Home Ñapa Ñapa Stap voor stap krijgt Nos Welita gestalte
Stap voor stap krijgt Nos Welita gestalte PDF Afdrukken E-mail
zaterdag, 02 februari 2013 13:42
Carlos Weeber en Sandra Hay.

Steentje voor steentje en stap voor stap wordt het grote plan om het beste tehuis voor ouderen op Curaçao van de grond te tillen realiteit. Het begon met een idee en nu staat het nieuwe bejaardentehuis Nos Welita er bijna. Dankzij de hulp van heel veel mensen, meer dan 80 bedrijven en instanties en het onuitputtelijke enthousiasme van initiatiefneemster Sandra Hay.

Tekst Tekst: Judice Ledeboer

Foto’s: Ken Wong Streamers:

‘Ik weet hoe het is niet veel te hebben’

‘Ik ben iedereen zo dankbaar’

Hay bruist van de energie. En wat dit project, de bouw van het nieuwe bejaardenhuis, betreft is ze niet te stoppen. De bouw vordert gestaag en gaat het nu de laatste fase in. Er moet nog heel veel gebeuren. Hay en architect Carlos Weeber, die beiden vanaf dag één betrokken zijn bij het project, hebben ieder een andere openingsdatum in hun hoofd. Het plan is om 1 april klaar te zijn. Weeber gelooft er in, Hay niet. Het is typisch de manier waarop deze twee samenwerken. Lekker kibbelen en gewoon doen wat je moet doen. “We werken heel goed samen”, zegt Hay lachend. Het bejaardenhuis is voor minderbedeelde ouderen uit de samenleving, om ze een rustige, liefdevolle oude dag te bieden.

Hay is geboren en getogen in de Schilderswijk in Den Haag. “Ik weet hoe het is om niet veel te hebben, ik heb het zelf meegemaakt”, zegt ze en wappert haar woorden weg, want het gaat niet om haar, maar om haar project, dat zij is begonnen en waar zij de ‘trekker’ van is.

Toen zij ruim vijf jaar geleden met haar gezin op Curaçao kwam wonen, kwam ze in aanraking met mensen die in pure armoede leefden. “Ik wist dat er armoede was, maar wat ik toen zag was een shock voor me en ik vond dat ik iets moest gaan doen om die mensen te helpen.” Ze benaderde een stichting en zei: “Ik wil iets groots gaan doen.” Ze kreeg het advies om zelf een stichting op te richten en binnen een mum van tijd was er de Stichting Biba Miho. “Dit betekent van alles: een nieuw begin, nieuw leven, nieuw wonen, een nieuwe start”, legt Hay uit.

Haar eerste project was het adopteren van twee jonge alleenstaande moeders die samen acht kinderen hadden en in een huis woonden, zonder vloer, alleen diabaas, zonder keuken en badkamer en waar drie kinderen in een stapelbed sliepen. Hay hielp de vrouwen aan een baan en regelde iedere week een voedselpakket - ook voor anderen en regelde zelfs nieuwe bewoning voor mensen die dat nodig hadden.

Dit kon ze doen dankzij de hulp van de Tafelronde Curaçao die tijdens een veiling 400.000 gulden voor haar stichting inzamelde en andere bedrijven die gul gaven aan de stichting Biba Miho. Hay’s enthousiasme om mensen die in armoede leven of die hulp nodig hadden te ondersteunen, was niet te stoppen en ze wilde meer doen, wilde een groot project opzetten. Via radio Dolfijn werd Hay geattendeerd op het bejaardenhuis Nos Welita dat onder erbarmelijke omstandigheden bejaarden opvangt. Het huis was namelijk totaal niet geschikt voor ouderen en moest grondig gerenoveerd worden.

Hay schakelde een bouwspecialist in om te kijken wat er gedaan kon worden om het tehuis te renoveren, maar het advies was: afbreken en opnieuw bouwen. Maar waar moesten die ouderen naartoe als het tehuis eerst moest worden afgebroken en dan weer moest worden opgebouwd? Hay zag dat de nood hoog was en regelde in korte tijd ontmoetingen met allerlei mensen en het plan om een nieuw tehuis te gaan bouwen kreeg ‘body’ toen de overheid een stuk grond ter beschikking stelde. “Maar ik moest voor de rest zorgen”, zegt ze. “Ik had verder niets, maar wel een stuk grond.”

