Home Ñapa Ñapa Jubileum Johannes Bosco
Jubileum Johannes Bosco PDF Afdrukken E-mail
zaterdag, 09 februari 2013 00:00
Pedro de Palm

Giovanni Don Bosco, priester en hulpverlener. Zijn portret prijkt aan de wand van de vergaderkamer. Ik ben op bezoek bij de stichting die zijn naam draagt: stichting Johannes Bosco. Vorig jaar juli bestonden zij 65 jaar.

Tekst: Mirjam Fokkens foto’s: Ken Wong Sinds die dag viert de stichting dat heugelijke feit op verschillende manieren. Onder meer door bijzondere donaties te doen en aandacht te vragen voor hun werk. Maar vooral is het een periode van bezinning. “Waar komen we vandaan, waar staan we nu en waar gaan we naartoe.”

En nu net na de herdenking van de sterfdag van Johannes Bosco op 31 januari, wil de stichting de samenleving graag meenemen in die bezinning. Want, zo vertelt Roxanne de Leeuw, de kersverse directeur: “We bestaan al lang en toch zijn we niet zo bekend. We willen laten weten dat we er zijn.”

“De stichting heeft als hoofdtaak het doneren van gelden aan organisaties die hulp bieden aan sociaal bedreigde gezinnen, jongeren, bejaarden en gehandicapten. Ik ben trots op onze stichting. Vooral omdat we als stichting zelfvoorzienend zijn. Daarnaast hebben we een rijke geschiedenis.”

 

Rijke geschiedenis

Over die rijke geschiedenis kunnen de bestuursleden Pedro de Palm (plaatsvervangend secretaris) en Venancio Goeloe (plaatsvervangend penningmeester) vol elan vertellen. Niet alleen zijn zij reeds 33 jaar lid van het bestuur, ook hebben zij beiden in het jongensinternaat gewoond op het landgoed Brakkeput. Het internaat en het landgoed liggen aan de basis van de ontstaansgeschiedenis van de stichting.

“Eigenlijk is 33 jaar een beetje te lang om in een bestuur te blijven zitten”, geeft De Palm aan. “Het zit ook in mijn achterhoofd een stapje terug te doen, ook gezien mijn leeftijd. Het is niet zo dat ik er morgen uitstap, maar het is goed om het bestuur te verjongen.” Goeloe vult aan: “De stichting functioneert op basis van jong en oud. De ouderen met veel ervaring ontmoeten de jongeren met nieuwe input halverwege. Als de tijd daar is kunnen wij een stap terug doen.”

De historie van het ontstaan van de stichting begint in 1936. Er waren destijds slechts twee scholen op Curaçao voor het voortgezet onderwijs. Die scholen konden de hoeveelheid leerlingen niet verwerken. Dit was een grote zorg voor de bisschop en het gouvernement. Zij besloten toen, in samenwerking met de Curaçaosche Petroleum Industrie Maatschappij werkkampen voor de jongens op te zetten. Eén daarvan viel onder het Leger des Heils en het andere onder de Rooms Katholieke missie.

 

Het was de bedoeling deze jongens op te leiden in land- en tuinbouw op de plantages van Brakkeput. Om de jongens dit te leren en te begeleiden werden in 1937 door mgr Verriet de Kruisvaarders (broeders) van St. Jan uit Nederland naar Curaçao gehaald. Echter, binnen de kortste tijd liep dit project op niets uit. In de hete zon zwaar werk verrichten op het land was niets voor de jongens. Er moest naar een andere oplossing gezocht worden. De gouverneur van Curaçao liet een brief uitgaan naar de gezaghebber van Aruba om aan te geven dat jongeren op Curaçao konden komen werken én daarnaast secundair onderwijs konden volgen. De Palm tikt op de brief van de gouverneur die voor hem ligt. “Een historisch document uit 1938, niet gemakkelijk aan te komen, maar van grote waarde!”

