Home Opinie Column: Vaders ‘Netwerken’
‘Netwerken’ PDF Afdrukken E-mail
zaterdag, 31 december 2011 00:00

Laten we er gemakshalve maar creatief mee omgaan, met die hele Arabische Lente, de Jasmijn-revolte, de herinvoering van de sharia in Libië en eventueel Egypte, een echte ouderwetse Griekse tragedie en een Italiaanse B-opera, die zich het afgelopen jaar onder grote mediabelangstelling, veel getwitter en drama ver van ons bed ontwikkelden. Hoewel, ver van ons bed in een steeds kleiner wordende geglobaliseerde wereld?

Noem 2011 maar het jaar van de gemiste kansen. Het is ook het jaar van de betoger, de demonstrant, in sommige landen de oproerkraaier, de dissident, de langharige pleinterrorist genoemd. Het is maar vanuit welke optiek je dit bekijkt en ik vraag mij af wat voor zin het eigenlijk heeft je vertrouwde bloedeigen salondictator zomaar in te ruilen voor een onbuigzame militaire junta, een strenge doch ‘rechtvaardige’ koranfanaat of waar het de begrotingscenten of juist de schaarste daaraan betreft, de mondiale zakenbankgigant Goldman Sachs.

Maar veel belangrijker uiteraard: is er nu, om wat dichter bij huis te blijven, verder werkelijk iets reëels bereikt op Curaçao sinds het aantreden van onze nieuwe regering?

Het prille begin, in de euforie van die zinderende herfstavond op het volgepakte Brionplein, was inderdaad hoopgevend, maar blijkbaar overheerst de politieke traditie alweer die het woord samenwerking uit de beperkte vocabulaire heeft geschrapt. Er is maar weinig opgebouwd en des te meer afgebroken. Destructief denken, het leveren van ongefundeerde kritiek, is namelijk veel gemakkelijker dan het uitdenken van een nieuwe strategie of visie.

Opvallend is dat bij onze huidige regeringsploeg het anti-intellectualisme er een nieuwe dimensie bij krijgt. Een diepgewortelde en intense haat tegenover de intellectueel die men zelf niet is en gevoed door de eigen frustratie. Precies, zo zijn in het verleden in diverse landen de zogenoemde ‘heropvoedingskampen’ ontstaan. Juist degenen met de brains zet je in de marge of compleet buitenspel, omdat dat blijkbaar beter is voor je eigen strevingen.

Vandaar dat onze toekomst, onze fine de fleur, onze studenten in Nederland en de Verenigde Staten er zonder politieke contacten – de ons-kent-ons-cultuur – meestal met geen haar op hun hoofd over nadenken na hun studie terug te keren naar hun zonnige geboorte-eiland. “Wat moet ik hier komen doen, er wordt geen enkele waarde gehecht aan mijn studie economie of fiscaal recht. Ik laat me niet vernederen en kleineren. Daarom heb ik maar gesolliciteerd bij Goldman Sachs.”

Deze zelfde misère geldt ook voor ons tegenvallende investeringsklimaat. De potentiële investeerder, die zijn dubbeltjes maar éénmaal kan omdraaien, krijgt kippenvel van dat constante gezeur over de nakende onafhankelijkheid en de vele red tape-toko’s die floreren binnen de hoofdtoko. Het kind wordt op deze manier met het badwater weggegooid in een politieke cultuur waar en public schaamteloosheid keurmerk is geworden. Belangenverstrengeling, nepotisme – familiair en relationeel – vegeteert nog steeds als muurrot.

Maar goed, de situatie op Curaçao staat niet op zichzelf. Kijk naar de onmacht in de Europese Unie waar de ene na de andere ‘definitieve’ topontmoeting financieel soelaas moet bieden, maar politici er op eigen kracht beslist niet meer uitkomen. Nee, daar heb je een ‘bank’ voor nodig zoals middeleeuwse vorsten voor hun campagnes ook al te leen gingen bij bevriende geldwoekeraars.

Opmerkelijk in dit kader is, dat de nieuwe premier van Griekenland Lucas Papademos in het verleden leiding gaf aan de Griekse Centrale Bank en nauwe contacten onderhield met Goldman Sachs, dat de nieuwe premier van Italië Mario Monti bij dit besloten genootschap adviseur is geweest en de nieuwe president van de Europese Centrale Bank Mario Draghi enkele jaren geleden fungeerde als vicevoorzitter van Goldman Sachs in Europa. En dit zijn nog maar enkele voorbeelden. Juist, we hebben het over een bank die Europa achter de schermen bestuurt.

We noemen dit het ‘netwerk effect’ en het valt kleinschalig dus ook op Curaçao te bewonderen. Komen politici er helemaal niet meer uit dan is er altijd nog wel een bank bereid een financiële bijdrage te leveren, maar nooit tot algehele sanering te komen. Bij bankieren gaat het nu eenmaal niet om het winnen van de schoonheidsprijs, of zoals men bij Goldman Sachs op Wall Street zegt: “In greed we trust.” Als we komend jaar maar blijven beseffen dat we in wezen niet bestuurd worden door onze regering, maar door onze banken die ons juist zo gul enig krediet verstrekten om ons kerstdiner en nieuwe auto te kunnen bekostigen.