Hay vroeg de bekende architect Carlos Weeber of hij een ontwerp kon maken en toen begon haar enthousiaste, soms moeizame tocht op zoek naar geld om het bejaardenhuis te kunnen financieren. Wederom was het de Tafelronde Curaçao die haar een startkapitaal schonk, maar dat was bij lange na niet voldoende. Er was namelijk begroot dat het project 1,2 miljoen gulden zou gaan kosten. “We moeten gewoon beginnen”, zei Weeber, “dan komt de rest vanzelf.” En zo is het ook gegaan, want synchroon aan de bouw, vanaf het fundament en de eerste paal in de grond, druppelden de gelden binnen, maar het was niet alleen harde valuta die geschonken werd. Bedrijven, organisaties, mensen uit binnen- en buitenland, honderden droegen letterlijk en figuurlijk hun steentje(s) bij, in de vorm van goederen en fysieke hulp en ook in het verlenen van diensten.


Regeltant
e

Hay: “En dan wil ik Bernadette Zweerman speciaal noemen. Zij kwam zelf naar me toe of ze iets voor me kon doen. Zij is degene die achter subsidies is aangegaan en aangaat, zij benadert mensen en bedrijven, zij regelt gewoon van alles, noem haar maar ‘de regeltante’ van het project’. “En ik wil ook Mundo Willems nog noemen. Hij is hier vanaf het begin iedere dag geweest om te helpen bij de begeleiding van de bouw. Helemaal vrijwillig en hij wilde er geen cent voor hebben! Ongelofelijk wat die man voor het project heeft gedaan!”

Hay weet niet hoe ze haar dankbaarheid moet uiten aan iedereen die heeft bijgedragen en nog steeds bijdraagt. Terwijl ze dat diverse keren zegt tijdens het gesprek zwaait ze haar armen in de lucht. Ze wil iedereen omarmen, maar ze weet niet hoe. “Ik ben iedereen zo dankbaar. Het is heel bijzonder hoe mensen gereageerd hebben op mijn gebedel om geld. Overal waar ik kwam en kom spreek ik mensen aan. Ik denk soms dat mensen wegduiken als ze me aan zien komen”, zegt ze. Ze is zo langzamerhand Nos Welita geworden. Ook door de publiciteit die ze de laatste jaren kreeg, want de samenleving werd goed op de hoogte gehouden via de media. Hay vindt het allemaal “Geweldig! Ongelofelijk! Zo lief van iedereen!”

Ze geeft allerlei voorbeelden van giften in de vorm van geld, (bouw) materialen en diensten. “Bedrijven gaven bouwmaterialen, beton, het dak werd gelegd, ik kreeg alle tegels voor de vloer in het pand, de oprijlaan wordt gemaakt, gratis, inclusief materialen, we kregen verf, jongens van de Nederlandse landmacht en de marine hebben staan schilderen, als ik maar niemand vergeet! Deuren, renteloze lening van een bank, een tuinbedrijf gaat bomen leveren voor de tuin en straks komt er iemand om te kijken welk sanitair we nodig hebben.”

“We hebben ook al ziekenhuisbedden. Veertig. Van die hele mooie uit Nederland gekregen. Scholieren van diverse scholen organiseerden acties om geld in te zamelen. En toen het project vorderde moesten we het laten beveiligen tegen ongewenste gasten in het pand. Iemand bood ons gratis security aan. Ook veel particulieren schonken geld. Mensen vragen geld voor hun verjaardag en dat krijgen wij dan, twee jonge jongens hebben net in hun vakantie geld ingezameld en kwamen dat brengen, 2000 gulden! Een lieve meneer maakt als hobby lampen van kalebassen. Hij bood een lamp aan en die is geveild voor 10.000 gulden. En nu zitten we al op de 1, 6 miljoen gulden. En dat hebben we echt nodig, want zo’n project wordt toch altijd duurder dan gepland. Het gebouw staat er in ieder geval en het is bijna af.” Dankzij een recente donatie van de Isla van 250.000 gulden kan het project nu afgerond worden.


Langer geduur
d

Hay komt iedere woensdag op de bouw, samen met architect Weeber, om te kijken hoe de werkzaamheden gevorderd zijn. De bouw heeft langer geduurd dan het plan was en dat had te maken met een gebrek aan gelden. “We hebben de bouw nooit helemaal stop gezet. Als er bijna geen geld meer was dan werkten er altijd wel een paar bouwvakkers door en als er weer geld was werd de ploeg aangevuld.”

Architect Weeber moest zich bij het ontwerp van het gebouw houden aan het programma van eisen dat door het bestuur en de directie van het huidige bejaardenhuis was opgesteld. De opzet was vanaf het begin om het gebouw aircoloos te maken. “Dus bij het ontwerp heb ik goed gelet op de zon en de wind”, legt Weeber uit. “Ik heb het zo ontworpen dat het gebouw nooit opwarmt. De buitenmuren staan niet in de zon en het dak is zwaar geïsoleerd. Dat heb je op Curaçao nodig. Er zit een laag van 16 cm isolatiemateriaal. Ik heb dat laten uitrekenen op de TU in Delft.” Een rondleiding door het gebouw geeft duidelijkheid over de manier waarop een pand aircoloos kan zijn. De muren lopen niet door tot het plafond, waardoor er ventilatie is door het gehele pand. Er zijn nergens glazen ramen, maar er komen shutters die de zon buiten houden en frisse lucht binnenlaten.

