Home Ñapa Ñapa Cultuureigen zorg voor Antilliaan
Cultuureigen zorg voor Antilliaan PDF Afdrukken E-mail
zaterdag, 02 februari 2013 13:46
Ana van den Bosch en Injerreau Cijntje. “Het is van het grootste belang de zorg al vanuit detentie op te starten.”

Criminelen moeten na het uitzitten van hun gevangenisstraf gedwongen een psychologische behandeling volgen om terug te kunnen keren in de Nederlandse samenleving. Zo ook de criminelen van Antilliaanse herkomst.

Tekst en foto’s: Mineke de Vries Echter, hoe verloopt die zorg als de hulpverlener de culturele achtergrond van de migrant, in dit geval de Antilliaan, niet kent en zijn moedertaal niet spreekt? Het voorkomen van recidive werkt het effectiefst als de hulpverlener in staat is de delinquent te zien in het licht van zijn cultuur. Bij de interculturele hulpverleningsorganisatie i-psy zijn hulpverleners in dienst die letterlijk en figuurlijk de taal van de forensisch patiënt spreken. En verdiep je je in de culturele problematiek, dan wordt tevens duidelijk waarom ‘de’ Antilliaan zich vanuit zijn achtergrond schuldig maakt aan een bepaald soort misdrijven. Inzicht hierin kan recidive sterk terugdringen.

Vermogensdelicten met agressie en moord, dat is waar Antilliaanse criminelen zich voornamelijk aan schuldig blijken te maken. Het gaat om misdaad vanuit een duidelijk aanwijsbare oorzaak: geldgebrek. Antillianen zijn zelden zedendelinquenten of pedofielen. maar des te meer te vinden in drugssmokkel, diefstal en overvallen. Vaak zijn het onderwereldzaken, handel in drugs, afrekeningen in de vriendenkring: geld als oorzaak van de Antilliaanse criminaliteit. “Daarbij valt ook op dat de meeste patiënten die ik zie tussen de 24 en 35 jaar oud zijn; de stap van adolescent naar volwassenheid blijkt vooral een lastige leeftijd”, stelt de Curaçaose psycholoog Injerreau Cijntje, verbonden aan i-psy. “Jongeren zijn beïnvloedbaar en gevoelig voor (criminele) invloeden van buitenaf, althans als ze geen goede binding hebben en dus weinig identiteit. Ze halen die identiteit dan uit mooie spullen, willen ook de mooie schoenen hebben die de buurjongen heeft. Daar kan het al mis gaan. Worden mensen ouder dan heeft de invloed van buitenaf minder impact, mensen beseffen dat de waarde uit jezelf komt.”

Cijntje studeerde - na het Maria Immaculata Lyceum en de laatste jaren op het Peter Stuyvesant College - klinische psychologie in Leiden. “Bij biologie leerde je over je lichaam, ik raakte steeds meer geïnteresseerd in kennis naar het geestelijk functioneren van mensen, van mezelf.” Vanuit een emotionele stabiele thuissituatie - vader zat in het onderwijs en bracht zijn opvoedkundige kennis ook thuis in - kan Cijntje anderen des te beter helpen. Op den duur gaat hij terug naar Curaçao, maar eerst wil hij verder groeien in zijn ontwikkeling om de mensen op het eiland nog beter van dienst te kunnen zijn. “Eerst mijn rugzak vullen en dan terug naar de Antillen.”


Stelselmatige pleger
s

De forensische zorgverlening waarin Cijntje werkt, is onderdeel van i-psy, een GGZ (geestelijke gezondheidszorg) -instelling, die zorg biedt aan migranten vanuit hun eigen cultuur en taal. Cijntje: “De forensische zorg kwam er anderhalf jaar geleden als project bij, omdat er een dringende noodzaak bleek te zijn. We zagen dat Antillianen voortdurend recidiveerden, er is sprake van een groep stelselmatige plegers. Ze werkten mee aan gedwongen behandeling omdat ze vanuit de reclassering wel moesten of voorwaardelijk vrij konden komen, maar het leverde uiteindelijk slechts eindeloze dossiers met rapportages op. Vandaar dat we niet sterk genoeg kunnen benadrukken dat onze interculturele zorg al vanuit de detentie begonnen moet worden.”