Huize Don Bosco

Om de jongens onder te brengen werd er een internaat opgericht: Huize Don Bosco, vernoemd naar de Italiaanse priester Giovanni Don Bosco die leefde van 1815 tot 1888. Deze zette zich in voor kinderen en jongeren. Hij bood hulp maar, zo benadrukt De Palm. “Hij deed dit vooral vanuit pastoraal perspectief, primair om ervoor te zorgen dat de zielen van deze kinderen naar de hemel zouden gaan. Hij was geen pedagoog.” Een belangrijk onderdeel van zijn filosofie was het begeleiden zonder straffen. In zijn geboorteplaats Turijn richtte hij diverse weeshuizen en vakscholen op.

In Huize Don Bosco vonden inmiddels ook de jongens van Aruba en Bonaire onderdak. Intussen werden ook ambachten als metaalbewerken, autotechniek en timmeren onderwezen. De broeders waren echte vaklieden en gaven daarin goed onderwijs onder strenge discipline. Binnen dit strenge regiem werd er weinig georganiseerd. De Palm vertelt uit ervaring: “Het internaat was dicht bij zee maar leren zwemmen konden de broeders ons niet omdat ze dat zelf niet konden. Er was genoeg ruimte om te voetballen of te honkballen, maar de broeders waren niet goed in het organiseren en structureren van dit soort zaken. Daardoor is er veel misgelopen. Niettemin heeft het internaat goede burgers en vaklieden afgeleverd. De Shell stond te trappelen om de jongens aan te nemen.”

Om verandering in de situatie te brengen besloot de bisschop in 1947 een stichting op te richten waarbij als hoofddoel werd vastgesteld: het bevorderen van maatschappelijke zorg in het algemeen en in het bijzonder voor of ten behoeve van de jeugd. De stichting ging over tot het kopen van het landgoed met ‘alles erop en eraan’. En dat ‘alles erop en eraan’ betekende ook overname van een grote schuld. De Palm: “In totaal heeft de stichting drie keer in de schulden gezeten en ook drie keer kwam de stichting door inzet van de bestuurders weer uit die schulden.”

Langzamerhand ontstond er echter een leegloop van jongens uit het internaat. Eén van de redenen daarvoor was dat er op Curaçao meer scholen werden opgericht. Daarnaast kreeg Aruba haar eigen scholen. Een tweede reden was dat een van de broeders zich niet hield aan de afspraken. Om van de schulden af te komen leende hij geld van de overheid. De overheid stelde daarbij als voorwaarde dat ook jongens die in aanraking waren gekomen met justitie in het internaat ondergebracht moesten worden. Dat was tegen de afspraken in. Ouders waren niet blij met deze ontwikkeling en haalden hun jongens van het internaat. Het internaat werd gesloten in 1961.

Wat volgde was een periode van bezinning rond de voortgang van de stichting en de bestemming van het landgoed. Onder voorzitterschap van C. Boode werden alle instanties die gebruik maakten van het internaat aangeschreven met het verzoek hierin mee te denken. Om de nodige fondsen te werven begon de stichting in deze periode met het verhuren en verkopen van terreinen van het landgoed. En dat is nu, tot op heden, de ‘core business’ die bestaanszekerheid voor de stichting Johannes Bosco garandeert. Met hun hoofdtaak, het doneren van gelden, werd in 1984 begonnen.

 

Wildgroei

Het verhuren van panden bracht geld op, maar er ontstonden ook regelmatig problemen met de huurders. Men claimde terrein waar men geen recht op had en er ontstond wildgroei door permanente bewoning van weekendhuizen. Dit was de reden dat de stichting van visie veranderde. Men besloot een einde te maken aan het verhuren en ging over tot het verkavelen van het landgoed met een professionele planologische opzet. Dit alles was beslist geen eenvoudig proces, maar in 2000 werd het verkavelingsgebied opgeleverd.

Aan de wand van de vergaderkamer hangt een grote poster met een overzicht van het landgoed. Goeloe geeft een minutieuze toelichting. We maken een denkbeeldig reisje langs het landhuis, de paviljoens die verkocht zijn aan de Kinderoorden, het kampeerterrein, het voetbalveld, de jachtclub en de stukken grond die Goeloe aanduidt als ‘appeltjes voor de dorst’. Tot een van de hoofdtaken van de stichting behoort ook de zorg voor goed onderhoud en beheer van het landgoed. Op dit moment is er een verkoopstop. Men bezint zich hierbij op de toekomst.

