Home Opinie Column: Vaders ‘Authenticiteit’
‘Authenticiteit’ PDF Afdrukken E-mail
zaterdag, 14 januari 2012 08:34

Meer autonomie, zo’n uitspraak komt zo ongekend voorbarig, soepel en lenig uit de mond van voorstanders van meer ‘vrijheid van handelen’ voor het Curaçaose volk. Nog vuriger, nog onafhankelijker zelfs, loze termen rollen meermalen over de gespleten tong. Het flirten hiermee is bij sommige van onze lokale politici schering en inslag wanneer ze niets anders meer kunnen verzinnen.

Je moet het per slot ergens over hebben op een aan alle kanten lekkende boot waarop over een paar jaar gezien de dan geldende rating van de Federal Aviation Administration slechts kleine vrachtvliegtuigen met spotgoedkope onbelaste groenten mogen landen. Suikerbieten en kool bijvoorbeeld; leguanen en zure zult hebben we zelf wel. Crisiseten uit de tijd van de plantages. Dat was werken in het zweet ons aanschijns, erger nog dan in Suriname, Cuba, Cayenne en de Verenigde Staten bij elkaar weten onze opportunistische historici en antropologen zonder enig historisch besef.

Vandaar ook die hekel aan hard werken en de neiging tot feestvieren om niets. In dit kader lijkt Curaçao verrassend veel op het bananen-Nicaragua van onze socialistische vriend Ortega en op São Tomé en Principe, een kleine eilandenarchipel, vroeger kolonie van Portugal, met zo’n 150.000 inwoners gelegen in de Golf van Guinee. Daar weigert de plaatselijke bevolking massaal op de cacaoplantages – hun monocultuur en enig exportartikel – te werken en is de corrupte regering qua inkomsten voornamelijk afhankelijk van buitenlandse giften, subsidies en donaties. Op die plantages werken dus nu ook veel buitenlanders die niet te beroerd zijn het vuile werk op te knappen.

Vergelijk dit met onze economische pilaar nummer 1, het toerisme, dat ook steunt op vele uit het buitenland geïmporteerde arbeidskrachten. Een 80/20-regeling is dus zonder meer een uitkomst om aan deze hopeloze voor ons zo frustrerende situatie voor eens en voor al een einde te maken en over een paar jaar zijn de grote hotels ruime kantoren zonder airco geworden voor onze ambtenaren en runnen optimistische en idealistische eilandgenoten – zoals op St. Lucia – een bed & breakfast voor zuipende backpack-toeristen uit Australië.

Eindelijk rust in de tent en af van dat hinderlijke vuurwerk en getoeter wanneer er ‘s avonds weer eens een cruiseschip dreigt te vertrekken. Eindelijk terug naar de basis, de authenticiteit, sterker nog naar de eigen identiteit, die dan om de hoek van de vervuilde straten van Otrobanda voor het grijpen ligt en zich uit in president Wiels die iedere dag met chauffeur in zijn SUV een inspectietocht langs de vele snèks over zijn eiland maakt, analoog aan zijn collega-presidenten van Dominica en St. Vincent.

Autonomie en onafhankelijkheid, maar dit ontgaat de meeste mensen, hebben een sterke link met authenticiteit, de facto een technische term in de existentialistische filosofie. Nooit van gehoord dus, zeggen onze maar matig geschoolde politici, en wat de boer niet lust pruimt hij ook niet. Dat heet ‘good governance’.

Authenticiteit is de mate waarin iemand trouw is aan zijn eigen persoonlijkheid, geest of karakter, ondanks externe krachten en invloeden die erg verschillend en anders zijn dan de eigen situatie. Het is een proces naar volwassenheid, een proces van de vrije geest en op dit eiland van existentiële angst en paranoia is het vrijwel onmogelijk een echte vrijdenker, een libertijn, te zijn of te vinden. Eerder vindt men een naprater die zich dagelijkse door krantenbrij heen worstelt en aan die gedrukte letters zijn opinie en bestaansrecht ontleent. Jammer, maar we hebben geen authentieke politici, geen iconen zoals bijvoorbeeld Vaclav Havel uit Tsjechië dat was.

Authentieke politici heeft dit eiland nooit gekend. Wellicht op enige afstand Don Martina, Miguel Pourier en Stanley Brown, maar ook zij lieten zich inkapselen in een systeem dat ze in wezen in de grond van hun hart niet ambieerden. We zijn er dus maar mooi klaar mee, met de huidige regeringsploeg en aanverwante hoge ambtenaren. Gelukkig heeft het volk hier geen enkele notie van als er nog maar op de pof fried rice, patat tur kos en een flesje rum bij de chino kan worden gehaald. Het volk gaat in ieder geval niet op onderzoek uit. Zou de uitspraak van Socrates dan toch nog steeds valide zijn dat ‘het ononderzochte leven niet het leven waard is’?