Het landelijk forensisch team van i-psy heeft inmiddels contracten gesloten met verschillende grote gevangenissen, waaronder Hoogeveen, Zwolle, Lelystad, de Bijlmer, Den Haag en Rotterdam. In de gevangenis in Zwolle zitten met name vrouwen die vastzitten voor drugssmokkel, zowel daders als slachtoffers.

De forensische zorg, gedwongen behandeling - waarvan tbs de meest bekende is - wordt door de rechtbank opgelegd aan iemand die een strafbaar feit heeft gepleegd en valt onder verantwoordelijkheid van de Dienst Justitiële Instellingen. De zorg is erop gericht het gedrag zodanig te veranderen dat de patiënt niet weer een delict pleegt en vindt plaats in een GGZ-instelling of in de gevangenis zelf.


Inzicht soms schokken
d

Cijntje bezocht de gedetineerden onder strenge bewaking in de gevangenis, maar ziet zijn cliënten nu op de poliklinieken van i-psy, meestal één keer per twee weken, maar indien nodig een aantal keren per week. “Het is de kunst het vertrouwen van mensen te winnen, zonder iets van ze te willen, daar moet je tijd in steken. Ze hebben vaak al zoveel psychologen gezien, ze geloven er niet meer in. Zonder dat je iets hebt gezegd scheelt het dat je van Curaçao komt. Hun weerstand tegen de hulpverlening is daardoor minder. Ik spreek Papiaments als ze dat willen en ik ken de lichaamstaal; met hun armen over elkaar arrogant naar je kijken zonder een woord te zeggen. Mij schrikt dat niet af.

Maar door mensen die onze cultuur niet kennen, kan er snel een sticker opgeplakt worden als: dit is iemand met een anti-sociale persoonlijkheidsstoornis of het ontbreekt hem aan geweten. Soms ligt er iets heel anders aan ten grondslag; houding, lichaamstaal of cultuurspecifieke gedragspatronen kunnen iets heel anders impliceren. Antillianen zijn meer dan wie ook gevoelig voor de relatie, daar moet je eerst voor gaan. Laten merken dat je hun achtergrond kent, niet oordelen, niet moraliseren. Bij een eerste gesprek zijn ze vaak stoer. Daar zit schaamte achter, maar die negeer ik en zo kom ik steeds dieper bij de kwetsbare plekken. Als je hen serieus neemt, nemen ze jou ook serieus. Ik heb begrip voor de context, ik heb begrip voor hun persoonlijkheidsontwikkeling, maar niet voor datgene wat ze hebben gedaan.”

Cijntje gaat daarom niet op de fout zitten, maar op de oorzaak. “Ik probeer zover te komen dat ze kennis krijgen over zichzelf, hun achtergrond, hun familie en daarmee over hun ontwikkeling. Dat kan (kleine) veranderingen teweegbrengen. Vaak is dat schokkend voor ze.” Ondanks dat Cijntje, die Papiamentstalig is opgevoed, mensen in hun eigen taal te woord kan staan, is zijn inziens het kennen van de thuissituatie belangrijker dan het taalaspect.


Kind krijgt de schul
d

De oorzaak van criminaliteit ligt vrijwel altijd in een beschadiging in de vroege ontwikkeling. Problemen worden meegenomen vanuit de Antillen, alleen, de problemen die in de eenvoudige Antilliaanse samenleving klein bleven, worden in de complexere samenleving van Nederland ook complexer.