 

Geen brandjes blussen

Een aantal malen wordt door zowel Goeloe als De Palm benadrukt dat de stichting dit alles niet doet om zich te verrijken. “Wij zijn niet rijk, wel zijn wij door het verhuren en verkopen van het landgoed in staat onze medemens, de samenleving te dienen. Wij kunnen van rente en beleggingen donaties doen. Er zijn organisaties die structureel een donatie ontvangen, zoals bijvoorbeeld het Prinses Wilhemina Fonds en het Rode Kruis. Van belang is ook te vermelden dat we niet aan brandjes blussen doen. Met andere woorden, onze hulp heeft een structureel karakter. Het project dat wij steunen moet toekomst hebben. Dat wil niet zeggen dat wij elke keer een donatie doen. Nee, wij geven een steuntje in de rug. Zo hebben wij het Verriet instituut geholpen met een vervoersprobleem voor de schoolgaande kinderen. Zij hebben een bus kunnen aanschaffen waardoor het probleem op dat moment werd opgelost. Vervolgens zal de stichting zelf zoeken naar structurele oplossingen. Om in aanmerking te komen voor een donatie moet een organisatie tevens aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo dient de organisatie onder meer een rechtspersoon te zijn en met de betreffende doelgroepen werken. Daarnaast bedraagt een donatie maximaal 10.000 gulden.”

In het kader van het 65-jarig bestaan is de stichting bij uitzondering afgeweken van hun doelgroep en heeft donaties gedaan aan een aantal kerken en de Citro (Citizens Rescue Organization). “We zullen aan deze bijzondere donaties ook publiciteit geven de komende tijd”, zegt De Leeuw. “Binnen de doelgroep wil de stichting in de toekomst een bijdrage leveren aan voedselpakketten voor minderbedeelde kinderen. Er zijn nog altijd kinderen die zonder eten naar school gaan. Ook willen we graag non profit-organisaties steunen die schoolgaande kinderen stimuleren om beter te presteren op school. Denk daarbij bijvoorbeeld aan naschoolse opvang.”

Het bestuur hecht er waarde aan een aantal namen te noemen van mensen die hun sporen hebben verdiend binnen de stichting. De Palm: “Als eerste wil ik graag J. Hendriks noemen. Behalve het werk voor de stichting deed hij ook veel sociaal werk in opdracht van het bestuur buiten Brakkeput. Hij was een echte visionair. F. Soontiën heeft ervoor gezorgd dat er paviljoens kwamen; die gingen helaas in vlammen op jaren geleden. Ook econoom C.J.R. Römer heeft zich bijzonder ingezet en 40 jaar de stichting gediend in het bestuur. E.A. Vlieg, nog altijd lid van het bestuur, heeft zeer veel gedaan op juridisch vlak inzake de problemen met huurders en kopers waarbij het soms kwam tot rechtszaken. En dan Toon van Dongen, 36 jaar lid van het bestuur. Bij het noemen van zijn naam wijst De Palm naar een foto aan de wand. Hij was de laatste Kruisvaarder op Curaçao en is vorig jaar naar Nederland vertrokken. De foto is genomen tijdens zijn afscheid. Tot slot wil men de andere leden van het huidige bestuur graag genoemd hebben. Dat zijn A. Henriquez - voorzitter, D. de Palm - secretaris en E. Pieternella - penningmeester.

Veel mensen hebben zich al die jaren voor de stichting ingezet en er is veel bereikt. De toekomstplannen beloven veel. De Leeuw: “Wij blijven ons intensief inzetten om de noden in de samenleving enigszins te verlichten.”

Meer informatie, ook de voorwaarden voor fondsaanvragen, zijn te vinden op de website: www.stichtingjohannesbosco.com

Venancio Goeloe
Directeur Roxanne de Leeuw