Het gebouw is simpel en zeer doeltreffend. Bij binnenkomst door de voordeur komt men via een kleine hal in een grote ruimte in de lengte van het pand dat het dagverblijf wordt en aan de andere kant van het pand in de lengte is de eetruimte. Daar tussenin, in het midden zijn vier grote zalen waar tussen de 9 à 10 personen kunnen verblijven. Tussen twee zalen in zijn toiletten, douches en wastafels. De slaapzalen komen direct uit op het dagverblijf en aan de andere kant op de eetruimte. Aan de ene kant van het gebouw zijn de keukens met opslagruimte voor voedingsmiddelen en aan de andere kant van het gebouw is de ziekenboeg met aparte kamers voor de arts, een behandelkamer en twee ziekenkamers, waar maximaal vijf personen kunnen verblijven. Er is ook een aparte ruimte voor de personeelsleden, die hun eigen ingang hebben. Rond het gebouw is een tuin. Het plan is om er een moestuin te maken zodat men eigen groenten en fruit kan verbouwen. Er is op allerlei manieren rekening gehouden met de beheersing van kosten en gemak voor de bewoners. Er zijn nergens drempels en alles is gelijkvloers en alle deuren zijn schuifdeuren. Om waterkosten te besparen is er onder het pand een enorme waterbak gemaakt van 300 kubieke meter. Al het regenwater wordt daarin opgevangen. Dit water is bestemd voor alle gebruik, behalve als drinkwater. “Voor iedereen is er 40 kubieke meter per dag beschikbaar”, zegt Hay trots. Er is ook een waterput in de tuin om de tuin in de toekomst te kunnen bewateren.


Weeber kreeg vrije han
d

Weeber is blij dat hij in zekere zin de vrije hand heeft gekregen om een bejaardenhuis te ontwerpen dat bij de Curaçaose cultuur past. Hij spreekt zijn ergernis uit over het feit dat er dikwijls in eerste instantie gekeken wordt naar normen zoals die in Nederland worden gesteld. “Maar het is hier anders. Qua cultuur en het klimaat. Daar moet je rekening mee houden. In Nederland mogen mensen maar met maximaal twee personen in een kamer, maar dat is hier niet haalbaar. Veel te duur. De wens van het bestuur en de directie van het bejaardenhuis was ook om zalen te maken.” Weeber heeft het gebouw ontworpen in de kleuren blauw en wit. Over de binnenkant van het gebouw zijn Hay en hij het nog niet helemaal eens, maar daar komen ze ongetwijfeld uit. “We denken erover om ook binnen de kleur blauw te gebruiken. Tot hier en dan wit”, legt hij uit en hij wijst aan tot welke hoogte. Op de vraag wat hij het leukste deel van het gehele project vond zegt hij: “Dat moet nog komen. Dat is het moment dat alles af is.” Ook Hay kijkt uit naar het moment dat de bouw voltooid is en het gehele pand is ingericht. “Wij werken volgens het turn key-principe. We geven de sleutel en de ouderen kunnen er zo in gaan wonen.”

En dan? Als dit project klaar is? Wat ga je dan doen? “Dan ga ik uitrusten. Ik realiseer me nu dat ik best een risico heb genomen. Ik denk dat als we niet gewoon waren begonnen dat het nooit gelukt was. Het geld inzamelen was ook best moeilijk. Straks wil ik iets voor mezelf gaan doen. Ik ben best creatief. Misschien ga ik wel beeldhouwen.”

Het einde is in ieder geval in zicht. Er moet nog heel veel gedaan worden. Het zijn de bekende ‘zware laatste loodjes’ tegen het einde van een project. “De afbouw is altijd zwaar”, zegt Hay, maar dankzij iedereen die mee heeft geholpen en iedereen die nog steeds actief bij de bouw betrokken is, staat er over een tijdje een nieuw bejaardenhuis, waar ouderen in rust kunnen genieten van hun oude dag.

“En als er nog mensen zijn die mee willen helpen, bel me, er is altijd wel iets te doen”, besluit Hay.

Voor informatie: www.bibamiho.com / telefoon: + 5999 5275949

De opzet was vanaf het begin om het gebouw aircoloos te maken.
De bouw vordert gestaag en gaat nu de laatste fase in.