Cineast en schrijver René van Nie geeft vijf dagen per week, van maandag tot en met vrijdag, in deze krant zijn geheel eigen visie op allerhande zaken die in de maatschappij spelen. Hij stelt reacties op prijs: vannie@setarnet.aw.

Home Opinie Column: Mag ik ff Geven en nemen
Geven en nemen PDF Afdrukken E-mail
woensdag, 22 februari 2012 05:53

Voor alle zekerheid ben ik op maandag nog even gaan kijken naar die peperdure tentjes waarvoor de regering 4000 florin per stuk heeft betaald en er zo weer snel een half miljoen is weggegooid. Dat werd bevestigd toen ik die tentjes nog eens heel goed bekeek, want toen wist ik het zeker. Per tent had het niet meer dan 1500 florin mogen kosten en dan dringt zich opnieuw de vraag op waar die resterende 2500 florin per tent is gebleven? En herhaal ik de vraag die ik al eerder stelde in een column, waar blijft de oppositie om te onderzoeken of er van diefstal of steekpenningen sprake is? Dat zullen we dus helaas nooit te weten komen, want de oppositie, voor zover aanwezig, slaapt zoals altijd. Ook zonde van het geld dat we voor die mensen elke maand kwijt zijn. Als ze gewoon bij een baas zouden werken, waren ze allang ontslagen. Nou ja, de meesten zouden toch niet bij een baas terecht kunnen omdat ze ongeschoold zijn en dan blijft er alleen de politiek nog maar over om slapend rijk te worden.

Dan las ik dat ze in Nederland nu eens eindelijk afstappen van dat oliedomme gedoe dat studenten voor een studie medicijnen ingeloot moeten worden. Het lot besliste dus en niet de kwaliteit van de jongen of het meisje en zo kreeg je een hoop eikels die mogen gaan studeren en vallen er perfect geschikte af. Nou ja, dan hebben we meteen het antwoord waarom er zoveel foute doktoren rondlopen, want als ze iedereen op geschiktheid zouden controleren, dan zat de medische wereld een stuk beter in elkaar.

En dan is mijn beste vriend na een vreselijk lijden eindelijk overleden. En het is raar misschien, maar blijdschap wint van het verdriet, want zijn lijdensweg was onmenselijk. Afgelopen maandag is hij begraven, de belangstelling was groot. Maar wat me vooral ontroerde, waren twee in het wit gestoken mariniers die aan de kop van de kist liepen. Een prachtig eerbetoon waar hij als oud-marinier blijkbaar recht op had en zo niet, dan siert het de commandant van de marinierskazerne in Savaneta hem deze eer toe te kennen. Ondertussen verbaas ik me opnieuw hoe vreemd het leven in elkaar kan zitten. En hoe het mogelijk is dat een oersterke man van de ene op de andere dag door het noodlot getroffen kan worden. Een niet-roker, niet-drinker en sportman in hart en nieren, geliefd bij iedereen en toegewijd zwemleraar. Met zijn adviezen schreef ik een thriller, want als oud-marinier wist hij alles van wapens en overleven in het oerwoud, waar de hoofdpersonen in mijn boek mee te maken krijgen. Ontelbare ochtenden brachten we samen door aan mijn terrastafel bij Deli, dronken we het ene bakkie na het andere en tekende ik alle info op die hij voorhanden had. Tot hij tijdens een simpel doktersonderzoekje te horen kreeg dat er ‘iets mis was’. Wat een understatement bleek te zijn, want er was heel veel mis. Een maandenlange en pijnlijke behandeling volgde. Maar helaas, ondanks de goede zorgen van Dr. Wassenaar sloeg de behandeling niet aan en werd hij, zoals dat heet, terminaal.

Mijn vriend en ik waren niet zo van de gelovigen en wilden de mogelijkheid van een Godsbestaan nog wel in overweging nemen. Ik hoop nu dat er voor hem toch wel een soort van hemel is en een wolkje waarop hij zijn tijd met wat engeltjes kan doorbrengen. Mocht dat niet zo zijn, dan kent hij de waarde van een engel op aarde in ieder geval wel, want zijn partner heeft hem met onuitputtelijke zorg en liefde omringd.

Onze vriendschap was een vriendschap voor het leven. Helaas maakte zijn vroegtijdige dood daar een einde aan.