Home Ñapa Ñapa ‘Leren en honkballen bij Hato’
‘Leren en honkballen bij Hato’ PDF Afdrukken E-mail
zaterdag, 16 februari 2013 00:00
Bob Verburg, voorzitter van de op Curaçao gevestigde Stichting Willem4.

Tekst en foto’s: Mineke de Vries Een werkwijze, katalysator en initiator, zo omschrijft de Stichting Willem4 zichzelf. Een idealistische stichting die initiatieven op de Antillen ontplooit op economisch, sociaal, maatschappelijk en educatief gebied.

Eén van de ambitieuze plannen is het realiseren van een baseball campus op Curaçao, die bij Hato gebouwd gaat worden.

“Als er iets is waar Curaçaoënaars in uitblinken is het wel honkbal. Met deze voorziening geven we jongeren de mogelijkheid onderwijs en honkbal te combineren om zo kansen voor zichzelf te creëren”, zegt Bob Verburg, voorzitter van de op Curaçao gevestigde Stichting Willem4. Met de ontwikkeling van dit veelomvattende plan krijgt de sporteconomie op het eiland een boost, met alle positieve gevolgen van dien.

 

Honkbal en Curaçao, een combinatie die letterlijk goud waard is. Nederland won het wereldkampioenschap honkbal in 2011 dankzij de voor het team geselecteerde Curaçaose spelers. Wil je je kansen op de arbeidsmarkt vergroten, dan moet je iets doen waar je goed in bent. Verburg: “Dat is het idee, met de nieuw te bouwen honkbalcampus willen we een bijdrage leveren aan de zingeving van jongeren, ze een goede plek op de arbeidsmarkt geven, ze de mogelijkheid bieden hun talen goed te leren en ze bovendien straks in staat te stellen om zelfstandig ondernemer te worden.”

Naar het concept van bijvoorbeeld een voetbalschool, waar je wordt opgeleid voor een diploma, maar ook voor het professionele voetbal, zal ook de honkbalcampus worden opgezet. De school is bedoeld voor jongeren van twaalf tot zestien jaar, die getraind worden in honkbal, maar daarnaast volgen zij een aan de campus verbonden opleiding op vsbo-, havo- of vwo-niveau. Hiervoor is inmiddels contact geweest met het RK Schoolbestuur. Daarnaast is er een kenniscentrum voor beroepsonderwijs met een mbo-leerbedrijf met vakontwikkeling op verschillende terreinen, bijvoorbeeld in de automotive-sector. Als je deze school verlaat, heb je tevens een ondernemersdiploma op zak.


Nieuwe impulsen

Behalve het doel om kinderen betere kansen te geven, is het tweede doel om een sporteconomie te ontwikkelen op Curaçao. Teams uit de hele wereld zullen Curaçao bezoeken, in elk geval uit de Verenigde Staten en de Aziatische landen, belangrijke landen als het om honkbal gaat. Niet alleen voor de honkballers in spe maar voor de gehele bevolking zal het een interessant project zijn, waar tevens de toeristische sector bij gebaat is. Veel mensen zullen worden aangetrokken door de evenementen en toernooien die gaan plaatsvinden. En Hato is niet zomaar als locatie uitgekozen. Curaçao kan op deze manier een hub worden tussen Noord- en Zuid-Amerika en Europa. De traffic die dat oplevert, is goed voor de economie. Verburg: “Het idee is tot stand gekomen uit de gedachte dat er langzaam aan een einde komt aan de subsidie-relatie tussen Curaçao en Nederland; overigens zie je ook dat in Nederland het klimaat verandert om aan instanties subsidies te verstrekken. Subsidies verwateren bovendien vaak, omdat de exploitatie niet goed geregeld is. Deze trend, met het feit dat de Usona-gelden op z’n eind lopen en de status van Curaçao is gewijzigd, deed ons nadenken over nieuwe initiatieven om het eiland van financiële middelen te voorzien. Zo ontstond Willem4, vanuit een idee uit 2007.” Waar subsidies en exploitatie wegvallen, moeten nieuwe economische impulsen ontwikkeld worden met redelijk rendement, waarin maatschappelijke activiteiten zijn opgenomen. “We zeggen weleens gekscherend: ‘wij willen waarmaken wat de West-Indische Compagnie, de WIC heeft laten liggen’. Partijen die hierin meegaan realiseren een rendement, dat is afgeroomd om die maatschappelijke functie te kunnen incorporeren. Zakelijke investeerders, uiteraard, maar wel met de bedoeling Curaçao vooruit te helpen.”


