft dat we dit jaar meer mogen gaan verwachten van het buurtcentrum in onze wijk. “We willen een huis bouwen en we zijn nu bezig met wat stevig en goed moet zijn: het fundament. Maar aan het eind van dit jaar zijn we druk aan het bouwen en hebben we minstens twee rijen ‘bloki’ geplaatst!”

Ik spreek met Wernet in hun recent betrokken kantoor aan de Roodeweg 120. Een mooi blauw pand op een centrale locatie in Otrobanda. De bovendieping wordt bewoond en de onderverdieping is in gebruik van de stichting. Er zijn vijf mensen werkzaam: twee administratieve krachten, een IT-medewerker, een medewerker op consultantbasis en de directeur.

De stichting is opgericht op 17 januari 2012; Maritza Wernet is in dienst sinds augustus 2012. De eerste periode is de stichting aangestuurd vanuit een door de sector cultuur en sport (ministerie OWCS) opgerichte Task Force. Een van de leden daarvan, Carmen Cuffy, medewerker van de sector, is ook aangeschoven.

Wernet houdt ervan metaforen te gebruiken om haar woorden kracht bij te zetten. Om de huidige situatie van de buurtcentra te omschrijven gebruikt ze het voorbeeld van een auto, een slechtlopende wel te verstaan. “De auto hebben we, alleen is er iets misgegaan met de benzine. Er is water bijgedaan en daardoor loopt de auto niet. We hebben voldoende en goede benzine nodig om de auto weer aan de praat te krijgen.” En dat aan de praat krijgen blijkt nog niet zo eenvoudig.

Alle medewerkers van SEFBA zijn overgenomen van de stichting Fesebako (Federashon Sentronan di Bario Kòrsou). Deze stichting bestaat enkele jaren en heeft dezelfde doelstelling als SEFBA. “Maar”, zo vertelt Cuffy, “stichting Fesebako had al jaren geen jaarverslagen ingeleverd. En hoewel er een programma van eisen was, voldeed de stichting daar niet aan. Ook ontbrak het aan goede aansturing en begeleiding van de verschillende besturen van de buurtcentra. Daarom besloot de overheid in overleg met de minister een andere stichting op te richten. Fesebako bestaat nog, maar is niet meer actief.”

Wernet: “We zijn blij dat alle medewerkers van Fesebako zijn overgegaan naar ons. Maar deze mensen hebben soms al jarenlang gewerkt volgens een bepaalde structuur; volgens een bepaald beleid. En om onze doelen wel te bereiken en de wensen van de overheid goed vorm te geven, hebben wij als stichting een ander beleid en een andere werkwijze ontwikkeld. In de praktijk blijkt dat het niet voor iedereen, en zeker niet voor de besturen, eenvoudig is om die omslag te maken.”

Er zijn 23 buurtcentra en 65 medewerkers, betaalde krachten. Elk buurtcentrum heeft een eigen bestuur en deze bestuurders zijn vrijwilligers. De stichting SEFBA fungeert als een paraplu boven deze besturen en de medewerkers. In de doelstelling van de stichting is dit als volgt omschreven: ‘het versterken, stimuleren en activeren van de wijkorganisaties die zich richten op educatie en vorming’. En: ‘het ondersteunen van educatie en vormingsactiviteiten in de samenwerking met wijkorganisaties middels professionelen’. Dit is slechts een deel van de breed omschreven doelstelling van de stichting.

‘Samenwerken’, dat woord gebruikt Maritza Wernet veel. Het is ook de kern binnen de doelstelling. “Ja”, zegt ze, “het zit al een beetje in mijn achternaam hé. ‘Wernet’ dat lijkt op ‘netwerken’. Dat is een van mijn talenten. Ik kan goed mensen bewegen tot samenwerken en hen inzicht verschaffen in het belang daarvan. Ik heb daarin jarenlange ervaring zowel in Nederland als op Curaçao.” Cuffy ondersteunt haar uitspraken. “Ze was de meest geschikte kandidaat. We zijn blij met haar.”

