Column: Vaders

Door Hans Vaders
| ‘Geld’ |
|
|
|
| zaterdag, 28 januari 2012 06:48 | |||
|
Politiek wordt waar dan ook ter wereld op ongeveer dezelfde opportunistische wijze beleden, alhoewel de omstandigheden per continent, per land, per eiland, stad of dorp enigszins kunnen verschillen. Zeg maar ‘s lands wijs ‘s lands eer. Een ding is echter zeker, om politicus te kunnen spelen is altijd veel geld nodig, of dit nu gaat om een verkiezingscampagne te bekostigen of om voor het gerecht een proces wegens smaad te voeren. Maar stelt u zich gerust. Dit laatste wordt gewoonlijk betaald door de belastingbetaler. Zo’n gang naar het gerecht heeft voor het publiek overigens interessante kanten, wanneer de uitspraak van de onafhankelijke rechter nogal tegenvalt en de magistraat opeens niet meer onafhankelijk geacht wordt door de intens teleurgestelde eisende statencoryfee; een coryfee is overigens letterlijk en toepasselijk de koorleider in een Griekse tragedie. Kinderachtig verder, of de rechtbank niets beters te doen heeft. Eigenlijk is politiek iets voor kinderlijke dreinende geesten met obesitas, die snel op de lange gevoelige teentjes getrapt zijn wanneer ze hun snoepje van de week niet meteen van moeder de vrouw krijgen. Politiek bedrijven heeft iets weg van pertinent niet willen werken en daarvoor toch iedere maand een forse beloning opstrijken. Het is het reizen naar nergens om daar te vergaderen over niets. Maar goed, er is in het politieke verkeer altijd veel geld nodig om de juiste idealen en persoonlijke belangen op koers te houden. Vandaar dat bijvoorbeeld een land als de Verenigde Staten geregeerd wordt door stokoude norse miljonairs, die hun fortuin maar al te vaak over de ruggen van de arbeidende bevolking bijeen hebben geharkt. Keiharde religieuze taal sprekende zakenlieden, rijk geworden in de speculatieve sfeer en met een eigen agenda, die achter de schermen de lakens uitdelen. Wie betaalt bepaalt en wordt steeds rijker. Ook Curaçao ontsnapt niet aan dit ietwat ongemakkelijke euvel, dat blok aan het beleidsbeen. Zo ligt er nu in Nederland een wet, erfenis van de ons allen bekende Piet Hein Donner, tegenwoordig de saaie onderkoning van de lage landen, waarin wordt geregeld dat politieke partijen openheid van zaken moeten geven wat betreft hun financiering. Die nieuwe wet treft vooral de PVV, de Partij voor de Vrijheid, de gedoogpartij van Geert ‘Blondie’ Wilders. Die partij ontvangt bijvoorbeeld veel giften uit de Verenigde Staten, naar verluidt uit Republikeinse hoek, maar die worden ondergebracht bij de stichting Vrienden van de PVV. Openheid ontbreekt binnen de Nederlandse politiek, vindt de Rekenkamer. ‘Het bestel behoort tot de minst transparante van Europa’. Donner heeft dan ook nadrukkelijk in de wet laten opnemen dat ook de stichtingen openheid van zaken moeten geven. Kortom, de nu besproken wet houdt in dat partijen jaarlijks moeten laten zien hoeveel geld ze binnen krijgen. Bij giften boven de 4500 euro moet ook de naam van de donateur worden bekendgemaakt, of dit nu een groothandel in pampers of de Hezbollah is. Ook iets voor Curaçao, zo’n wet? We hebben toch niets te vrezen? We zijn toch transparant genoeg? En mocht er hier en daar een stofje onder het vloerkleed weggemoffeld zijn, dan kunnen we tevens trots zijn. We verkeren dan in goed gezelschap, we tellen dan mondiaal mee en zijn echt volwassen geworden. Denk maar eens aan de Franse president Nicolas Sarkozy. In 2007 had hij het geld van Kadaffi nodig om verkozen te worden, zegt men in Parijs. Zo’n status zou onze reizende premier Gerrit S. zeker niet misstaan.
|










