Column: Mag ik ff

Cineast en schrijver René van Nie geeft vijf dagen per week, van maandag tot en met vrijdag, in deze krant zijn geheel eigen visie op allerhande zaken die in de maatschappij spelen. Hij stelt reacties op prijs: vannie@setarnet.aw.
| Goed verhaal (2) |
|
|
|
| donderdag, 02 februari 2012 05:58 | |||
|
“Nou nog één keertje dan, daarna val ik je niet meer lastig, maar ik moet nog even wat narigheid kwijt.” Hij ging zitten, een medelander van rond de 50 die enkele dagen geleden ook in mijn column stond met een duidelijk verhaal over de misère rond ons hospitaal. “Je weet dat ik mijn vrouw ging opzoeken die op de zogenaamde klasse ligt, die pijpenla, je herinnert je nog wel. Nou, ze zat op de gang, want binnen was het niet uit te houden met een airco die voor zoveel kou zorgde dat mijn vrouw strontverkouwe was geworden. En ze weten dat ze daar niet tegen kan, maar dat ding mocht niet uit. Ik denk op last van die andere vrouw in het bed naast haar. Ik zei toen, pak je spullen meid, we gaan verkassen, wegwezen hier. Nou ja, een hoop trammelant natuurlijk, maar uiteindelijk konden we vertrekken, want ze zou een dag later toch uit die hel weg mogen. Maar goed, de volgende dag gingen we naar de gynaecoloog. Dat was een feest, maar mooi niet. Om half drie waren we aanwezig, keurig op tijd en wat denk je, ‘s avonds om half negen was ze aan de beurt. Ik zal geen namen noemen, maar het was een beetje Chinese man. Hoe bedoel je, een fatsoenlijk afsprakenbeleid. Mooi niet. Dat is toch van de gekke? Waar haalt zo’n man de gore moed vandaag om zijn zieke patiënten zes uur lang te laten wachten. Ik hoorde van onze buren dat ze ook een uur of vier bij een hartspecialist in de wacht hadden gezeten. Ik zal verder geen namen noemen, maar dan heb ik het over die kleine. Een goeie dokter, daar niet van, maar ook glad maling aan een beetje fatsoen. Zelf heb ik ook een uur of drie in de wachtkamer van een neuroloog gezeten. Ik zal opnieuw geen namen noemen, maar hij wordt nu directeur van het ziekenhuis, dacht ik. Oh en dan vergeet ik nog die vier uur bij de internist, geen namen nee, maar hij wordt nu directeur van dat ziekenhuis in San Nicolas. Ik heb inmiddels begrepen dat het urenlang wachten normaal is bij al die oudgedienden. Stamt nog uit de Middeleeuwen, maar voor veel van die ouwe knarren was en is dat normaal. Ik denk dat ze betaald krijgen per patiënt, des te meer leedbakken, des te meer poen. Is om gek van te worden, maar wat doe je er aan.” Hij nam een slok van zijn koffie die hem inmiddels was geserveerd. Even moe van zijn waterval aan woorden. En ik kon hem een oplossing aandragen. “Kijk, die ouwe knarren zijn hun hele leven in de watten gelegd door AZV en zo, en dat kunnen ze nou niet meer terugdraaien. Maar de nieuwelingen komen veelal in dienst van het hospitaal. Met een goed en vast salaris. Daardoor zijn ze in staat een menswaardig afsprakenbeleid te voeren. Ik heb bij mijn internist nog nooit langer dan tien minuten hoeven wachten. Daar ga je bij wijze van spreken met plezier naar toe. Ik zal geen namen noemen, maar dat is een prima Hollandse jongen. Mijn huisarts, in principe ook nog van de ouwe garde, heeft gewoon zelf een net afsprakenbeleid ingevoerd en bij hem ben je ook altijd binnen twintig minuten aan de beurt. Het ligt dus ook aan die doktoren zelf. Ik wil niet discrimineren, maar je kan wat dat wachten betreft beter bij een macamba-dokter terecht.” Hij keek me aan. “Shit man, er gaat een wereld voor me open. Mag ik de namen van die Hollandse knakkers? Dan is alle koffie vandaag voor mijn rekening.”
|










