Column: Mag ik ff

Cineast en schrijver René van Nie geeft vijf dagen per week, van maandag tot en met vrijdag, in deze krant zijn geheel eigen visie op allerhande zaken die in de maatschappij spelen. Hij stelt reacties op prijs: vannie@setarnet.aw.
| Aan de bedelstaf |
|
|
|
| dinsdag, 21 februari 2012 06:09 | |||
|
Het was een prachtige volzin van onze minister-president in Amigoe en wel: “Herfinancieren zonder hand op te houden.” Dat was toch mooi, dat was met opgeheven hoofd aan de bedelstaf geraken maar dan toch als bedelaar het hoofd fier rechtop houden. Natuurlijk een schitterende poging om de werkelijke gedaante van een dakloze choller die eigenlijk thuishoort in een huis voor onbehuisden te verbloemen. En toen ik dat las, bedacht ik me hoe het zou zijn als ik naar de bank ging om mijn dure debetstand van de Visakaart te herfinancieren. Zoiets als: “Goedendag mijnheer”. Nou ja, kan ook een mevrouw zijn maar dat doet even niet ter zake. “Ik kom hier niet als bedelaar en zoals u ziet, kom ik hier ook niet om mijn hand op te houden en ik kom, gedachtig de woorden van onze minister- president vanuit een eigen sterke positie, visie en daadkracht waarmee ik inhoud weet te geven aan de toekomst.” De bankman of -vrouw die op het punt stond mij een zwak kopje koffie aan te bieden aarzelde nu even: ”Pardon mijnheer van Nie, voor ik het verkeerd begrijp want het lijkt er nu op dat u geld komt brengen vanuit uw sterke positie, visie en daadkracht. Dus om hoeveel florin gaat het precies?” Ik zuchtte om zoveel onbegrip: “Nee mijn waarde, ik kom met opgeheven hoofd voor een herfinanciering van mijn debetstand op mijn creditcard en zoals onze minister-president in zijn onmetelijke wijsheid ook stelde: dat dit vertrouwen schept in het buitenland en binnen het koninkrijk want binnen die context zien we, op basis van het samenwerkingsprotocol, absoluut economische ontwikkelingen en sociale versterking maar ook kansen op de internationale markt.” Zo dat was er uit en had ik die bankpersoon een poepie laten ruiken. Het bleef even stil in dat ongezellige kille kamertje waar je op de knieën moet als je een stuiver nodig hebt. “Heeft ónze minister-president dat gezegd?” Het klonk schor en vol ongeloof. Ik knikte: “Wis en waarachtig, want kijk, hij liet ons verschoppelingen ook weten dat: door samenwerking in het buitenland er wellicht een beter rentepercentage mogelijk is. Maar het is natuurlijk niet zo en nu betrek ik zijn onwaarschijnlijk mooi gekozen woorden even op mijzelf, dat ik op een cadeautje wacht. Dat onderscheidt me juist van de anderen. Want het is belangrijk dat ik zelf mijn spreekwoordelijke broek ophoud en ik heb laten zien dat ik dat met succes heb kunnen doen.” De kou in de kleine cel nam nu toe en opnieuw kwam de vraag: “Heeft ónze minister-president dat gezegd?” En weer knikte ik eerbiedig: “Wis en waarachtig ja.” Waarna er werd gestameld: “Maar u komt toch voor herfinanciering, dat is toch in wezen een lening en dat is in wezen toch ook uw hand ophouden of zie ik dat verkeerd?” Ik stak bestraffend mijn vinger op: “Foei, u stelt nu zo maar even de woorden van onze grote leider ter discussie en daar zou u in Noord-Korea de doodstraf voor krijgen.” Daar had de bankman of -vrouw niet van terug en hij of zij kromp even in elkaar. “Neem me niet kwalijk”, klonk het nu kleintjes, ”we houden van onze grote leider en aanbidden zijn gat in zijn hand waardoor zijn schulden elke dag als ongeleide projectielen in het rond vliegen.” Ik liet mijn opgeheven vingertje zakken want de bankman of -vrouw had het begrepen. “En zo stelde onze grote leider ook dat de herfinanciering geen prioriteit had.” Waarna de onvermijdelijke vraag volgde: “Maar met alle respect, wat kwam u hier dan doen mijnheer van Nie?” Ik zuchtte even. “Tja, geen idee, dat moet u dan maar aan onze grote leider vragen hoor.”
|