Injerreau Cijntje: “Ik heb zelf de gecompliceerder leef- en denkwijze aan den lijve ondervonden toen ik hier kwam.” Veel Antillianen die in financiële problemen raakten, gingen naar Nederland, in de hoop het daar beter te krijgen. De werkloosheid was hoog op bijvoorbeeld Curaçao en men had de droom dat het in Nederland beter zou gaan. Het bleek echter moeilijker dan ingeschat en de problemen gingen door.

Cijntje: “De persoonlijke problemen van de ouders blokkeren hen in hun functioneren in de rol van ouder, waardoor ze hun kinderen verwaarlozen. Kinderen kunnen zich niet spiegelen aan hun ouders en krijgen geen zekerheden mee, of zoals we dan zeggen: hun ik-sterkte is heel laag. Daarbij is het heel belangrijk om te erkennen dat Antilliaanse ouders het kind vaak gebruiken als muur tussen zichzelf en de problemen. Het kind wordt de manifestatie van hun problemen. De ouders klagen over het moeilijke gedrag van het kind, gaan schelden tegen het kind of dreigen.” Dat is de reden, volgens Injerreau Cijntje, dat je ouders zult moeten leren een stap terug te doen om naar zichzelf te kijken, zodat ze zien dat de problemen van het kind voortkomen uit henzelf. Dit wordt psycho-educatie genoemd. “Armoede speelt een grote rol in de problematiek. Omdat er generaties lang hard moest worden gewerkt en er zeker in de sociaal zwakkere milieus vaak sprake is van jong kinderen krijgen en grote gezinnen, worden de kinderen snel verwaarloosd.”

De kinderen van de migranten - die soms in Nederland zijn geboren - krijgen de hechtingsproblemen dubbel mee: de hechting naar hun ouders, maar ook hun plek op de wereld. De migratieproblematiek speelt soms generaties lang door, omdat ouders/grootouders weer uit allerlei gebieden (waaronder Zuid-Amerika) afkomstig zijn. Dit wordt generatie op generatie doorgegeven, met alle gevolgen van dien.


Taal- en cultuurmatc
h

De omschreven Antilliaanse problematiek zien we terug in de forensische zorg, maar ook op de andere terreinen van geestelijke gezondheidszorg waarin i-psy actief is. I-psy ontstond acht jaar geleden als zelfstandige GGZ-organisatie en dankt zijn bestaansrecht aan een Turkse psychiater die een instelling begon waarin de taal- en cultuurmatch essentieel waren in de hulpverlening. Zijn bedrijf werd overgenomen door twee grote GGZ-instellingen in Nederland en de naam werd veranderd in i-psy, dat nu onderdeel is van de Parnassia Groep.

Al langer was bekend dat migranten weinig opschoten met de hun geboden westerse zorg. Omdat ook de zorgverzekeraars het nut van geestelijke gezondheidszorg vanuit de eigen cultuur inzagen, kwam er ruimte voor de tweedelijnszorg van i-psy, gefinancierd vanuit de zorgverzekeringswet. I-psy heeft inmiddels in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht grote poliklinieken, maar ook in Zaandam, Alkmaar, Almere, Hoorn, Velsen, Lelystad, Tilburg en Eindhoven zijn vestigingen en er volgen er meer.


Eigen cultuur

Ana van den Bosch van i-psy legt uit dat het grootste probleem bleek te zijn dat de primaire zorg bij ‘witte’ GGZ-instellingen niet aansloot. “Klachten worden geïnventariseerd vanuit een westers denkpatroon waarbij lichaam en geest gescheiden zijn. Vanuit de inventarisatie wordt een diagnose gesteld en daaruit volgt een behandeling volgens een bepaald protocol. Het is een cognitief model, waarbij het protocol is gebaseerd op westerse testen. Deze gaan er vanuit dat men de westerse samenleving begrijpt.” Er zijn interessante onderzoeken gedaan naar de relatie tussen IQ en gedrag, waaruit bleek dat mensen in hun eigen omgeving een hoger IQ hebben, wat verklaart dat ze daadwerkelijk de nieuwe samenleving niet begrijpen.