Het concrete pla
n

Hoe ziet de campus er dan concreet uit? Er liggen keurig uitgewerkte prospectussen en kant en klare tekeningen van het project, dat onderdeel wordt van het masterplan Hato. Niet de minste partijen zijn erbij betrokken, waaronder het gerenommeerde architectenbureau Oeverzaaijer. Het betreft een terrein van 26 hectare waar, behalve de academie zelf, plaats is voor negen honkbalvelden, twee zwembaden, twee horecapleinen met winkels en de nodige voorzieningen, een arena, hotel, een fairplay casino en een automotive center, wat een groot leerbedrijf wordt. Alles sluit naadloos op de doelstelling aan. Zo stroomt de winst uit het fairplay casino bijvoorbeeld terug in de sportindustrie en in de opleidingen voor weer nieuw casinopersoneel. In de arena, het stadion, goed voor tienduizend plaatsen, kunnen ook muziekfestivals gehouden worden en de teams en familie van de sporters kunnen terecht in het hotel, dat overigens door een keten zal worden gebouwd. Voor maar liefst driehonderd jongeren is plaats op de opleiding, van wie weliswaar slechts een aantal door kan naar de internationale sportwereld, maar waar de rest in elk geval met een vakdiploma uitstroomt. De campus is overigens als thuisbasis aangeboden aan de baseballclub Sta Maria Pirates, die samenwerkt met de Amsterdam Pirates.


Uitvoering in gan
g

“Na bijna een half jaar vertraging die we opliepen vanwege de regeringswissel zijn we nu gelukkig weer op stoom. We hebben uiteraard de medewerking van de overheid facilitair nodig, waar het gaat om vergunningen en goedkeuringen.” De punten zijn bekend bij het ministerie van Economische Ontwikkeling en er wordt door alle betrokkenen hard gewerkt om een en ander rond te krijgen.

Verburg: “Gelukkig is het investeringsklimaat en het vertrouwen van ondernemers weer ten goede gekeerd. We hebben daar last van gehad. Er waren aarzelingen bij financiers en in de markt. Dit jaar willen we hoe dan ook beginnen, er is bovendien al overeenstemming met een Venezolaanse partij en er zijn gesprekken met het Nederlands Olympisch Comité en de Nederlandse honkbalbond.” Daarbij, er kan ook wat water bij de wijn, aldus Verburg. “In plaats van tienduizend plaatsen kunnen we een stadion van vijfduizend plaatsen bouwen, in plaats van driehonderd studenten kunnen we beginnen met honderd, als de doelstelling maar in stand blijft.”


Partners zoeke
n

Met vier mannen werd de Stichting Willem4 op poten gezet. “Willem4, omdat we met ons vieren waren, maar ook hoopten we aan te sluiten bij de nieuwe koning ‘straks’ met daarbij ons idee om voort te zetten waar de WIC aan was begonnen, maar dan wel anders! We hebben toen meteen die domeinnaam vastgelegd. Voor ons dus nu even een tegenvaller dat onze nieuwe koning geen Willem 4 gaat heten, maar misschien is het maar beter ons niet teveel met het koningshuis te associëren, het is nu een kwinkslag geworden”, zegt Bob Verburg lachend. Het idee van de Stichting Willem4 was te opereren in gebieden die vroeger Nederlandse handelsgebieden waren.

En dan is er een stichting. Maar welke stappen zet je vervolgens in een groots plan als het opzetten van een baseball campus? Verburg: “De eerste stap was het laten schrijven van een businessplan door een stagiaire, daarmee hadden we het plan uitgewerkt op papier. Dan ga je liaisonpartners zoeken. Daarmee bedoel ik het zoeken van mensen op Curaçao die achter de missie staan en er tijd in willen steken. Dan gaat het enerzijds om mensen vanuit de good governance, mensen met een goede staat van dienst, die los staan van de politiek en kunnen zorgen voor lobby, imago en het uitdragen van de missie. Anderzijds heb je mensen nodig die hun kennis willen inzetten. Heb je die liaisonpartners dan ga je op zoek naar strategische partners, dan hebben we het over bedrijven, die er geld in willen steken. Uiteraard staat daar tegenover dat als het plan in de uitvoeringsfase komt, zij het voorrecht hebben om daadwerkelijk te participeren. Inmiddels zijn we met vijftig mensen, twaalf op Curaçao, tien in Nederland en de rest verdeeld over andere landen. We hebben een virtuele office die door de liaisonpartners wordt ‘bemand’.”

 

In de conceptuele fase werkt ieder voor eigen risico en zijn er geen vergoedingen, maar in de uitvoeringsfase participeren de partners in de werkmaatschappij, dan worden ook historische kosten meegenomen. De eerste jaren kan je dus werken met lage kosten. “We hebben mensen en bedrijven nodig die risico’s durven nemen en geloven in het plan. Na jaren netwerken gaat het netwerk uiteindelijk zijn eigen initiatieven ontplooien.” Verburg zelf kan nog putten uit zijn connecties van weleer. In 1969 ging hij voor de Antillen werken bij Economische zaken op Aruba.

