
Cineast en schrijver René van Nie geeft vijf dagen per week, van maandag tot en met vrijdag, in deze krant zijn geheel eigen visie op allerhande zaken die in de maatschappij spelen. Hij stelt reacties op prijs: vannie@setarnet.aw.
| Hij komt zeker |
|
|
|
| dinsdag, 05 februari 2013 12:43 | |||
|
De afgelopen maand was ik een aantal keren op de airport tijdens de aankomst van vliegtuigen uit Nederland. En ze viel me op, ik schatte haar rond de 60 jaar, rood koket hoedje op haar hoofd, lange losse en in diverse tinten gekleurde jurk, de wangen een beetje rood aangezet om tot een blosje te geraken en in haar armen een enkele roos. En ze was er altijd. Tenminste, als ik er was, dan stond ze ook te wachten. Daarom ging ik er van uit dat ze een grote familie had en daarom steeds aanwezig was om die op te vangen. Of mogelijk dat ze een paar appartementjes verhuurde en haar klanten ging ophalen. Na al mijn airport-bezoeken was ik haar snel vergeten, maar opeens kwam ze bij Deli France naar binnen en ik hield haar staande en bood haar een cappuccino aan. Waarom weet ik ook niet, maar ik wilde wat meer van haar weten. Ze ging zitten en wat me meteen opviel was de roos die ze nog steeds bij haar droeg. Het was duidelijk een verse roos en die speelde een belangrijke rol in haar leven. Zo bedacht ik dat tenminste. Maar de uitleg kwam snel. “Voor mijn zoon, die komt vandaag aan. Met het vliegtuig, uit Nederland, uit Noordam, een klein plaatsje.” Ik slikte even. “Maar u was al vaker op het vliegveld toch?” Ze knikt bevestigend. “Ja, maar hij had zijn vliegtuig gemist, zo’n jongen is het nu eenmaal, denkt niet na en dan mist hij het vliegtuig. En dan stuur ik hem een berichtje, maar dan krijg ik geen antwoord, want hij heeft natuurlijk geen beltegoed, zo gaat dat met die jongens van tegenwoordig.” Wat ik kon bevestigen, want mijn meiden doen ook altijd een missed call zodat ik moet terugbellen. Maar ik begon toch te vermoeden dat hier andere zaken mee speelden. “Is uw zoon nog nooit op Aruba geweest, of is hij hier geboren misschien?” Ik probeerde ook maar een losse flodder, want ik begreep het nog niet allemaal. Ze schudde haar hoofdje. “Nee nog nooit, toen ik 40 jaar geleden naar Aruba vertrok, bleef hij met mijn man daar achter. Maar ik heb nu al vijf keer geld gestuurd voor een ticket, maar hij komt maar niet.” Het zweet begon me nu over de rug te lopen. “Dat geld stuur ik naar mijn ex-man en die heeft gezegd dat mijn zoon eraan komt. Vorige week nog in een brief.” Ze begon een beetje te rommelen in haar tasje en haalde daar een envelopje uit. “Hier, leest u zelf maar.” Maar dat hield ik af, te privé en ik was bang dat het te afschuwelijk voor woorden zou zijn, want ze werd gewoon belazerd. Maar wat moest ik zeggen? Mevrouw u wordt bestolen, ga naar de politie, stuur geen geld meer? Daarmee zou ik misschien het laatste restje hoop uit haar getaande lijfje halen. “Maar mevrouw, waarom gaat u zelf niet naar Nederland?” Ze maakte een afwerend gebaar. ”Vliegangst mijnheer, ik durf niet.” Al met al was het hopeloos en ik had met haar te doen. En omdat ze er heilig van overtuigd was dat haar zoon zou komen, hield ik het daar maar bij. Al probeerde ik nog: “Maar dat kost u zoveel geld.” Ze glimlachte. “Geen probleem mijnheer, ik kan het wel missen hoor.” Ze stond op en haalde haar beursje uit haar tasje. “Wat ben ik u schuldig voor de koffie, mijnheer?” “Niets lieve schat, niets.” “Oh, nou dan kom ik snel een keer langs met mijn zoon en trakteer ik u hoor.”
|