Aangezien veel migranten - Turken, Marokkanen, Afghanen, Antillianen - in een wij-cultuur zijn opgegroeid in tegenstelling tot een westerse ik-cultuur legt i-psy in haar zorgverlening de nadruk op de relatie van mens tot mens. Van den Bosch: “Bij de intake bij ons neemt het levensverhaal een belangrijke plaats in. We gaan uit van de context. De persoonlijke levenslijn met daarin opgenomen de relaties tussen familieleden vormen het uitgangspunt. De migratie van ouders speelt dus door in de levens van hun kinderen. De diagnose beschrijft wat iemand zélf als zijn probleem ervaart, oftewel wat zijn lijdensdruk is.”

De interculturele teams van i-psy bestaan uit psychiaters en artsen, psychotherapeuten, systeemtherapeuten, psychologen, maatschappelijk werkers, somatische artsen, beeldende en dramatherapeuten. “We hebben allerlei expertise in huis, voor elke doelgroep specifieke zorg. Bijvoorbeeld voor Irakezen die zwaar getraumatiseerd zijn. Maar ook voor de eerste generatie Marokkanen, die weer een geheel ander zorgpad nodig heeft dan de volgende generaties.”


Schaamte en afguns
t

Van alle migranten weten de Turken en Marokkanen de zorgverlening inmiddels redelijk te vinden volgens Ana van den Bosch. Voor de Antillianen is dat een ander verhaal. Vanuit hun cultuur is het erg moeilijk om hulp en ondersteuning te zoeken. “Daaraan ligt onder meer de schaamte ten grondslag. Voor elkaar willen ze niet onderdoen, aan de oppervlakte moet het mooi zijn. Ook afgunst speelt een grote rol, factoren dus waardoor mensen zich niet gemakkelijk kwetsbaar maken, de schijn moet worden opgehouden. Ook opvallend in de Antilliaanse cultuur is dat er weinig binding onderling is, er is geen hechte gemeenschap. Bij andere migranten zoals bij Turken en Marokkanen zie je dat de religie een verbindend element is. Dat zorgt voor een ontmoetingsplek en het vieren van feestdagen.” Bij Antillianen zijn er behalve de Dag van de Vlag weinig feesten die gezamenlijk gevierd worden; ze leven in Nederland erg los van elkaar.


Investeren in relati
e

Van den Bosch: “Willen we de Antillianen met probleemgedrag in de Nederlandse samenleving bereiken, dan moeten we samenwerkingsverbanden zoeken met allerlei organisaties en instellingen. Deze Antillianen laten oppositioneel gedrag zien bij detentie, maar ook weerstand en verzet in de gemeente, in de wijk. We moeten ons verbinden in zorg en hulp, op psychisch, maar ook en misschien wel vooral op sociaal en maatschappelijk gebied en ons daarbij ook nog eens specifiek richten op de jeugd. We hebben een lange adem nodig, maar moeten aan de slag om ketenzorg te creëren en verder investeren in de relatie met de doelgroep.” Inmiddels is de overname van de Stichting Welzijnsbevordering Antillianen, Arubanen (SWA) gerealiseerd en op sociaal-maatschappelijk gebied is er een nauwe samenwerking met Sibad (Systeemgerichte en intensieve begeleiding Antillianen Dordrecht). Van den Bosch is van het begin af aan betrokken bij i-psy, voelt zich uitermate verantwoordelijk en steekt haar nek uit. Zo nam zij de organisatie op zich van het theaterstuk ‘De Naakte Antilliaan’ van Archell Thompson. “Als we mensen blijven stimuleren te praten over problemen en naast de ‘witte’ GGZ daadwerkelijk andere hulp gaan aanbieden, zijn we een stap verder in onze multiculturele samenleving. We hopen zo mensen te behoeden voor misstappen.”

De van Curaçao afkomstige Cijntje: "De oorzaak van de Antilliaanse criminaliteit is vrijwel altijd te vinden in geldgebrek."