Maar wat kan ik, wat kunnen de wijkbewoners verwachten van het buurtcentrum in mijn wijk dat nu misschien wel dicht is of waar zelden iets te doen valt? “Ja, ik moet eerlijk zijn”, zegt Wernet. “Het is zo dat we eerst hard moeten werken om de neuzen van iedereen dezelfde kant op te laten wijzen. Het kost tijd om goede samenwerking tot stand te brengen met de besturen en daarmee goede aansturing en begeleiding te bewerkstelligen van de medewerkers. Niet dat de mensen niet willen of niet deskundig genoeg zijn, zeker niet. Dat wil ik benadrukken. Maar er moet een cultuuromslag plaatsvinden en in eerste instantie roept dat een onveilig gevoel op, men weet niet goed waar men aan toe is. De werkwijze verandert, maar ook de wijze van aansturing. Voorheen zaten de verschillende besturen in een federatie, nu is het geen federatie meer. Dat bleek niet goed te werken omdat te veel mensen zeggenschap hadden en dat is onder meer voor de besluitvorming op allerlei facetten niet wenselijk.”

Er is door SEFBA een samenwerkingsovereenkomst opgesteld tussen SEFBA en de besturen van de buurtcentra. Er is in vastgelegd wat ingezet moet worden om de doelstelling te bereiken, om de wensen van de overheid voor het welzijn van de wijkbewoner vorm te geven. “We hebben ontzettend veel tijd gestoken, en nog steeds, in overleg met de besturen en de medewerkers. Ook hun vragen zo goed mogelijk proberen te beantwoorden en hun aanbevelingen voor de overeenkomst zijn meegenomen en aanpassingen doorgevoerd. De meeste besturen van de buurtcentra hebben het contract inmiddels ondertekend en ik verwacht dat alle besturen dat zullen doen”, aldus Wernet.

Een van de ‘producten’ van SEFBA is deskundigheidsbevordering. Zoals zij nu de medewerkers en besturen inzicht geven in het nieuwe beleid, zal er structureel veel aandacht gegeven worden aan deskundigheidsbevordering en goede begeleiding. Want om het werk goed te kunnen doen moet je toch wat in huis hebben. Wernet somt een aantal eigenschappen op: flexibel, creatief, dynamisch, ondernemend, goed kunnen samenwerken, goede communicatieve vaardigheden. “En als we dat van onze medewerkers verwachten kunnen zij dat ook van ons verwachten. Dat is evident.”

Een ander belangrijk product is informatievoorziening voor de buurtcentra en de wijkbewoners. Daarvoor zal intensief samengewerkt worden met instanties als de GGD, het Wit/Gele Kruis en instanties rond jeugd en gezin.

Ook voor informatie van de overheid, van de verschillende ministeries, kan de wijkbewoner straks terecht in zijn/haar buurtcentrum om de hoek. Wijkbewoners kunnen zodoende dicht bij huis informatie ontvangen over belangrijke zaken als bijvoorbeeld volwassenen-educatie of naschoolse opvang. Ook specifieke informatie over gezond eten, diabetes en beweging zal onder de aandacht van de wijkbewoner worden gebracht.

We gaan binnenkort een pilot beginnen in samenwerking met de Sociale Vormingsplicht. Zij houden hun trajecten voor leerplichtige jongeren in de buurtcentra. In de ochtenduren worden de trainingen gegeven in besloten sfeer, terwijl bij vakken als sport, muziek, handvaardigheid en koken in de middaguren de wijkbewoners mogen deelnemen.

Het ligt daarnaast in de bedoeling een soort vacaturebank te creëren bij sommige centra zodat de wijkbewoner zich daar kan laten informeren over het vinden van een passende baan.

Van even zo groot belang is dat de wijkbewoners bij het buurtcentrum kunnen aankloppen met sociaal-maatschappelijke problemen. Ze kunnen hun verhaal doen en verder op weg geholpen worden in het hulpverleningstraject. Tevens wordt aan specifieke doelgroepen als drugsverslaafden en drop-outs gericht hulp geboden evenzo door samenwerking met de betreffende instanties.

