Column: Vaders

Door Hans Vaders
| ‘Fundraising’ |
|
|
|
| zaterdag, 19 november 2011 07:17 | |||
|
Band Aid (1984), Live Aid (1985) en Sport Aid (1986) waren grootschalige mondiale campagnes om met gedoneerd geld de hongersnood in Ethiopië te verlichten. Heeft dat overigens geholpen? Benefietconcerten, het verkopen van zelfgebakken koekjes door padvinders of een carwash bij een school om de scholieren eindelijk eens een uitje te kunnen bezorgen. Het komt ons allemaal op wat kleinere lokale schaal bekend voor. Fundraising is in wezen een proces binnen een imperfecte rammelende maatschappij om geld op te halen voor het goede doel of voor een specifiek project, dat blijkbaar aan de aandacht van de overheid – die ons belastinggeld immers met zoveel zorg beheert – is ontsnapt. Daar zit hem meteen het probleem, want in de praktijk zou de overheid ons allen, zonder uitzondering, autonoom of onafhankelijk, een goed en beschermd bestaan moeten kunnen garanderen. Maar niets is minder waar, vandaar dat evenementen waarbij geld ingezameld wordt voor onderzoek naar bijvoorbeeld kanker, het steunen met inferieure melkpoeder van ondervoede kinderen in Derdewereldlanden of het schenken van een dode mus aan slachtoffers van een tsunami, mogen rekenen op een zo breed mogelijk zich blijkbaar schuldig voelend publiek dat grif een donatie stort, daarna tevreden als goed betrokken wereldburger in de kroeg een pilsje gaat drinken en zich er verder niet meer druk over maakt wat er überhaupt met zijn gestorte gelden gedaan gaat worden. Want er blijken altijd ‘kosten’ aan verbonden. Administratieve kosten, kosten voor het huren van een zaal, voor het drukken van mooie folders. De strijkstok kan niet op en veel blijft er dus soms niet meer over. Let wel, ik heb niets tegen een fundraising, maar houd in het achterhoofd dat de burger de facto betaalt voor het falen van zijn overheid, een overheid die op ons eiland overigens altijd op cruciale momenten blut zegt te zijn. In het kader van mijn resocialisatie binnen onze maatschappij werd ik afgelopen donderdag door mijn kunstzinnige vriend Herman van Bergen na enig aandringen van zijn kant meegetroond naar het Rif Fort, alwaar als fundraising een veiling werd gehouden van driedimensionaal werk van beeldend kunstenaar Marcel van Duijneveldt, getiteld ‘Hybrids, we come in pieces’. Prachtig werk zonder meer, dat zijn weg ook had moeten vinden naar diverse gerenommeerde musea, maar dat ook in alle eenvoud in huis of als blikvanger op kantoor zeker een ereplaats verdient. De veiling, de opbrengst was uiteraard weer voor een goed doel, werd georganiseerd door de Rotary Club Willemstad. Een fundraising, altijd een uitstekend initiatief om kwetsbare groepen in onze samenleving te helpen, die anders van iedere hulp verstoken zouden blijven. Jammer, maar de opkomst om mee te bieden op deze bijzondere veiling was nogal sober. Lag het aan het tijdstip, de donderdagavond? Ik denk dat dit ten dele wel heeft meegespeeld. Op donderdagavond ben je met nog een dag te gaan al moe van de werkweek en bezin je je op het komende weekend. Maar wat mij eigenlijk ten zeerste stoorde was dat er maar een handjevol Rotarians aanwezig was. Wordt er in zo’n besloten serviceclub met als leden vaak ruim bemiddelde personen dan geen reclame gemaakt voor de eigen evenementen? Dit is me de afgelopen jaren wel meer opgevallen. De plannen van organisaties om een fundraising te houden zijn in principe goed en lovenswaardig, de uitwerking naar het volk toe – binnen en buiten club of organisatie – verdient meestal een zware onvoldoende. Ooit van marketing en free publicity gehoord beste zakenmensen, specialisten en advocaten? Jawel, maar daar wordt als een verzuurde kers op de verder zo schitterend uitgedoste taart pas het laatste moment aan gedacht, soms enkele dagen van tevoren in plaats van zo’n twee maanden voor het heugelijke moment. Hier ligt een schone taak voor al die verder zo goedwillende besturen met hun would be pr- en press officers, die zich opmerkelijk genoeg de eigenlijke rol van de overheid op het sociale vlak inmiddels professioneel eigen trachten te maken, maar zich te laat realiseren dat een enthousiaste menigte niet verkregen wordt met een enkel simpel persbericht dat liefst nog met dwingende voorrang in de publiciteit moet worden gebracht.
|










