| Staatsschuld |
|
|
|
| zaterdag, 24 september 2011 09:07 | |||
|
Rob Henriquez, econoom, voormalig president van de Centrale Bank van Aruba en ook werkzaam geweest in de financiële sector op Aruba en Curaçao schrijft om de week in Amigoe zijn opinie over financieel en economische ontwikkelingen in binnen- en buitenland.
De eurocrisis intensiveert in een versneld tempo. Scenario’s waarin Griekenland buiten de eurosfeer verder gaat met een gedevalueerde eigen munt komen dichterbij. Het Internationale Monetaire Fonds (IMF) dringt aan op verbeterde invoering van belastingverhogingen en bezuinigingen. Hoewel noodzakelijk, het effect is deels dat de genomen maatregelen niet leiden tot het vereiste begrotingsevenwicht, omdat er door de economische achteruitgang geen inkomsten zijn. De neergaande GDP voedt de euro-angst van een ingebreke blijven van Griekenland met aflossingen en rente betalingen.
Griekenland betaalt ondertussen bij herfinancieringen van haar staatsschuld 61 procent op tweejarige obligaties en 23 procent op tienjarige obligaties. Op eenjarige obligaties wordt 120 procent betaald. De oorzaak van deze tragedie is niet alleen een deficiënte invoering van de condities zoals het IMF ons doet geloven. Evenzo desastreus zijn de disfunctionele obligatierentes van 23, 61 en 120 procent die bij herfinanciering in rekening worden gebracht en meer weg hebben van een palliatieve begeleiding. Deze exorbitante rentes komen de banken en pensioenfondsen ten goede, met name van de solvabele partners, vandaar het stilzwijgen hierover. Italië met 1,8 biljoen euro (1.800.000.000.000) aan staatsschuld zit bijkans in hetzelfde schuitje. Herfinancieringen tegen steeds hogere rentesmet begrotingstekorten die niet te dichten lijken.
Experts geven hierbij aan dat ondersteunen van de staatsschuld alleen mogelijk is bij een gezamenlijke actie van China, Japan, Brazilië, de Verenigde Staten en de Eurolanden. Dit gezamenlijke noodfonds zou minimaal 800 miljard euro moeten bedragen. Het geeft een beeld van de magnitude van de europerikelen. Doorgeschoten excessieve staatsschulden geven primair aan dat de betreffende bevolking in een waas van ‘schijnwelvaart’ verkeert. Herstel van deze monetaire illusie, dat wil zeggen onevenwichtigheid, zal zonder meer een drastische teruggang in inkomens, massa werkloosheid en een neergaande economie inhouden als gevolg van drastische begrotingskortingen en reducties. Maar ook omvangrijke kwijtscheldingen van staatschulden. Het voorgaande benadrukt des te meer de noodzaak om grondwettelijke de openbare financiën/staatsschuldlimieten vast te leggen . De stille/vernietigende kracht van excessieve staatsschulden, monetaire ‘schijnwelvaart’, zijn ook dichter bij huis te zien.
Aruba in de afgelopen vier jaar. In 2006 bedroegen de totale overheidsbestedingen 1,097.6 miljard en in 2010 was dit 1,358.3 miljard. Een toename van 260,7 miljoen florin. De totale inkomsten, inclusief extra’s, bedroegen 985,2 miljoen in 2006 en in 2010 was dit 1,183.8 miljard, een toename van 198,6 miljoen florin. Aruba kwam dus 62,1 miljoen te kort, precies het verschil tussen de meeruitgaven en meerinkomsten in die vier jaren. Grosso modo verwacht je dat de staatsschuld met dit tekort zal toenemen in die vier jaren. De staatsschuld bedroeg echter 2,012.2 miljard in 2006 en 2010 was het 2,377.8 miljard, een toename van 365,6 miljoen in plaats van 62,1 miljoen. Dus een toename van de staatsschuld die zes keer omvangrijker is dan de tekorten in dezelfde periode van vier jaar. De overheid betaalt namelijk de aflossingen en renten met nieuw opgenomen leningen, de facto betaalt zij dus nimmer in. Accumulatie van oude leningen, gekapitaliseerde rente en rente-op-rente effecten bij eindeloze herfinancieringen en de nieuwe begrotingsleningen zijn debet aan dit soort wanverhoudingen. De rente-post bedroeg 126,9 miljoen florin in 2010, in 2006 was dit 97,4 miljoen. Dat betekent dus een toename van 30 procent in vier jaar en de 126,9 miljoen zal jaarlijks significant toenemen. Bij overheidsschuldsanering is het vernietigende effect op de economie omvangrijker naarmate de debt/GDP verhouding groter is. Er is zelfs een point of no return aanwezig waarbij sanering alleen niet afdoende is en kwijtschelding, met al zijn financiële crisis- gevolgen een gegeven is. Dat is ook het geval met Griekenland, Italië en de voormalige Nederlandse Antillen. Deze laatste geholpen door Nederland.
|










