
Cineast en schrijver René van Nie geeft vijf dagen per week, van maandag tot en met vrijdag, in deze krant zijn geheel eigen visie op allerhande zaken die in de maatschappij spelen. Hij stelt reacties op prijs: vannie@setarnet.aw.
| Geen herhaling 2 |
|
|
|
| vrijdag, 19 oktober 2012 09:09 | |||
|
De eerste paar dagen van onze vakantie op Curaçao was er niets aan de hand, ook al werd ik hevig geplaagd door de trek in een peuk. Maar ik zette door. Dus rust in de tent. Maar de derde avond ging het mis, want toen was mijn zestienjarige Amsterdamse dochter opeens verdwenen. Trillend van de zenuwen ging ik met mijn vijftienjarige dochter op zoek. Omdat het hotel toch wel redelijk groot was, inclusief een ruim strand, splitsten we ons op en spraken we af elkaar over vijftien minuten weer bij de receptie te ontmoeten. Waar ik ook zocht, geen dochter. Ik begon nu toch wel heel erg ongerust te worden, want normaal gesproken gingen de meiden nooit zonder elkaar op stap. En ik verlangde meer dan ooit naar een peuk. Terug bij de receptie was er nog niemand. Maar vijf minuten later kwamen ze samen aanlopen. Toen mijn vijftienjarige me zag, begon ze meteen te schreeuwen. “Pappa, weet je wat ze deed, ze stond te tongzoenen met die ober uit de ontbijtzaal, stiekem in een hoekje bij het zwembad.” Ze waren ondertussen vlak bij me en de tongzoenster haalde haar schouders op en ontkende een tikkeltje afwezig. “Helemaal niet, ik heb niks gezoend, want hij had van die natte lippen.” Haar zusje priemde een wijsvinger in de lucht: “Zie je wel, hou kan je nou weten dat hij natte lippen had als je niet hebt gezoend?” Haar zus, nog steeds wat afwezig, zei: “Gewoon, dat zag ik.” Het klonk niet sterk en het was duidelijk dat ze met haar gedachte nog steeds bij natlip was. Onwillekeurig zocht ik naar een peuk voor kracht en vaderlijke woorden. Maar ik had geen peuken meer. Daar zat, stond, of lag nou een Hollander van te genieten. Goed, dan maar zonder. Ik haalde diep adem en zette een vaderlijke stem op. “Meiden luister, gedraag je vanaf nu. Ik schaam me dood voor jullie.” Ik sprak in het algemeen, want ik vertrouwde die vijftienjarige ook niet helemaal. Maar zo gemakkelijk was ik daar niet mee klaar. “Ik tongzoen niet, zo ben ik niet en zo zal ik ook nooit worden”, riep mijn jongste beledigd. En ging daarbij iets verder van haar zus af staan alsof ze bang was besmet te worden. “Oh nee?”, reageerde haar zus die er weer helemaal bij was. “Zal ik pappa dan eens vertellen wat jij allemaal geflikt hebt!” Het liep uit de hand en ik greep in. “Goed, bespaar me de details. Vorig jaar speelden jullie nog met poppen.” “Viespeuk”, siste de jongste snel richting zus. “Ja, jij bent nog roomser dan de paus”, pareerde de oudste. Het was een uitdrukking die ik niet van een zestienjarige had verwacht. Maar ik had zoveel niet verwacht. En de schrik sloeg me om het hart als ik er aan dacht wat me nog te wachten stond met deze Amsterdamse dames. Dus ik probeerde het opnieuw. “Lieve meiden, het is duidelijk dat jullie groter zijn gegroeid dan me lief is. Maar daar moet ik mee leren leven. Geef me dus even de tijd om mee te groeien en zet het tongzoenen en ander ongemak even in de ijskast. Je kan de rest van je leven nog lebberen. Laten we dus nu een ouderwets gezellige vakantie hebben samen.” Het kostte ze even moeite maar toen knikten ze instemmend. Zo liepen we weer als een hechte familie naar onze kamers om ons wat op te frissen. Maar toen hoorde ik die jonge sensatiebak toch nog even aan haar zuster vragen: “En, was het lekker?”
|






