Column: Mag ik ff

Cineast en schrijver René van Nie geeft vijf dagen per week, van maandag tot en met vrijdag, in deze krant zijn geheel eigen visie op allerhande zaken die in de maatschappij spelen. Hij stelt reacties op prijs: vannie@setarnet.aw.
| Antiek |
|
|
|
| vrijdag, 17 februari 2012 05:22 | |||
|
Mijn hang naar antiek en daarmee samenhangend gescharrel heeft me ook op Aruba na 25 jaar nog steeds niet verlaten. En zo toer ik zo nu en dan nog altijd een beetje over het eiland, want de Arubaan heeft niets met die ‘ouwe rommel’ en zet alles zonder problemen bij de poort, klaar om weg te gooien en dan leen ik als het de moeite waard is snel een pick-up en sla mijn slag. In mijn Amsterdamse tijd, en dan praat ik over 50 jaar geleden, reed ik in alle vroegte en vooraf aan de komst van de vuilniswagen met de bakfiets door Zuid, de straten achter het concertgebouw, want daar zette de bewoners toen ook nog veel oude, maar beeldschone meubeltjes bij de schroot. Dat spul was in die tijd nog niet zoveel waard, maar na een jaartje begonnen de bewoners te begrijpen dat het toch nog wel wat op kon brengen en was het gedaan met de pret. Maar toen stond mijn huis al vol pronkstukken, voor gratis en niemendal. Op Aruba wordt het aanbod ook steeds dunner, maar het gaat me nu meer om de lol dan het gewin. Een aantal maanden geleden kwam ik tijdens één van mijn ‘strooptochten’ terecht in een winderig straatje van San Nicolas. Een smalle deur gaf toegang tot een ruimte met zo op het eerste gezicht allerhande ‘troep’, maar daar moet je, zoals ik dat heb geleerd, ff doorheen kijken. En ja hoor, daar stond ook een oude vervallen apothekerskast, anderhalve meter breed en één meter hoog, met daarin een veertigtal laatjes waarvan er een vijftal ontbraken. Ik was op slag verliefd op dat meubel, bood het ouwe baasje 100 florin en de de koop was gesloten. Aansluitend bood ik ook nog 100 florin als hij de kast wilde schuren, wat hij prima vond, waarbij hij ook nog akkoord ging om voor 250 florin extra de ontbrekende laatjes in de stijl van de andere laatjes voor me te maken. Dat de man me voor gek verklaarde, zag ik aan zijn gezicht, maar enige schaamte is me nu eenmaal volkomen vreemd als het om antiek gaat. Daarna volgde een tiental tochten naar San Nicolas om de werkzaamheden te volgen. Maar het afkrabben en timmerwerk wilde niet vlotten. Zo bleek de jongen die moest schuren als illegaal gedeporteerd te zijn en was dus halverwege het krabben het land uitgezet. En voor de rest lag het ‘morgen klaar’, de ouwe baas in de mond bestorven. Om de zaak te bespoedigen, nam ik de maat van de laatjes en plaatste op drie verschillende plaatsen een order. Dan zou het zeker wel bij eentje lukken. Nadat zich nog een aantal mannen en vrouwen aan het schuren had vergrepen, was de klus na een aantal maanden dan toch eindelijk klaar. Ik vervoerde de kast naar huis, zette het pronkstuk in de beits en genoot van de aanblik. Nu de laatjes nog en weer volgde een aantal ritten over het eiland. Tot op een dag, bingo, de eerste timmerman was klaar, en bingo, ook de tweede had zijn werk gedaan, en toen ook nummer drie klaar was, was ik opeens de ‘gelukkig’ bezitter van vijftien laatjes. Ik plaatste er vijf in de kast en gaf de eerste timmerman opdracht een mooi frame te maken in de stijl van de grote antieke kast, waarin de overgebleven tien laatjes zouden passen. Dat is nu alweer vier maanden geleden en de kast zal nog steeds ‘morgen klaar’ zijn. Maar ik heb geen haast en wat mij betreft duurt het net zo lang tot ook de nieuwe kast en laatjes antiek zijn geworden.
|