Buurtcentra zullen ruimten blijven faciliteren. Dat is nu een van de belangrijkste activiteiten. Dit gaat echter meestal ten koste van de wijkbewoner omdat er een tekort is aan middelen. Nu wordt er vooral gekeken wat de huur van een ruimte opbrengt, en wordt het doel uit het oog verloren of het gaat soms ten koste van een activiteit. Als er bijvoorbeeld een instuif staat gepland op maandag en de ruimte kan verhuurd worden, dan mag het niet zo zijn dat de instuif wordt afgelast. “We moeten altijd het doel voorop stellen. Namelijk dat we er zijn voor de mensen, de wijkbewoner, en dat de activiteiten in hun belang worden georganiseerd en aangeboden.”

De buurtcentra krijgen van de overheid een bedrag van 700 gulden per maand voor utiliteitskosten. Er is echter geen geld beschikbaar voor middelen. Het geld dat SEFBA van de overheid ontvangt is voor de salarissen van de medewerkers. Maritza Wernet geeft aan dat haar focus, als het gaat om het krijgen van financiële middelen, vooral gericht is op samenwerking met ministeries. Elk ministerie heeft een potje dat is bestemd voor het welzijn van mensen in onze samenleving. Carmen Cuffie onderstreept nog eens dat het een integrale aanpak betreft. Daarin is medewerking van de verschillende ministeries erg belangrijk en wenselijk.

Van zeer groot belang tenslotte, is sociale activering en het creëren van maatschappelijke betrokkenheid. “Want”- en ik ontwaar een soort heilige verontwaardiging bij Wernet - “er wordt gewoon geen beroep gedaan op de creativiteit in de mens! De Caribische Nederlanders zijn vaak niet actief maar dat heeft, behalve de mentaliteit, misschien ook te maken met een stukje van het koloniale verleden en de stereotypering die aan ons kleeft. Vaak denkt men: ik kan het zelf het beste en staat men niet open voor de inbreng en visie van een ander. Het wordt vaak wel geconstateerd, maar weinig mensen durven er iets aan te doen. Ze wilden mij jaren geleden doen geloven dat het niet te veranderen is, maar toen al heb ik me ingezet om hierin bewustwording en verandering te bewerkstelligen. En geloof me, dat is gelukt. Het besef moet komen dat we er samen iets mooiers van kunnen maken. Daarom gaan we op zoek naar perla - Wernet moet even zoeken naar het Nederlandse woord - …Oh ja… parels! Onze medewerkers zijn stuk voor stuk parels maar er zijn er velen in de wijk, onder de wijkbewoners, en daar gaan we naar op zoek! Die ene man, vrouw of jongere die ergens goed in is, een bijzonder talent heeft maar dat niet volledig inzet of niet verder ontwikkelt. Mensen die hun steentje in het buurtcentrum kunnen bijdragen. We willen hem of haar naar het buurtcentrum halen. Laat maar zien wat je kunt! En deze bewoners nemen hun familie en vrienden mee waardoor er direct ook sociale betrokkenheid is.”

“Maar er is een andere kant. Veel mensen hebben problemen, veel problemen. En dan zal je hen toch echt eerst moeten helpen met hun problemen en persoonlijke ontwikkeling voordat ze toe zijn aan die maatschappelijke betrokkenheid en sociale activering. Dat is logisch. En om daar stappen in te zetten kunnen zij straks dicht bij huis terecht. In hun eigen wijk, bij het buurtcentrum.”

Om al deze doelen te bereiken wordt er wat Wernet betreft - spreekwoordelijk - getrouwd. En wel tussen de stichting en de diverse ministeries. “Wij hebben een huis, jij hebt het geld en de middelen, dus laten we trouwen. In het belang van onze samenleving, in het belang van de wijkbewoner.”