| Pessimistisch |
|
|
|
| vrijdag, 26 augustus 2011 10:03 | |||
|
De Centrale Bank van Curaçao en St. Maarten (CBCS) heeft de economische prognose voor 2011 naar beneden bijgesteld. In plaats van een lichte groei (0,6 procent) verwacht de CBCS een krimp van de economie met 0,7 procent en in een pessimistisch scenario zou de daling zelfs op 1,5 procent kunnen uitkomen. Verder waarschuwt Centrale Bank-directeur Emsley Tromp dat het tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans van de Centrale Bank blijft groeien, net zoals de druk op de deviezenvoorraad blijft toenemen. De inflatie zal dit jaar hoog uitvallen, terwijl de economische activiteiten zijn afgenomen. Amigoe wijst hier al op sinds vorig jaar en dit jaar heeft onder anderen Girobank-directeur Eric Garcia ook meerdere malen te kennen gegeven dat de economie vastzit. Stilstand is achteruitgang en tot die conclusie komt de Centrale Bank ook. Als Curaçao mee wil gaan in de groei die het Caribisch gebied doormaakt, dan moeten de investeringen dit jaar nog met 17 procent toenemen. Maar Tromp ziet dit niet gebeuren. Al jaren roept de Bank dat het tij gekeerd moet worden. We consumeren meer dan we exporteren. Activiteiten die deviezen voor ons genereren, zoals de off-shore sector, de raffinaderij en de DOK-maatschappij, laten een dalende trend zien. Om hier een balans in te brengen moeten er maatregelen genomen worden om de consumptie (lees: import) tegen te houden. Maar dit soort maatregelen zetten de economie op de rem, zoals al gebeurde in de jaren negentig met de herstelmaatregelen van het IMF. Een economie op de rem betekent geen economische groei en geen geld om problemen zoals werkeloosheid en armoede aan te pakken. Als alternatief om onder meer de problemen met de oplopende tekorten op de lopende rekening tegen te gaan, opteert Tromp nog steeds voor dollarisatie. Maar niet iedereen deelt deze mening. De overheid zeker niet. Op Bonaire klaagt de gemiddelde burger steen en been over de introductie van de dollar. Maar wat dan wel? Een kijkje binnen het Koninkrijk biedt al gauw een antwoord. Nederland kende vooral in de jaren negentig een sterke economische groei. Toen werd het zogenaamde poldermodel ingevoerd. Een consensusmodel waarin werkgevers, vakbonden en overheid met elkaar aan tafel gaan zitten om te onderhandelen. Aruba heeft vorig jaar hetzelfde gedaan met het organiseren van een ‘Dialogo Nashonal’ (Nationale Dialoog). Ook dit lijkt vruchten af te werpen. Curaçao had ook iets dergelijks. De Kolaborativo. Maar die is al jaren niet meer actief. Sterker nog, Curaçao kent momenteel een conflictmodel. Werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties, NGO’s, geestelijken en het onderwijs hebben zich samengevoegd in de groep Kòrsou Uní. Zij staan lijnrecht tegenover de overheid en uitten hun bezorgdheid over het gevoerde beleid. Zolang dit conflictmodel blijft bestaan, blijven de vooruitzichten slecht.
|










