Home Ñapa Ñapa Ruim 100 miljoen dollar toegezegd
Ruim 100 miljoen dollar toegezegd PDF Afdrukken E-mail
zaterdag, 16 februari 2013 00:00

Het is als een sprookje. Er was eens... Vele honderden jaren geleden zag Bonaire er heel anders uit. Van kust tot kust begroeid met weelderige bomen. De bomen groeiden tot letterlijk in de hemel. Maar toen kwam de mens...

Tekst: Peter Onvlee

 

Het is het verhaal van de bomen dat Stinapa, de Stichting Nationale Parken Bonaire, schetst. Stinapa is de non-gouvernementele organisatie die het beheer voert over de twee nationale parken van het eiland, het in 1979 gestichte Bonaire National Marine Park, dat de gehele kustlijn van het eiland tot een diepte van 60 meter omvat inclusief Lac, Gotomeer, Pekelmeer, Slagbaai en Klein Bonaire en het al tien jaar oudere Washington-Slagbaai National Park. En het einde van dat bomenverhaal? Door de mens, eerst wat Indianen uit Zuid-Amerika, daarna de Europeanen in hun schepen, Spanjaarden, Britten en Hollanders, stortte de ene boom na de andere krakend ter aarde en de bijl werd ook in de bomen op Klein Bonaire gezet. Het heeft maar weinig gescheeld of beide eilanden zouden zijn kaalgekapt. En, zo concludeert Stinapa in haar Makubekèn, vernoemd naar een oud Papiaments woord dat kan worden vertaald als bericht, aankondiging, bekendmaking, kennisgeving of mare, door de kapwoede veranderde het eens zo mooie groene eiland van gedaante. Verdwenen waren de reusachtige bomen met ritselende bladeren. Verdwenen was ook het voedsel van heel veel dieren.

 

Dat bomenbestand is op Bonaire nooit meer hersteld. Met dank opnieuw aan de Spanjaarden. Die brachten de geiten en ezels naar het eiland, dieren die er oorspronkelijk niet voorkwamen. Die grondige grazers hebben er anno nu voor gezorgd dat zelfs na enkele honderden jaren het bomenbestand niet meer is hersteld. Met z’n tienduizenden vreten de geiten bijna alle jonge boompjes en struiken op. En de mens doet er nog een schepje bovenop. Met loaders worden de stukken (bouw)grond ‘schoongemaakt’, wat tot een van de grootste problemen op het eiland heeft geleid: erosie. Omdat er niet genoeg wortels van bomen en planten zijn om de vruchtbare aarde vast te houden spoelt die weg in de regen of waait weg met de wind.

Maar toch, die natuur van Bonaire is niet waardeloos. Integendeel.

 

Een recent onderzoek, acht deelrapporten verder en vijf door de onderzoekers ontwikkelde policy briefs met beleidsaanbevelingen, dat in de laatste week van januari door staatssecretaris Sharon A.M. Dijksma van Economische Zaken naar de Tweede Kamer is gestuurd, vermeldt dat de natuur van de sinds 10 oktober 2010 bijzondere Nederlandse gemeente jaarlijks ruim honderd miljoen dollar, om precies te zijn 105 miljoen dollar, waard is. Daarvan zijn 37 miljoen dollar feitelijke opbrengsten voor Bonaire. En meer dan tachtig procent, 83 om precies te zijn, van de berekende waarde komt ten goede aan het toerisme naar het eiland. Bijna tachtig procent van de banen heeft een directe of indirecte relatie met toerisme. “Alleen al daarom moet er alles aan worden gedaan om de natuur te behouden,’ zeggen de onderzoekers Pieter van Beukering van het Instituut voor Milieuvraagstukken, een interdisciplinair onderzoeksinstituut van de Vrije Universiteit van Amsterdam, en Esther Wolfs van adviesbureau WKICS uit Bonaire.

 

Het onderzoek maakt deel uit van de TEEB NL-studie, de Economics of Ecosystems and Biodiversity Netherlands-studie. Die studie drukt die rijkdom uit in dollars. En maakt zo inzichtelijk hoe groot de waarde van de natuur is - maar ook hoe schadelijk - voor en van zaken als toerisme, scheepvaart, visserij, landbouw, industrie, zoutwinning, afvalwaterlozing of het storten van afval. De rijkdom omvat volgens de onderzoekers koralen, zeeschildpadden, flamingo’s, mangrovebossen en honderden vogel- en vissoorten. Dat Bonaire, circa 288 vierkante kilometer groot en met dus twee beschermde natuurparken, ondanks de bomenkap nog rijk is aan prachtige natuur was natuurlijk geen geheim. Niet voor niets heeft ook het Marinepark op Bonaire sinds 27 september van het afgelopen jaar de status van (Nederlands) nationaal park gekregen.

 

In haar brief van 22 januari aan de Tweede Kamer, waarin Dijksma ook voor 31 januari een algemeen overleg aankondigde over het zogenoemde TEEB-rapport waarin ze nader in zou gaan op de verworven kennis en het vervolgtraject - een overleg dat overigens op het laatste ogenblik tot nader order is uitgesteld - zegt de staatssecretaris dat die waarde van de natuur ‘een stevige inzet’ rechtvaardigt voor het behoud van de biodiversiteit. “Het Rijk is daar ten dele verantwoordelijk voor zoals staat in de Wet grondslagen natuurbeheer- en bescherming BES”, zegt ze. Ze heeft ook al toegezegd dit voorjaar het Natuurbeleidsplan Caribisch Nederland te presenteren waaruit blijkt hoe ze invulling gaat geven aan deze verantwoordelijkheid.