“Daarna komt het op kapitaal aan. We hebben met banken gesproken en plannen gemaakt. En we zoeken bijvoorbeeld Antillianen die niet meer op Curaçao wonen, maar toch iets terug willen doen voor het eiland. Ook valt te denken aan belangrijke honkbalspelers die willen investeren. Daarnaast moeten we buitenlands kapitaal zien aan te trekken, bijvoorbeeld uit China”, aldus Verburg.


Bon tuk op Bonair
e

Op de andere eilanden zijn ook projecten in ontwikkeling, waarvan de meeste niet vergelijkbaar zijn met de baseball campus overigens, zij het alleen al qua omvang van het project. Zo is er op Aruba een - weliswaar prematuur - plan om in de gezondheidszorg iets op te zetten en op Bonaire is zeer recent overleg begonnen inzake de ontwikkeling van zilte groenteteelt. Op Bonaire zijn tevens plannen voor een internationaal kite- en surfcentrum, naar een voorbeeld van de plannen op het eiland Texel. Op Sint Maarten ligt er een enigszins vergelijkbaar - multifunctioneel - plan als de baseball campus maar dan meer op voetbal gericht.

Een vergevorderd project is het BonTuk Caribbean Plan, geïnitieerd vanuit Bonaire, waarbij het gaat om het idee van elektrisch rijden.

Verburg vertelt enthousiast: “Er worden binnenkort elektrische karretjes aangeschaft, de bon tuks - in eerste instantie geleverd aan Bonaire en Curaçao - die dienen om de cruisetoeristen rond te rijden. “We gaan naar de cruisebeurs in Miami om de boekingen al vanaf de schepen te regelen.” Er komen ook wat luxere wagens en pick-ups voor bijvoorbeeld duiktoeristen. Het BonTuk Caribbean Plan is een franchisemodel, waaraan een leaseplan ten grondslag ligt. Zelfstandige ondernemers worden eigenaar van zo’n bon tuk, die overigens in zespersoons uitvoering ongeveer 10.000 euro kost. De eerste worden aangekocht en geleverd op Bonaire en Curaçao, uiteraard met een investeringsregeling omdat het cruiseseizoen pas in november begint. Ook Saba en Suriname zijn geïnteresseerd en het elektrisch rijden wordt tevens onderdeel van de baseball campus.

“BonTuk Caribbean wordt daarna uitgerold over alle landen in de Caribbean met cruise-toeristen.” Niet onbelangrijk in het gehele plan is dat het - door de noodzaak van technisch goed opgeleide mensen - voorziet in een behoefte van weer nieuwe opleidingen en banen in de elektrotechniek/automotive sector.


‘Ons’ stadio
n

Terug naar de baseball campus op Curaçao. “In maart wordt het model voor de werkmaatschappij opgericht waarna de investering erop losgelaten kan worden. Wat hoog in het vaandel staat, is dat het stadion van Curaçao moet zijn, niet van Nederland. Het moet een Ajax-gevoel geven, ‘ons’ complex worden. Daarom is het zo belangrijk dat er voor iedereen wat te doen is, een complex voor de hele familie, een family play field met joggingbanen, zwembaden en winkels.” Het hotel wordt een sporthotel voor buitenlandse gasten met alle daarbij behorende faciliteiten op het gebied van sportverzorging en wellness. Maar daarnaast dient het als businesshotel met businessrooms, waar ook persconferenties kunnen plaatsvinden. “Het brengt traffic teweeg: sporters, families, journalisten.” Overigens wordt het terrein niet alleen voor gasten maar ook voor de lokale bevolking toegankelijk. Momenteel zijn gesprekken gaande met lokale investeerders. Zo is er het idee dat de Dutch Carribean Exchange een fonds gaat plaatsen waarin men kan participeren. Dit moet zorgen voor vijftig procent van de financiering, daarnaast zal de financiering uit de banken komen vanuit pensioenfondsen, die de verplichting hebben om in Curaçao te investeren.

 

Dit ambitieuze plan moet leiden tot een nieuwe economisch impuls, als anker dienen voor de sportindustrie. Het vraagt om vakmanschap op verschillende terreinen en dus opleidingen én het genereert banen in parkmanagement en ondersteunende diensten. Buiten dat alles, het biedt jongeren kansen en mogelijkheden, die wellicht ook de criminaliteit doen verminderen. En tot slot, het geeft een reden om te blijven.

Het ambitieuze plan voor de Baseballcampus - Arena Park Curaçao - wordt gebouwd op Hato.