Natuur is zeker in het geval van Bonaire rijkdom. Dat maakt duidelijk dat de welvaart op het eiland is gebaseerd op de natuur om ons heen. Natuurlijk is niet aan elk stukje koraal een prijskaartje te hangen. “Maar”, zegt Van Beukering, “we hebben nu wel inzicht in de mogelijkheden waarop de natuur geld en welvaart op kan leveren. En hoe we dat in stand kunnen houden.” Dat die natuurpracht van Bonaire toeristen trekt, is niet het enige wat de natuur zo belangrijk maakt voor de eilandbewoners. De onderzoekers vroegen vierhonderd mensen die op Bonaire wonen hoe zij de natuur waarderen. Hoeveel tijd besteden zij bijvoorbeeld in de natuur? En op welke manieren maken ze gebruik van het landschap en de zee? Als zeeschildpadden, koraal en roze flamingo’s verdwijnen, gaan de toeristen liever naar andere eilanden. Dat betekent minder werkgelegenheid voor de bewoners. De prijzen voor geïmporteerd voedsel zullen stijgen, omdat importeren van kleinere hoeveelheden duurder is. En voor de bewoners zelf is bbq-en en wandelen prettiger in een natuur die niet aangetast en vervuild is.

Tegelijkertijd laat het onderzoek - een willingness to pay-studie - zien, dat ook mensen in Nederland veel waarde hechten aan de natuur van Caribisch Nederland. Elk Nederlands gezin is bereid vijftig euro per jaar te betalen als zij zo achteruitgang van de natuur op en rond de eilanden kunnen voorkomen. Wolfs: “Het zou ook niet eerlijk zijn alleen de bewoners van Caribisch Nederland de verantwoordelijkheid voor het beschermen van eiland- en onderwaternatuur in de schoenen te schuiven. Net zoals de inwoners van het Waddeneiland Texel niet als enige verantwoordelijk zijn voor het behoud van de Waddenzee. Heel Nederland betaalt mee aan de bescherming van de Waddenzee.” En Van Beukering vergelijkt die gedeelde zorg voor de natuur van Bonaire met de zorg die de maatschappij draagt voor waardevolle kunstwerken. “Neem een schilderij als de Mona Lisa. Dat is van onschatbare waarde voor de hele wereld. Het zou als een groot verlies beschouwd worden als het schilderij verloren gaat. En dat komt niet alleen door het geld dat bezoekers van het museum neertellen voor een toegangskaartje.”

Voor hun onderzoek interviewden de onderzoekers Van Beukering en Wolfs in totaal 1500 personen, variërend van bewoners tot toeristen en van natuurbeschermers tot beleidsmakers. Ze onderzochten op welke manieren mensen de natuur gebruiken en hoe die natuur zorgt voor opbrengsten. Dat kan gaan om voor de hand liggende zaken als geld verdienen met vissen of duiktoerisme. Maar de natuur is ook waardevol als bescherming van de kust dankzij koralen en mangroven. Maar ook de keerzijde is bekeken. Het probleem van de op het eiland massaal vrij grazende geiten en de daaruit voortkomende natuurschade. Geiten dus die het land kaal vreten en zorgen voor erosie; het water dat niet door planten en bomen wordt vastgehouden en de modder meeneemt de zee in. Gevolg: aantasting van het koraal.

En dat, zegt de samen met zijn vrouw, tv-presentatrice Yvon Jaspers, vijfvoudig winnares van de Zilveren Televizier-ster en het gezicht van KRO’s Boer zoekt Vrouw, in Loenen aan de Vecht wonende Pieter van Beukering, kan leiden tot minder duiktoeristen. “Terwijl die naar het eiland komen en hun geld uitgeven voor de koraalpracht die typerend is voor Bonaire. Schade aan de natuur betekent dus schade voor de economie van Bonaire.” Omgekeerd toont de TEEB-studie aan dat het aanleggen van een werkend riool- en afvalwaterzuiveringssysteem, waarmee het eiland druk doende is, al is het systeem nog zeer ontoereikend, juist zorgt voor miljoenen winst wanneer de natuur zich ongeschonden kan ontwikkelen. Oftewel wat de Britten zeggen: ‘een ounce van preventie is de moeite waard en vaak beter dan een pond voor genezen’. Het is efficiënter om (uitgebreide) milieuschade te voorkomen dan te proberen het milieu te revitaliseren terwijl er nog veel bedreigingen zijn. Een scenario gericht op de bestrijding van invasieve soorten is zeer kosteneffectief. En er dreigt nog al wat. Als de huidige bedreigingen niet kunnen worden weggenomen zal er van wat de studie de TEV van Bonaire noemt, de totale economische waarde van de natuur van Bonaire, van de huidige 105 miljoen dollar per jaar over tien jaar nog maar 60 miljoen over zijn en over dertig jaar zelfs minder dan 40 miljoen.

Dit is deel één van een tweedelige serie